- Nieuws
- E-Tools
- Over ons
- Ondernemers
- Particulieren
- Online schadeaangifte
Veelgestelde vragen
Arbeidsongevallen (7)
Sommige verzekeraars bieden een oplossing voor dergelijke situatie.
Dit houdt in dat de helpers gedekt worden door een Persoonlijke Ongevallenverzekering die een bepaalde verzekeringssom voorziet voor de vergoeding van lichamelijke schade tengevolge van ongevallen gebeurd bij helpen aan de bouwwerken. Daarnaast wordt over het algemeen ook een kapitaal voorzien ingeval van blijvende invaliditeit of overlijden.
De verzekeraars die bereid zijn dergelijke dekking af te leveren doen dit over het algemeen enkel voor hun klanten.
Ingeval er familieleden meewerken in de 2e graad, dient er duidelijk op papier gezet te worden dat ze gratis helpen, anders zouden zij in geval van geschil bij een ernstig ongeval de toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallenverzekering kunnen inroepen waarbij de eigenaar/zelfbouwer als werkgever beschouwd wordt.
Wat?
Een verzekering gewaarborgd inkomen biedt een inkomensgarantie in geval van arbeidsongeschiktheid. Het is mogelijk om een dergelijke verzekering aan te gaan tot de pensioenleeftijd of, indien u dat wenst, voor een bepaalde, beperkte periode.
U kan zelf een verzekering gewaarborgd inkomen aangaan maar het kan ook dat uw werkgever een contract heeft voor zijn personeel, waar u deel van uitmaakt.
Voor wie?
Wie een gewaarborgd inkomen wil voor het geval hij (een deel van) zijn inkomen zou verliezen als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Anders gezegd, deze verzekering geldt niet voor mensen die geen beroepsinkomen hebben, zoals een huisman of -vrouw of een rentenier.
Wat keert de verzekeraar uit?
U ontvangt een bedrag dat uw inkomen aanvult. Als u gedurende een jaar niet meer kan gaan werken bijvoorbeeld, is het het ziekenfonds dat u vanaf de tweede maand van arbeidsongeschiktheid een uitkering geeft. Deze uitkering ligt (vaak heel wat) lager dan uw eigen loon.
Op dat moment komt de verzekering gewaarborgd inkomen tussen door een bedrag uit te keren dat de uitkering van het ziekenfonds aanvult, desgewenst tot het niveau van het inkomen dat u gewend bent. Zo kunt u een levensstandaard behouden die meer overeenkomt met uw huidige inkomen.
Wanneer keert de verzekeraar uit?
Na een ongeval of een enstige ziekte die ervoor zorgt dat u niet meer kan werken gedurende een lange periode, of zelfs voor de rest van uw carrière, keert de verzekeraar een rente uit.
De verzekering gewaarborgd inkomen berekent de rente op basis van fysiologische en/of economische ongeschiktheid.
Een fysiologische ongeschiktheid baseert zich enkel en alleen op de lichamelijke ongeschiktheid.
Een economische ongeschiktheid houdt rekening met de impact op de uitoefening van uw werk. Als een pianist een vinger verliest, weegt dat zwaarder door dan wanneer een callcenter-medewerker een vinger verliest. Maar men moet wel rekening houden met de mogelijkheden tot professionele heroriëntering.
Als de ongeschiktheid zich onder een bepaalde grens bevindt, komt de verzekering niet tussen. Deze grens staat vermeld in het verzekeringscontract.
Sommige verzekeraars maken gebruik van een carenstijd. Dat is eigenlijk een vorm van franchise maar dan uitgedrukt in tijd. Het is de periode na een verzekerd ongeval of invaliditeit waarin de verzekeraar geen uitkering betaalt. Wanneer er bijvoorbeeld een carenstijd van 30 dagen voorzien is, komt de verzekeraar pas tussen vanaf de 31ste dag na het ongeval.
Wat beïnvloedt de premie?
Het bedrag dat u wil ontvangen bij fysiologische en/of economische ongeschiktheid, dus het bedrag dat nodig is om een uitkering aan te vullen tot uw normale inkomen, bepaalt mee hoe hoog uw premie zal zijn.
Bovendien hangt de premie ook af van andere factoren zoals de leeftijd van de verzekerde en van zijn beroep.
Zijn er uitsluitingen?
De risico’s die gedekt zijn door de verzekering gewaarborgd inkomen worden doorgaans opgesomd in het verzekeringscontract.
Naargelang het contract, is het mogelijk dat ongeschiktheid als gevolg van de uitoefening van bepaalde gevaarlijke sporten, uitgesloten is. Zo is het mogelijk dat ongeschiktheid na een motorongeval of bergbeklimming niet gedekt is in een standaard contract.
Het is vaak wel mogelijk om dergelijke ongeschiktheid te dekken door een bijpremie te betalen.
De arbeidsongevallenverzekering is een verplichte verzekering: het is niet omdat de telewerker thuis werkt dat hij niet verzekerd is. Aangezien de werkgever zich eraan moet houden elke nieuwe omstandigheid te melden in de loop van het contract, moet hij zijn verzekeraar van de nieuwe situatie van zijn werknemer op de hoogte brengen. Zowel voor de werkgever als voor de werknemer worden hierdoor vele ongemakken vermeden ingeval van een arbeidsongeval thuis.
24u/24
Thuiswerkers zijn niet gebonden aan strikte werkuren: zij kunnen ook 's nachts, op een zon- of feestdag werken. Daarom heeft de verzekering een pragmatische oplossing aangenomen die het dekken van de schade bij een arbeidsongeval uitbreidt met een 24u/24-clausule. Aangezien het thuiswerk in principe het risico niet verhoogt, is er normaal gezien geen verhoging van de premie.
Arbeidsongeval?
Het is maar de vraag of het ongeval in een min of meer duidelijk verband staat met de beroepsactiviteit. Een risico dat niets te maken heeft met de arbeidsovereenkomst (zoals een blessure opgelopen bij een sportactiviteit) wordt niet gedekt bij een arbeidsongeval. Een vinger die vastraakt in een printer en daardoor een verwonding oploopt, kan daarentegen wel worden beschouwd als een arbeidsongeval.
In het geval van telewerk kan het bewijs voor het ongeval moeilijker aangevoerd worden dan in het bedrijf, waar de collega's kunnen getuigen.
Slachtoffers van een arbeidsongeval hebben recht op een vergoeding van de arbeidsongevallenverzekeraar zonder dat zij moeten bewijzen dat iemand aansprakelijk is. De meeste mensen die bij de gasramp in Ghislenghien brandwonden opliepen, behoren tot die categorie.
De arbeidsongevallenverzekeraar vergoedt meer bepaald de kosten van de medische behandeling als gevolg van het ongeval en de arbeidsongeschiktheid die uit de letsels voortvloeit.
In verband met de behandelingskosten moeten de verzekeraars volgens de wet de prestaties in de Riziv-nomenclatuur vergoeden volgens de schalen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, remgeld inbegrepen. Wanneer prestaties die niet in die lijst voorkomen medisch noodzakelijk zijn, vergoedt de arbeidsongevallenverzekering die prestaties bij analogie en voor zover de kostprijs ervan redelijk is. Er dient vooraf met de verzekeraar contact te worden opgenomen om te weten of en in welke mate hij de behandeling vergoedt. In die geest kunnen de verzekeraars de kosten vergoeden van een kuur waarvan de efficiëntie door hun adviserende arts erkend wordt bijvoorbeeld. Aangezien er geen bepaling is die plastische chirurgie uitsluit, maakt dergelijke chirurgie deel uit van de behandelingen als gevolg van het ongeval dat de verzekeraar voor zijn rekening moet nemen, ook wanneer men spreekt van “esthetische” chirurgie.
Voor de vergoeding van de arbeidsongeschiktheid houdt de arbeidsongevallenverzekeraar rekening met de gevolgen die de letsels hebben voor de bekwaamheid van het slachtoffer om zijn beroep uit te oefenen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de littekens een handicap vormen voor de uitoefening van het beroep (onthaal- of representatiefunctie bijvoorbeeld), maar voor andere beroepen zal het esthetische aspect minder zwaar doorwegen binnen de tussenkomst van de arbeidsongevallenverzekering.
Wanneer echter kan worden bepaald wie voor de schade aansprakelijk is, kan het slachtoffer van de aansprakelijke(n) de kosten van de gevolgen voor zijn privé-leven terugvorderen, onder meer esthetische schade. Het burgerlijk recht houdt immers rekening met die aantasting van de lichamelijke integriteit, meer bepaald volgens de leeftijd en de privé activiteiten van het slachtoffer, en ook met de morele schade die daaruit voortvloeit.
In de verzekering tegen arbeidsongevallen geldt het principe van de vrije risicobeoordeling. Dit wil zeggen dat de in aanmerking genomen parameters naargelang van de verzekeraar kunnen verschillen, wat de hoogte van de premies kan beïnvloeden.
Voor de arbeidsongevallenverzekering zijn normaal de bedrijfssector en het soort activiteit van belang. Verzekeraars baseren zich op de NACE-code, die een rangschikking opmaakt van die activiteiten en een onderscheid maakt tussen de risico’s die arbeiders en bedienden lopen op de werkvloer enerzijds en op de weg naar en van het werk anderzijds.
Het belang van het schadeverleden van de onderneming varieert aangezien de kostprijs van de vroegere schadegevallen afhangt van het aantal tewerkgestelde personeelsleden.
De premie varieert al naargelang de berekening gebeurt op een door de wet gedefinieerd begrensd loon dan wel op de totaliteit van het loon. Daarnaast zijn ook taksen en parafiscale heffingen bepalend voor de premie.
In het polisbeheer zijn regularisaties op basis van werkelijke prestaties en van de ontwikkeling van de lonen volkomen normaal.
Wat is een arbeidsongeval?
Een arbeidsongeval is een ongeval opgelopen tijdens en door de uitvoering van uw arbeidsovereenkomst of op de weg naar en van het werk. Een ongeval wordt gedefinieerd als een plotselinge gebeurtenis die een letsel veroorzaakt. Op de arbeidsweg moet het ongeval zich op het normale traject tussen uw woon- en uw werkplaats hebben voorgedaan.
Arbeidsongevallenverzekering is verplicht
Wie op het werk (of op de weg ernaartoe of weer naar huis) een ongeval heeft, is verzekerd door de arbeidsongevallenverzekering. Elke werkgever moet die voor elk van z’n werknemers afsluiten, ook voor jobstudenten (vakanties, weekends,…).
In 2008 raakte één jobstudent op 160 gewond tijdens het werk. Hoewel dit cijfer jaar na jaar daalt dankzij gerichte preventiecampagnes, bent u dus niet de enige.
Wat gebeurt er na een arbeidsongeval?
- Verwittig zo snel mogelijk uw werkgever als u het slachtoffer bent van een arbeidsongeval. Het kan handig zijn om nuttig bewijsmateriaal, zoals de naam van getuigen, te verzamelen.
- De werkgever doet binnen de 8 kalenderdagen aangifte van het arbeidsongeval bij zijn arbeidsongevallenverzekeraar.
- Het is de verzekeraar (en niet de werkgever) die beslist of een ongeval al dan niet een arbeidsongeval is.
- De verzekeringsmaatschappij bepaalt het percentage van arbeidsongeschiktheid en of die tijdelijk of blijvend is en berekent uw vergoeding. Kosten voor medische verzorging en/of vergoeding voor blijvende letsels worden door de arbeidsongevallenverzekering gedekt. De omvang van de vergoedingen is evenwel wettelijk vastgelegd. Het is dus mogelijk dat niet de volledige schade zal worden vergoed.
- De vergoedingen voor arbeidsongeschiktheid worden berekend op basis van het loon dat in uw arbeidscontract voorzien was.
- Als u moeilijkheden ondervindt of als als uw werkgever toch geen arbeidsongevallenverzekering afgesloten blijkt te hebben, dan wordt dit opgevangen door het Fonds voor Arbeidsongevallen.
Woningverzekering = brand en diefstal
Als eigenaar van de woning heeft u allicht een woningverzekering. Hoewel deze niet verplicht is, beschermen de meeste eigenaars hun eigendom tegen allerlei risico’s zoals brand en diefstal met een woningverzekering. Gelukkig maar!
Toch kan u best contact opnemen met uw brandverzekeraar (of uw tussenpersoon) om na te gaan of uw woningverzekeringscontract aangepast zal moeten worden nu u een bijkomende bestemming aan uw woning toewijst.
Overigens dient een uitbater van een B&B rekening te houden met de wettelijke verplichtingen, zoals bijvoorbeeld omtrent brandpreventiemaatregelen (rookmelders e.d.). Uw veiligheid en die van uw gasten vaart er wel bij.
Indien een logé van een gastenkamer uw eigendom steelt, kan dit gedekt worden door een aangepaste woningverzekering, zij het tot een beperkt bedrag, naargelang uw verzekeringscontract.
Let er ook op dat elke diefstal aangegeven moet worden bij de politie. Indien u een gast verdenkt, dient u dat ook mee te delen bij de politieaangifte.
BA Uitbating / BA Familiale
Elke burger is aansprakelijk voor zijn nalatigheden en fouten die schade aan anderen kunnen toebrengen. Om die aansprakelijkheid te dekken, heeft iedereen er dus baat bij om een familiale verzekering af te sluiten. Het gaat hier om de BA Familiale verzekering, ook wel BA Gezin of BA Privéleven genoemd, waarin “BA” staat voor burgerlijke aansprakelijkheid.
Hoewel deze verzekering in eerste instantie beperkt is tot het privé-leven, en contractuele verbintenissen uitsluit, is het naargelang de uitgebreidheid van de dekkingen mogelijk dat deze familiale verzekering volstaat om uw burgerlijke aansprakelijkheid te dekken als uitbater van een Bed & Breakfast. Anderzijds bestaat er ook een “BA Uitbating” die uw burgerlijke aansprakelijkheid dekt in het kader van uw professionele activiteiten als uitbater. Een speciale verzekering in geval van brand en ontploffing is vereist vanaf een exploitatie als hotel of motel van minstens vier kamers.
Om te weten of een familiale verzekering voldoende bescherming biedt in uw geval, dan wel of u beter overgaat tot het sluiten van een BA Uitbating, kan u zich best richten tot uw verzekeraar of tussenpersoon. Die kan u bijstaan in het maken van de juiste keuze opdat u van de beste bescherming kan genieten. Tenslotte bent u op zoek naar “maatwerk”.
Arbeidsongevallenverzekering
Wie betaald personeel in dienst neemt, moet voor hen een arbeidsongevallenverzekering voorzien. Elke werkgever is daartoe verplicht. Deze verzekering vergoedt de lichamelijke schade als gevolg van een arbeidsongeval.
Auto (34)
Wie voor langere tijd naar het buitenland gaat, moet dat aan zijn ziekenfonds melden. Voor studenten dienen bepaalde formulieren ingevuld zodat de ziekteverzekering in orde blijft gedurende die periode.
De Belgische universiteiten beschikken meestal over een collectieve ongevallenverzekering voor hun studenten op hun campussen. Deze verzekering loopt door tijdens het verblijf op een buitenlandse campus. Check de precieze inhoud van deze dekking even bij uw universiteit of hogeschool.
Een student begeeft zich echter ook buiten de campus van een universiteit. Als hij zich in het verkeer begeeft, bestaat altijd de kans op een ongeval. Bestuurt de student een auto dan vormt dat geen probleem: de verplichte autoverzekering is geldig in alle Europese landen en nog een aantal daar buiten. In welke landen precies staat vermeld op de “groene kaart”.
Studenten verplaatsen zich echter meestal te voet of met de fiets. Het kan gebeuren dat ze zelf een ongeval veroorzaken en schade aan derden berokkenen. Als dat gebeurt, beschik je maar beter over een familiale verzekering, die je zal bijstaan om je te verdedigen en de gedekte schade (ook andere dan in het verkeer) aan derden te vergoeden. Deze verzekering geeft dekking in heel Europa, en vaak zelfs wereldwijd.
Ook de eventuele hospitalisatieverzekering is vaak geldig in heel de Europese Unie. De vuistregel is: wanneer het Riziv tussenbeide komt voor zorgen in het buitenland (met andere woorden wanneer het OK is voor je ziekenfonds) treedt ook de hospitalisatieverzekering in actie.
Voor bijstand in geval van ziekte of ongeval in het buitenland, waarbij soms repatriëring nodig kan zijn, beschik je best over een reisbijstandverzekering. De hierin gespecialiseerde verzekeraars beschikken tegenwoordig over specifieke formules voor studenten die naar het buitenland gaan studeren. Info vindt u via hun websites of via uw gebruikelijke contactpersoon inzake verzekeringen.
Wat betreft de aansprakelijkheid voor het studentenkot en de inhoud ervan, hoeft men zich evenmin zorgen te maken. Wanneer het ouderlijk huis in België verzekerd is, dan is ook het studentenkot in België of in het buitenland (meestal beperkt tot de landen van de Europese Unie) verzekerd. De verzekering van de ouders dekt soms ook de inhoud van het kot, de goederen die aan de student toebehoren tegen brand en diefstal, weliswaar in beperkte mate. We bevelen graag aan dit even in de algemene voorwaarden van uw polis brandverzekering na te lezen of na te vragen bij uw verzekeraar.
Preventie blijft natuurlijk een zeer belangrijk gegeven ongevallen of schade te voorkomen: hou het dus voorzichtig en beveilig uw waardevolle goederen.
Een motorvoertuig dat zich op de openbare weg begeeft moet altijd over een BA* autoverzekering beschikken. Dit is wettelijk verplicht.
Er zijn twee mogelijke situaties: (A) de tweedehandsauto waarvan sprake is uw eerste wagen, (B) u heeft reeds een auto en u gaat die vervangen.
Het is uw eerste wagen (A)
Is de aangekochte wagen uw eerste voertuig, dan mag u in geen geval de baan op zolang inschrijving (nummerplaat + inschrijvingsboekje) en verzekering niet in orde zijn. Uw verzekeraar zal dit voor u zo snel mogelijk in orde brengen. In afwachting laat u de wagen nog even staan bij de verkoper. Is de verkoper een garagehouder dan kan hij eventueel met een zogenaamde Z- of handelaarsplaat zelf het voertuig naar uw woning brengen.
U heeft reeds een andere auto (B)
Wanneer u reeds over een andere auto beschikt, met nummerplaat en verzekering dus, dan kan uw bestaande autoverzekering een oplossing bieden om de aangekochte tweedehandsauto bij u thuis te krijgen. Voorwaarde is dat het nieuwe voertuig wel degelijk is aangekocht (overdracht van eigendom). In dat geval biedt uw bestaande autoverzekering gedurende 16 dagen dekking zonder formaliteiten; binnen die termijn moet de verzekeraar dus ingelicht worden om verder dekking te verlenen en uw contract aan te passen.
Sommige mensen halen in dergelijke situatie de nummerplaat van hun andere wagen af en hangen deze op de tweedehandsauto. Opgelet, dit is niet toegelaten qua inschrijving waardoor u bij een controle een boete riskeert.
Noteer ook: een auto mag niet geparkeerd staan op de openbare weg zonder nummerplaat; op de oprit of in uw garage mag wel natuurlijk.
*BA betekent “burgerrechterlijke aansprakelijkheid”. Deze verzekering staat dus in voor schade die u aan anderen zou kunnen berokkenen.
De storm "Jeannette" heeft nonchalante automobilisten nog eens met de neus op de werkelijkheid geduwd: een forse storm kan hun geliefde voertuig beschadigen en, erger nog, ook de bestuurder, zijn passagiers en derden al dan niet zware letsels toebrengen. Hoe kun je je daartegen beschermen?
Terwijl bijna alle woningen tegen brand verzekerd zijn, en daardoor ook verplicht tegen storm zijn gedekt, zijn talrijke automobilisten niet verzekerd tegen schade die ze kunnen oplopen wanneer hun voertuig door een windstoot uit zijn koers geslagen wordt, noch tegen schade die veroorzaakt wordt door een vallend voorwerp waarvan de eigenaar niet geïdentificeerd is. Dat geldt ook voor de schade die de bestuurder in dergelijke omstandigheden oploopt.
Wie een volledige verzekeringsdekking heeft, is het beste beschermd: voor de schade aan het voertuig zelf gaat het om de omniumverzekering en, wat de bestuurder betreft, om verzekeringen die hem volgens de regels van het gemene recht schadeloosstellen (vergoeding van de integrale geleden schade) tot een bepaald plafond. Wat veel mensen niet weten, is dat er ook dekkingen bestaan die het voertuig verzekeren tegen brand, diefstal, glasbreuk en natuurevenementen. Die combinatie van dekkingen, die niet voor aanrijdingen geldt, is heel wat minder duur dan een volledige omniumverzekering en bevat in sommige gevallen zelfs geen franchise ten laste van de verzekerde wat natuurevenementen betreft (storm, hagel, overstromingen).
Win inlichtingen in bij uw verzekeraar om te weten hoe u zich in dergelijke gevallen optimaal kunt verzekeren.
Lage zon, mist, een vals gevoel van veiligheid omdat je maar 110 rijdt … Al te vaak is een van deze factoren de oorzaak van een kettingbotsing waarvan de gevolgen niet te overzien zijn. Voorkomen is beter dan genezen: het veiligst van al rijdt de chauffeur die voldoende afstand met zijn voorganger in acht neemt. In België staan er langs de wegen te weinig waarschuwingsborden, dus ieder past maar zijn eigen regeltjes toe: ter hoogte van een vast punt dient er twee seconden afstand te zitten tussen twee voertuigen - twee seconden, dit is de tijd om "één krokodil, twee krokodillen" te zeggen.
Bij een kettingbotsing zal immers het aanrijdende voertuig aansprakelijk worden gesteld voor de schade, tenzij hij bewijst dat hij zijn voorganger geraakt heeft omdat hij langs achteren aangereden werd … In het algemeen slagen de verzekeraars er in om de knoop te ontwarren. Goed ingevulde aanrijdingsformulieren doen de zaken natuurlijk ook vooruitgaan. Anders nemen de verzekeraars contact op met het Parket: ondanks een goede samenwerking kan de informatie toch nog maanden op zich laten wachten!
Een rechtsbijstandsverzekering kan nuttig zijn, evenals een dekking tegen materiële schade. Maar best van al heb je ook een "bestuurdersverzekering" die de schade dekt ingeval men onvrijwillig verantwoordelijk is of niet in de mogelijkheid verkeert om een aansprakelijke aan te wijzen.
Indien het om een monsterkettingbotsing gaat en het geheel een onontwarbaar kluwen is, kunnen de verzekeraars schikkingen treffen om de betrokken personen ruimer te vergoeden. Dat geldt echter alleen in uitzonderlijke omstandigheden: voorzichtigheid en een goede verzekering zijn dus geboden!
De verzekeringsondernemingen hebben de vrijheid om grensoverschrijdend verzekeringen aan te bieden. In de praktijk blijft de grensoverschrijdende handelsstroom echter zeer gering daar waar het om verzekeringen van auto's van particulieren gaat : enige activiteit in een ander land veronderstelt in de praktijk een behoorlijke kennis van de aldaar geldende rechtsregels, de te verwachten schade, en een vertrouwd zijn met balie, garagesector, expertise, enz. Vandaar de geringe bereidheid om er op kleine schaal aan te beginnen.
In de praktijk kan men vertrekken van de vraag welke in België erkende verzekeraar zich aangemeld heeft in Italië en daarvoor navraag doen bij het Italiaanse groene kaart-bureau (adres : zie achterkant groene kaart), om op die manier toenadering te zoeken tot een eventuele Belgische verzekeraar die aan die eis zou hebben voldaan.
Een losgeslagen 4x4 heeft onlangs zware averij aangericht in een Brusselse straat. Achter het stuur zat een man die niet kon verkroppen dat zijn vriendin hem de bons had gegeven en er niet beter op gevonden had dan de sleutels van haar terreinwagen te pakken en alle auto's in de straat aan te rijden…
En als nu mijn auto zo aangereden wordt en ik geen omnium heb? Bovendien bleek de man, zo stond in de krant, insolvabel te zijn!
Geen paniek: het klopt dat de verzekeraar van de 4x4 buiten schot blijft omdat hij kan aanvoeren dat het voertuig gestolen werd, maar het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds vergoedt hoe dan ook de schade aan de auto's in de straat. Er geldt alleen een franchise van zo'n 250 euro. Dat bedrag kan bovendien verhaald worden op de uitzinnige bestuurder zodra die opnieuw solvabel is, net zoals het Motorwaarborgfonds zal trachten de vergoedingen van hem terug te vorderen.
Een verzekeraar die BA-autodekking verleent, verbindt er zich toe dat de dekking geldt in een aantal landen waarvan de lijst wettelijk vastgesteld is. Oekraïne staat niet op die lijst en dus kan de verzekeraar de dekking verlenen tegen bijzondere voorwaarden (beperkte geldigheid, premietoeslag, …) of weigeren.
Het feit dat een land deel uitmaakt van het "groenekaartsysteem" betekent evenwel niet dat alle verzekeraars in dat land verplicht zijn om dekking te verlenen voor alle andere landen die deze internationale overeenkomst ondertekend hebben.
Er staat vast en zeker een verzekeringsmakelaar klaar om u te helpen een oplossing te vinden op de Belgische markt. Daarvoor hoeft u alleen enkele bijkomende gegevens te verstrekken. Anders kunt u ook het volgende doen : bij aankomst aan de Oekraïense grens kunt u een specifieke verzekering sluiten voor de duur van uw verblijf.
Voor de verzekeraar is het erg belangrijk om te weten welk soort gebruik er van een voertuig gemaakt wordt. Voor gebruik voor beroepsdoeleinden geldt doorgaans een hogere premie, meestal door een hogere bonus-malusgraad toe te passen bij het sluiten van de overeenkomst.
In de praktijk mag het privé-voertuig voor de verzekeraars gebruikt worden voor vrijetijdsbesteding, voor woon-werkverkeer en voor sporadische beroepsopdrachten. Gaat het om regelmatige en verre verplaatsingen voor beroepsdoeleinden, om met andere woorden duizenden kilometers op jaarbasis, dan moet de polis en ook de premie aangepast worden.
In geen enkel geval mogen eventuele slachtoffers, passagiers of andere, de dupe zijn van een onregelmatigheid in de verzekeringspolis: zij worden hoe dan ook vergoed door de verzekeraar van het voertuig. Wel zou de verzekeraar zich tegen de verzekerde kunnen keren omdat die een valse verklaring afgelegd zou hebben.
En ook dit nog: sommige werkgevers sluiten een polis die de materiële schade dekt ingeval hun personeelsleden met hun privé-voertuig een ongeval krijgen tijdens een verplaatsing voor beroepsdoeleinden, maar burgerlijke aansprakelijkheid is daarbij niet verzekerd. Wie dus vaak lange trajecten voor beroepsdoeleinden aflegt, verwittigt dus maar beter zijn verzekeraar!
VNa een auto-ongeval wordt vaak de politie opgebeld. Als die ter plaatse komt - wat in een grote stad niet evident is wanneer het een ongeval betreft zonder gewonden - laten de betrokken partijen een PV opstellen. De betrokkenen denken dan niet meer aan het invullen van een Europees aanrijdingsformulier. Ze zijn ervan overtuigd dat ze door het opstellen van een PV even snel zullen vergoed worden. Dat is meestal niet het geval, laat een schadebeheerder van een belangrijke verzekeringsonderneming ons weten.
Nadat de betrokkenen de verzekeringsmaatschappij of de tussenpersoon hebben gemeld dat er een ongeval heeft plaatsgevonden en zij vernemen dat de schadevergoeding op zich laat wachten omdat de verzekeraars eerst het PV wensen in te kijken, worden de schadelijders soms boos op hun verzekeraar of zijn ze ontgoocheld.
Vul dus steeds een aanrijdingsformulier in, ook wanneer de politie ter plaatse kwam. Het zal de afhandeling van het schadedossier versnellen. Vraag aan de politiemensen ook het nummer van het PV en geef het door aan uw verzekeraar.
In juli 1994 zijn de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (de Europese Unie plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen) begonnen met de goedkeuring van wetten die het de erkende verzekeraars mogelijk maakt om in andere lidstaten hun diensten aan te bieden aan de plaatselijke verzekerden. Daarbij ging het echter zelden om autoverzekeringen.
De meeste groepen die een aanzienlijk deel willen inpalmen van de markt, vestigen zich liever in dat land dan diensten over de grenzen heen aan te bieden.
Om aan autoverzekeringen te doen, is immers een goede kennis vereist van het nationale recht (inhoud van de verzekeringsovereenkomst en verkeersreglement), moet men vertrouwd zijn met expertises, herstellingen, enz. Daardoor bleef het bij losse initiatieven links en rechts, meestal voor duidelijk omschreven doelgroepen (wagenparken, Amerikaanse militairen in Europa, van alcoholproblemen verloste bestuurders, internetters, …). Verzekeraars die de verplichte autoverzekering aanbieden, moeten zich overigens kenbaar maken bij de Belgische overheid en bijdragen tot de goede werking van instellingen zoals het “Groenekaartenbureau” en het "Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds".
Een recente Europese richtlijn stelt verzekeringstussenpersonen voortaan ook in staat om hun producten over de grenzen heen aan te bieden: misschien zullen de zaken daardoor in een stroomversnelling komen.
U hoeft zich eigenlijk niet veel zorgen te maken omtrent de vervoerde kinderen: alle inzittenden vallen onder de bijzondere bescherming van de zwakke weggebruiker en worden in die hoedanigheid sowieso integraal vergoed voor alle geleden lichamelijke schade of er nu fout was van de bestuurder of niet. Let evenwel op het maximum aantal personen dat vervoerd mag worden (lees er de polis op na!): kinderen kunnen niet in onbegrensd aantal in een auto gepropt worden, of er hangt de bestuurder een mogelijke terugvordering boven het hoofd.
De enige vraag die overblijft althans als de betrokkene geen privé-verzekeringen heeft afgesloten, betreft de schade aan het voertuig van de bereidwillige helper en vooral de letsels die deze zelf zou oplopen wanneer hij in fout zou zijn (en dus geen aanspraken heeft tegen anderen). Misschien een idee om een polis te sluiten voor die twee posten voor dergelijke gebeurlijke verplaatsingen (in een logboek bij te houden, wat vaak gebeurt voor werknemers die in dienstverband wel eens hun persoonlijk voertuig gebruiken). Even overleggen met de inrichtende macht of oudercomité of de dienst die de schoolverzekeringen regelt?
Verzekeraars bevestigen een vrij algemene trend in Europa : het aantal verkeersongevallen is in een duidelijk dalende trend.
Toch liggen algemene premieverlagingen niet meteen in het vooruitzicht. Het blijft natuurlijk wel zo dat wanneer contracten een bijkomende korting voorzien voor ieder schadevrij jaar, al dan niet in toepassing van het klassieke bonus-malus systeem, de individuele consument zich aan een korting mag verwachten, tenminste als hij of zij niet reeds op de voordeligste trede in het systeem was.
Maar breder bekeken tonen de meest recente gegevens (over 2002) in de sector personenwagens een tekort van 5,8 % van de omzet. Het zal voor de verzekeraars die met verlies werken wel de bedoeling zijn om uit de rode cijfers te geraken. Het verminderen van het aantal claims is in die context ontegensprekelijk goed nieuws, maar naast de frequentie moet de verzekeraar ook rekening houden met de kosten van de schadegevallen. En daar is net een omgekeerde beweging aan de gang.
De kosten lopen alsmaar hoger op: onze auto's zijn hoe langer hoe ingewikkelder om te herstellen, steeds vaker moet onder meer na het openklappen van een airbag een auto total loss verklaard worden. Bij de evaluatie van menselijke schade hanteren de rechtbanken indicatieve tabellen die om de paar jaar fors hoger bijgesteld worden, zodat de bedragen die gereserveerd worden voor die vergoedingen telkens verhoogd moeten worden met geld dat uit de premies gehaald wordt. En tenslotte dragen de verzekeraars kosten omwille van de gebrekkige functionering van het gerecht: de achterstand van onze rechtbanken leidt ertoe dat aan de eigenlijke schadevergoeding een rente van 7 % per jaar moet worden toegevoegd. De verzekeraars zijn op die verschillende fronten actief om te proberen zo efficiënt mogelijk te werken tegen de laagste kosten, of bij de overheid hervormingen te bepleiten.
Onthou ook dat er ook verzekeraars zijn die het goed doen zelfs in de "moeilijke" autoverzekering, en waar premieverhogingen niet of in mindere mate aan de orde zijn: de vooruitzichten van Assuralia gelden voor de sector als geheel, en niet voor ieder individueel bedrijf.
Iedere persoon die verplicht is om een B.A. autoverzekering te onderschrijven en die bij minstens drie verzekeraars:
- werd geweigerd,
of
- zich alleen mits een hoge premie of vrijstelling kan verzekeren.
Opgelet: weigeringen en voorstellen van meer dan twee maand oud komen niet in aanmerking.
De consument kan hiervoor aankloppen bij zijn gebruikelijke bemiddelaar (makelaar, agent, directe verzekeraar,…), waar hij alle informatie kan krijgen (aanvraagformulieren, bonus-malus attesten enz…) die hij nodig heeft om een aanvraag bij het Tariferingsbureau in te dienen.
De consument kan zich ook rechtstreeks tot het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds richten, aan wie de wetgever het dagelijkse beheer van het Tariferingsbureau heeft toevertrouwd. Het adres is het volgende:
Tariferingsbureau
c/o Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds
Liefdadigheidstraat 33, bus 1
1210 Brussel
tel.: 02/287.18.11
fax: 02/287.18.04
of op Internet :
Wat is een hoge premie of vrijstelling?
Premie
Het premiebedrag dat als drempelwaarde wordt gehanteerd, is bij wet vastgelegd.
Deze drempelwaarde wordt als volgt berekend: men vertrekt van het tarief van de verzekeraar tot wie de consument zich heeft gericht. Men neemt in dit tarief de laagst mogelijke premie (vb. voor een bestuurder van middelbare leeftijd, die op het platteland woont en die een bonus-malus graad heeft van 0) die voor het te verzekeren voertuig van toepassing is.
Men kan vervolgens de drempelwaarde verkrijgen door dit bedrag met 5 te vermenigvuldigen.
Vrijstelling
Het vrijstellingbedrag dat als drempelwaarde wordt gehanteerd, wordt bij wet vastgelegd.
Ook hier vertrekt men van de laagste premie van het tarief van de verzekeringsonderneming (zie hierboven).
Men vermenigvuldigt dit bedrag met 3 om de drempelwaarde te verkrijgen.
Is de premie die door het Tariferingsbureau wordt vastgesteld, hoger of lager dan de drempelwaarde ?
De drempelwaarden die door de wet worden omschreven, hebben slechts betrekking tot de toegang tot het Tariferingsbureau. Dit laatste kan een premie vaststellen boven of onder de drempelwaarde. Alles is afhankelijk van het risico van de bestuurder en dan meer bepaald van het aantal ongevallen waarvoor hij in het verleden aansprakelijk is geweest.
Als het risico niet te hoog is, zal de premie lager liggen dan de drempelwaarde. In het geval van een erg slechte bestuurder (verschillende ongevallen met verzwarende omstandigheden), is de kans groot dat de premie tot vijf keer de minimumpremie kan bedragen.
De consument kan zich ook rechtstreeks tot het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds richten, aan wie de wetgever het dagelijkse beheer van het Tariferingsbureau heeft toevertrouwd. Het adres is het volgende:
Tariferingsbureau
c/o Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds
Liefdadigheidstraat 33, bus 1
1210 Brussel
tel.: 02/287.18.11
fax: 02/287.18.04
of op Internet :
Steeds meer jonge bestuurders hebben het moeilijk om een verzekeraar te vinden. Dit is te wijten aan het feit dat zij geen ervaring hebben en dat zij daardoor ook grotere risico’s vertegenwoordigen.
Toch wil het Tariferingsbureau ook deze bestuurders een kans geven. Jongeren die een auto met een laag vermogen (minder dan 65 kW) besturen en die nooit een ongeval hebben veroorzaakt, zullen een dekking aangeboden krijgen voor een premie van ongeveer 1.000 Euro (alles inbegrepen).
Hoe zit het met de oudere bestuurders?
Oudere bestuurders bevinden zich in een bijzondere situatie. Hun moeilijkheden zijn vaak te wijten aan twijfels over hun geschiktheid om nog met een auto te rijden.
Het Tariferingsbureau wil deze twijfel op een objectieve manier wegnemen. Daarnaast wil het bureau dat de oudere bestuurder zich bewust vragen gaat stellen over zijn geschiktheid om met een auto te rijden.
In ieder geval is men niet van plan om op een systematische manier examens te gaan organiseren.
Momenteel heeft deze regeling alleen betrekking op bestuurders die ouder zijn dan 75 jaar en die de afgelopen twee jaar aansprakelijk zijn geweest voor twee ongevallen.
De consument kan zich ook rechtstreeks tot het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds richten, aan wie de wetgever het dagelijkse beheer van het Tariferingsbureau heeft toevertrouwd. Het adres is het volgende:
Tariferingsbureau
c/o Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds
Liefdadigheidstraat 33, bus 1
1210 Brussel
tel.: 02/287.18.11
fax: 02/287.18.04
of op Internet :
Door de liberalisering van de tarifering in de tak “verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen” is de oude wetgeving die een tarifering voorschreef volgens de cilinderinhoud van de motorfietsen, afgeschaft. Een volledig overzicht van de criteria die op de markt gehanteerd worden, kan ik u niet geven, maar wel is het zo dat de meeste maatschappijen nog altijd volgens de traditie te werk gaan, al is het goed mogelijk dat zij ook andere criteria toepassen zoals bijvoorbeeld het vermogen of het type motorfiets naargelang van het gebruik dat ervan wordt gemaakt (toermotor, terreinmachine, racemotor, …)
Voor een volledig overzicht zult u de maatschappijen zelf moeten raadplegen, eventueel met behulp van een verzekeringstussenpersoon.
Volgens de wet bent u verplicht uw verzekeraar in te lichten over alle omstandigheden en gegevens waardoor hij het te dekken risico anders zou kunnen beoordelen. Dat is des te meer het geval wanneer het verzekeringstarief voor een motorfiets op het vermogen is gebaseerd en wanneer dat vermogen gewijzigd wordt door technische ingrepen op dat voertuig. Dat geldt zowel bij het sluiten als in de loop van het contract.
In het algemeen en los van het principe dat stelt dat wat niet bij wet verboden is, toegestaan is, menen wij dat beginnende bestuurders er alle belang bij hebben om hun carrière als motorrijder in zo veilig mogelijke omstandigheden te beginnen, rekening houdend met zowel objectieve als subjectieve gegevens; daarom moedigen de verzekeraars dikwijls initiatieven aan die gericht zijn op anticiperend of defensief rijden en hebben zij liever dat de eerste ervaring opgedaan wordt met voertuigen die als veilig beschouwd worden of een matig vermogen hebben. Ook hier staat het de verzekeringsondernemingen vrij hun eigen commercieel beleid te bepalen.
Onze vereniging heeft zich ten slotte niet uitgesproken over de specifieke voorwaarden voor de toegang tot bepaalde categorieën van tweewielers, maar ze dringt er bij de regering wel op aan om preventieve en repressieve maatregelen te nemen die gericht zijn op de “zwarte punten” inzake verkeersveiligheid. Uit een onderzoek van de gegevens van de BIVV over wie de slachtoffers van ongevallen zijn, komen verschillende criteria naar voren die kenmerkend zijn voor een concentratie van lichamelijke letsels en dus bijzondere aandacht verdienen.
Schade ingevolge een overtreding van een verzekerde valt voor rekening van de betrokken autoverzekeraar: de slachtoffers kunnen dus gerust zijn dat zij vergoed zullen worden. Eigenlijk is het heel courant dat verzekeraars instaan voor de gevolgen van onachtzaamheden en flaters vanwege hun verzekerden, ook al hadden die laatsten beter moeten weten. Dagelijks dekken de verzekeraars de gevolgen van overdreven snelheid, miskennen van voorrangsregels en negeren van verkeerslichten.
Slechts in uitzonderlijke gevallen is een terugvordering mogelijk: zij staan dan ook uitdrukkelijk in het contract vermeld. Denk aan dronkenschap, druggebruik, rijden zonder rijbewijs of met een voertuig dat niet door de keuring raakt, koersen... In alle andere omstandigheden moet de verzekeraar betalen zonder kans op enige recuperatie. Hij zal wel een "malus" aanrekenen of het contract volgens de wettelijke voorwaarden kunnen opzeggen, maar daar blijft het dan bij.
Bovendien zal hij doorgaans de rechtsbijstand van zijn "verstrooide" klant uitoefenen, hoewel de uitsluitingen daar anders geformuleerd kunnen zijn!
Vroeger voerde de deskundige de expertise van een door een verkeersongeval beschadigd voertuig uit in een door de eigenaar van het voertuig gekozen werkplaats.
In zoverre de tarieven van garage tot garage kunnen verschillen, gebeurde het vrij vaak dat de expert een eerste bedrag vaststelde dat overeenkwam met wat de herstelling zou kosten in de garage waar de expertise was verricht, en een tweede - lager - bedrag dat overeenkwam met de "beste prijs" waartegen de herstelling elders volgens de regels van de kunst kon worden uitgevoerd.
Dat tweede bedrag werd uitbetaald als de eigenaar niet liet herstellen.
Dat mechanisme van de "dubbele schatting" is uitgehold doordat het enerzijds veeleer een gewoonte dan een altijd gerechtvaardigd alternatief was geworden en anderzijds niet goed door het publiek begrepen werd.
Sinds 1992 wordt weer het principe gehanteerd dat met een schade één welbepaalde vergoeding overeenkomt. Niets belet dus dat een slachtoffer van een ongeval blijft rijden in een auto met een kras of een deuk en dat hij de schadevergoeding, die bepaald is op grond van de expertise in een door de eigenaar gekozen werkplaats, in zijn zak steekt, zonder dat er sprake is van enig misbruik.
U bent dus geenszins verplicht het voertuig te laten hestellen: het staat u vrij het in zijn huidige staat te verkopen en voor het overige naar goeddunken te beschikken over de door de verzekering toegekende vergoeding.
In de omniumverzekering geldt dat principe niet en moet men zich baseren op de contractuele bepalingen (terugbetaling van de schade op vertoon van de herstellingsfactuur).
De autoverzekering - om precies te zijn de bij wet verplichte burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering auto, kortweg B.A. Auto - biedt dekking voor alle letsels die de inzittenden oplopen, op de aansprakelijke bestuurder na. Het meisje uit het voorbeeld zal dus integraal vergoed worden voor de opgelopen letsels.
Wel is het zo dat de modelpolis, conform de wet, de verzekeringsmaatschappij het recht geeft om bij overbelasting van het voertuig een terugvordering uit te oefenen. Dat betekent dat de bestuurder in kwestie een deel van de uitkering moet terugbetalen, volgens regels die in art. 24 en 25 van de modelpolis te lezen staan.
Toch is het vanuit verkeersveiligheidsoverwegingen verstandiger om geen risico's te nemen en niet meer dan één persoon per veiligheidsgordel te vervoeren (en die gordel ook te gebruiken!).
WIE IS DE VERKOPER?
- Koop bij voorkeur bij een professionele verkoper die de typeverkoopsovereenkomst van FEDERAUTO, TOURING en VAB gebruikt.
- Indien u bij een particulier koopt, stel dan voor de wagen bij de verkoper thuis te bekijken en controleer zijn identiteit. Let er op dat een mobiel telefoonnummer niet uw enige band met de verkoper is.
WELKE DOCUMENTEN?
- Koop alleen een wagen wanneer de verkoper volgende officiële documenten kan voorleggen en ga na of deze niet vervalst lijken:
- Inschrijvingsbewijs
- Gelijkvormigheidsattest
- Als de verkoper (zoals wettelijk voorzien) de wagen met het oog op verkoop heeft laten keuren, zal hij een geldig keurings-bewijs kunnen voorleggen.
- Het is een pluspunt als hij eveneens het onderhoudsboekje kan voorleggen.
- Aanvaard van geen enkel document een fotokopie.
- Wanneer u koopt van een particulier, vraag dan ook om de originele aankoopfactuur te mogen zien.
- Wanneer de laatste inschrijving van het voertuig buitenlands is, moet de in België gevestigde verkoper een vignet 705 van de douane, een geldig keuringsbewijs, het buitenlands inschrijvingsbewijs en een aanvraagformulier voor een nieuwe inschrijving kunnen voorleggen.
CHASSISNUMMER?
- Ga na of het ingeslagen chassisnummer overeenkomt met de vermelding van het chassisnummer op de boorddocumenten en op plaatjes op andere plaatsen op de wagen.
ZICHTBARE ONREGELMATIGHEDEN?
- Controleer bij daglicht de portiersloten, het contactslot en de chassisnummers op krassen en onregelmatigheden. Deze zouden kunnen wijzen op een gestolen wagen!
- Controleer eveneens de lak op lichtere vlakken of resten van een andere kleur. Dit zou kunnen betekenen dat de wagen herspoten werd.
- We bevelen aan het voertuig eveneens bij een diagnosecentrum of professionele handelaar te laten nakijken.
SLEUTELS?
- Vraag naar alle bij de wagen geleverde sleutels (indien u hier niet vertrouwd mee bent kan u best contact opnemen met een merkverdeler). Indien de verkoper u niet alle sleutels kan voorleggen, moet hij hiervoor een aanvaardbare verklaring hebben.
TELLERSTAND?
- Ga na of het aantal kilometers vermeld in het onderhoudsboekje en op het document van de technische controle niet strijdig is met de tellerstand. In de nabije toekomst kan u ook vragen dat de verkoper u een attest van de VZW “CAR-PASS” voorlegt, waarop de laatste gekende kilometerstand van de wagen bij onderhoud, controle of herstelling wordt weergegeven.
UITRUSTING?
- Indien er een alarminstallatie (VV1, VV2, VV3) en/of nadiefstalsysteem (CJ1, CJ2) aanwezig is, vraag dan aan de verkoper dit te demonstreren.Hij zou hiermee vertrouwd moeten zijn, alsook met de overige bedieningselementen van de wagen.
- Wees voorzichtig als de prijs niet overeenkomt met de staat van de wagen. (U kan steeds richtprijzen bekomen via een automagazine). Laat u bovendien nooit onder druk zetten om vlug te kopen.
- In geval van twijfel betreffende de toestand van het voertuig: informeer bij de merkverdeler/invoerder (km stand, onderhoud, aantal voorziene sleutels, belangrijke herstellingen)
VERKOOPSOVEREENKOMST!
- Indien u een wagen koopt bij een particulier: maak steeds een verkoopsovereenkomst op in twee exemplaren met daarin een beschrijving van de wagen en de gegevens van de verkoper en koper.
- Indien u een wagen koopt bij een verdeler, dient hij u een factuur te overhandigen, opgesteld conform het Belgische BTW-stelsel.
Op verzekeringsgebied blijft de bescherming van mogelijke slachtoffers gewaarborgd door de verplichte burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering. Dit is des te meer zo bij een ongeval met een voetganger, zoals in het voorbeeld, gelet op de bijzondere bescherming van voetgangers als zwakke weggebruikers: ook als de voetganger schuld zou treffen aan het ongeval, staat deze verzekering in voor de vergoeding van zijn lichamelijke letsels.
Voor de ene is de winter het aangenaamste seizoen van het jaar, de ander vindt er niets aan. Maar één ding is zeker: uw wagen verdient extra aandacht. Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, geeft raad in koude tijden:
Pas uw rijstijl aan
Indien de wegen spekglad zijn door al dan niet verwachte sneeuw of ijzel, is de veiligste oplossing nog altijd de auto thuis te laten. Moet u toch de baan op? Pas dan in eerste instantie uw rijstijl aan. Houd voldoende afstand tot uw voorganger zodat u bruuske rembewegingen kunt vermijden. Deze zijn immers de voornaamste oorzaken van slipgevaar.
Indien u een ongeval veroorzaakt omdat u bent uitgegleden door het winterweer, blijven de gangbare aansprakelijkheidsregels in het verkeer gelden. Dat wil zeggen dat u geen overmacht kan inroepen om zo alsnog te ontkomen aan uw aansprakelijkheid en dus een hogere bonus-malusgraad. Zeker niet indien op radio of televisie gewaarschuwd is voor gladheid op de weg.
Laat winterbanden monteren
Een autoband krijgt het in de winter hard te verduren. Koude, gladde wegen, regen, sneeuw en ijs voeren onvermijdelijk een strijd met zijn grip op de weg. Van zodra de temperatuur onder de 7 graden duikt, bieden winterbanden meer grip. Vooral op natte wegen maken ze een groot verschil. Toch vinden heel wat mensen het niet nodig winterbanden te laten monteren omdat ze «niet op wintersportvakantie» gaan. Of ze vinden ze te duur of ze vinden het een heel gedoe.
Een winterband heeft extra inkepingen die zich «vastbijten» in de grond zodra er extra grip nodig is. Daarnaast is hij zo gemaakt dat het rubber soepel blijft bij koude temperaturen, terwijl een zomerband bij koude hard wordt. Dat maakt dus dat een winterband niet alleen veiliger is maar ook comfortabeler rijdt. En dan is er nog de slijtage: ’s winters rollen winterbanden beter op het asfalt dus slijten ze minder snel af dan dat je het hele jaar door met de zomerbanden zou rondrijden.
Een stel winterbanden mag dan wel een belangrijke investering zijn, die verdient u terug doordat de zomerbanden langer meegaan. Bovendien kan het zijn dat, indien u een leasingcontract heeft, in dat contract de mogelijkheid bestaat om winterbanden te monteren.
Voorzie uw auto van een «winterkit»
De beste manier om uw voorruit ijsvrij te houden is een aluminiumfolie. Daarnaast is het verstandig steeds een deken in de wagen te hebben. Uw auto moest het zo maar eens laten afweten in «the middle of nowhere». Vanzelfsprekend aanwezig in de wagen gedurende de winter is een ijskrabber. Een vodje om uw spiegels af te vegen kan ook steeds van pas komen.
Gaat u op wintersport? Dan breidt u uw «winterkit» best uit met een slotontdooier (maar die bewaart u beter niet in de wagen), een anticondensdoek, matten om het wegrijden uit diepe sneeuw te vergemakkelijken, een schep en een borstel, een plankje om uw krik op te zetten in geval van nood, startkabels, sleepkabels en een zaklamp.
En wat met sneeuwkettingen? Indien u op wintersport gaat met de wagen zijn ze een must, indien u alleen in dit gematigde land vertoeft, heeft u ze niet snel nodig. U moet in ieder geval heel secuur te werk gaan bij het aankopen van de sneeuwkettingen. Raadpleeg daartoe het instructieboekje van uw auto of informeer bij uw autodealer. Soms is er zo weinig ruimte tussen wiel en wielkast dat u niet gelijk welke sneeuwkettingen kunt bevestigen. Indien u op wintersportvakantie gaat, oefent u best thuis alvast met het omleggen van de kettingen
Laat uw motor niet warmdraaien tijdens het krabben
Als de ramen van uw auto onder de ijzel of aangevroren mist of regen zit, moet u aan het krabben. Voldoende zicht is immers essentieel om veilig te kunnen rijden.
U denkt efficiënt te zijn door de motor te laten warmdraaien wanneer u aan het krabben slaat? Fout. Een motor die stationair draait, warmt nauwelijks op en het is bovendien slecht voor het milieu. En niet te vergeten: u bent degene die de giftige uitlaatgassen al krabbend staat in te ademen.
Wat doet u dan wel best? Eerst krabben, dan instappen, starten en rustig wegrijden. Dit is de meest efficiënte manier om uw auto op een goede temperatuur te krijgen. U kunt ook best uw airco of warmeluchtblazer op de hoogste stand op de voorruit laten blazen. Als u geen airco heeft doet u er best aan de dashboardroosters dicht te doen, zo gaat alle lucht naar de voorruit.
Om te beginnen is deze vraag een uitgelezen gelegenheid om het belang van het Europese aanrijdingsformulier te benadrukken. Dat formulier is in elke lidstaat van de Europese Unie identiek opgesteld zodat de taalproblemen tot een minimum beperkt kunnen worden. Bovendien is het Europees aanrijdingsformulier niet alleen belangrijk wanneer er geen politie aan te pas komt. Zelfs indien een PV wordt opgesteld, is een ingevuld en ondertekend formulier van essentieel belang voor een snelle afhandeling van de schaderegelingen. In binnen- én buitenland!
Maar inderdaad kan een aanrijding in het buitenland – al was het maar omwille van het taalverschil - hoe dan ook voor een behoorlijke portie zenuwen zorgen. Gelukkig is het sinds enkele jaren mogelijk om schade die u in een ander EU-land geleden heeft in eigen land – en dus in uw eigen taal – te verhalen. Alle verzekeraars in de Europese Unie hebben immers een vertegenwoordiger in elk land.
Als de andere bestuurder aansprakelijk was – en dat was hij normaliter in bovengenoemd geval - kan u terecht bij de vertegenwoordiger van zijn verzekeraar. U stuurt, desgevallend met de hulp van uw rechtsbijstandverzekeraar, die vertegenwoordiger een brief waarin u uitlegt waarom de ander aansprakelijk is, samen met het Europese schadeformulier en de namen en adressen van eventuele getuigen. Indien u geen rechtsbijstandverzekering heeft waarop u beroep kan doen, kan u zich richten tot het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds om de gegevens van de vertegenwoordigende maatschappij te bekomen.
1) U bent niet in fout
Als een andere bestuurder aansprakelijk was voor het ongeval, dan is het zijn burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering die de stoffelijke schade aan het voertuig van de garage alsook uw lichamelijke schade ten laste zal nemen.
2) U bent wel in fout
Burgerlijke aansprakelijkheid
Alle auto’s die zich op de openbare weg begeven, moeten bij wet verzekerd zijn voor de burgerlijke aansprakelijkheid. Indien u dus schade veroorzaakt aan derden, komt deze verzekering tussen voor die schade.
Stoffelijke schade aan de auto, diefstal, bestuurdersverzekering,…
Hoewel de garagehouder niet verplicht is te voorzien in bijkomende dekkingen (zoals eigen schade, diefstal, natuurkrachten, aanraking met dieren, glasbreuk, enz.) voor de testwagens, zal hij dit doorgaans wel doen gezien het hier gaat over nieuwe, vaak waardevolle, wagens. Informeer u in ieder geval bij de garagehouder over de al dan niet verzekerde dekkingen.
Opgelet: zelfs indien de wagen omnium verzekerd is, kan het zijn dat er geen bestuurdersverzekering is afgesloten. Dat is de verzekering die uw lichamelijke schade vergoedt bij een ongeval in fout. Een eventuele eigen bestuurdersverzekering kan daarin een oplossing bieden.
De verzekeringsovereenkomst tussen verzekeraar en garagehouder kan voorzien in een franchise voor bijvoorbeeld diefstal of eigen schade. Voor u de weg opgaat, zal de garagehouder u in het overgrote deel van de gevallen een overeenkomst laten ondertekenen. Naargelang wat die overeenkomst daarover zegt, kan die franchise ten uwen laste worden gelegd. Zorg ervoor dat u weet hoeveel deze franchise – ook vrijstelling genoemd – bedraagt, alvorens u de weg op gaat.
Dronkenschap kan duur uitvallen
Onze wetgeving bepaalt dat de aansprakelijke voor een ongeval alle schade die hij heeft veroorzaakt aan derden, moet vergoeden. Daarom legt de wet de verplichting op bij iedere eigenaar van een motorrijtuig een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering te onderschrijven. Maar de autoverzekeraar kan zich in bepaalde gevallen tegen de dronken chauffeur keren nadat de schade aan slachtoffers werd vergoed.
Waarom?
Al jaar en dag is het duidelijk dat alcoholintoxicatie achter het stuur onvermijdelijk gevaar met zich meebrengt. Wie drinken met rijden combineert, moet er zich van bewust zijn dat dit de kans op een ongeval drastisch doet toenemen.Nog niet overtuigd? In België is de wettelijke alcohollimiet vastgelegd op 0,5 promille omdat vanaf dan het risico op een dodelijk ongeval 2,5 keer groter wordt. Bij 0,8 promille is dat 4,5 keer en bij 1,5 promille maar liefst 16 keer.
Dronkenschap ≠ alcoholintoxicatie
De maximale toegelaten alcoholintoxicatie bedraagt 0,5 promille (en in sommige gevallen nog lager). Wie dat overschrijdt tijdens het rijden, kan daarvoor dus beboet worden door de politie. Toch is het niet de alcoholintoxicatie die het recht van de verzekeraar om zich op de bestuurder te verhalen met zich meebrengt, maar wel de mate van dronkenschap waarin hij verkeert bij een ongeval. Een weggebruiker vertoont tekenen van dronkenschap indien hij een minder goed evenwicht heeft, een tragere reactiesnelheid heeft, minder duidelijk spreekt, enzovoort.
Financiële kater
Schade die u kan veroorzaken aan anderen, wordt gedekt door de verplichte BA Autoverzekering, zelfs indien er sprake is van een zware fout (bijvoorbeeld door een rood licht rijden). Dat is met name zo in de modelpolis die de standaardvoorwaarden inzake BA Auto voorschrijft.
De verzekeraar zal zich nadien niet tot u richten, tenzij de zware fout in de polis uitdrukkelijk omschreven wordt en dat is nagenoeg altijd het geval voor wat betreft dronkenschap.
Indien u een ongeval heeft terwijl u dronken achter het stuur zat, zal uw BA-verzekeraar de gemaakte schade dus op u verhalen. En deze terugvordering kan oplopen tot een maximum van 31.000 euro.
Bij wie omnium verzekerd is, wordt ook de schade aan het eigen voertuig gedekt. Maar, opgelet! De wetgeving heeft in de omniumverzekering geen modelpolis voorzien. Het is dus zeer waarschijnlijk dat uw verzekaar de eigen schade niet dekt in geval van alcoholintoxicatie en/of dronkenschap. Hetzelfde geldt ook in de bestuurdersverzekering voor eigen lichamelijk letsel. Alweer een reden om geen alcohol te drinken als u de baan op moet.
En daarna?
Uw verzekeraar zal niet geneigd zijn om iemand die rijden en drinken met elkaar combineert, verder te verzekeren aan dezelfde voorwaarden. Het is zelfs mogelijk dat hij de polis opzegt.
Als dit u overkomt, moet u, indien u nog wil rijden, op zoek naar een andere verzekeraar. En dat zal niet evident zijn, gezien ook de andere verzekeraars niet staan te springen om iemand te verzekeren die in het verleden een ongeluk heeft veroorzaakt terwijl hij dronken was.
Als uw (potentiële) nieuwe verzekeraar u vraagt of u in het verleden reeds betrapt werd op rijden onder invloed en u negatief antwoordt (dus opzettelijk verzwijgt), dan kan deze nieuwe verzekeraar, in geval van een ongeval in fout – ongeacht of er sprake is van dronkenschap of niet - de geleden schade eveneens op u verhalen.
De oplossing
Bob begint meer en meer een begrip te worden. Een avondje uit? Spreek op voorhand met andere feestgangers of tafelgenoten af wie chauffeur van de anderen wordt en dus van de alcohol afblijft. Bij voorkeur is dit niet altijd dezelfde persoon. Zo kan iedereen eens genieten van een glas wijn of een pint bier.
Er bestaan tegenwoordig ook specifieke Bob-verzekeringen die de stoffelijke schade aan een voertuig indien bestuurd door een vrijwillige Bob, vergoeden.
Ja. De “BA Auto”, dat is de verzekering die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dekt van de eigenaar van het voertuig, is bij wet verplicht voor alle motorvoertuigen. Zonder een dergelijke verzekering, mag dit motorvoertuig niet deelnemen aan het verkeer.
Van zodra een plaats toegankelijk is voor het publiek of zelfs slechts voor een zeker aantal personen die het recht hebben er te komen, moeten de motorvoertuigen die er komen verzekerd zijn. Uw oprit kan betreden worden door de postbode, een leurder, kinderen van de jeugdbeweging op ruiltocht, enz.
Ook een auto die te koop staat op een oprit, kan een ongeval veroorzaken. Denk maar aan een auto die achteruit bolt tot over de rijweg omdat de handrem niet aanstaat of losschiet. In een dergelijk geval is de eigenaar aansprakelijk voor dat ongeval. En dus moet zijn burgerlijke aansprakelijkheid gedekt zijn met een BA Autoverzekering. Wanneer het onduidelijk is of de auto al dan niet verzekerd had moeten zijn, spreekt de rechter zich daar over uit.
Hoe klein de kans ook is, u kan dus maar beter elke wagen verzekeren die op een plek komt/staat waar andere mensen kunnen komen.
Ter herinnering: Elke wagen moet verzekerd zijn voor de schade die ermee kan worden toegebracht aan derden. Dat gebeurt met een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering (BA Autoverzekering). Omdat deze verzekering bij wet verplicht is, heeft de wetgever ook voorzien in een “modelovereenkomst” die de voorwaarden ter verzekering oplegt. Wat hieronder over de Burgerlijke Aansprakelijkheidsverzekering handelt, is gebaseerd op deze Modelovereenkomst. Uw verzekeraar mag altijd meer bescherming bieden.
Uw Burgerlijke Aansprakelijkheid is beschermd als u met een onverzekerd vervangingsvoertuig rijdt
Deze Modelovereenkomst bepaalt dat de BA Autoverzekering eveneens dekking verleent wanneer u – omdat uw eigen voertuig tijdelijk onbruikbaar is - een onverzekerd vervangingsvoertuig bestuurt. Er zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden. Zo geniet u deze dekking voor een periode van maximaal 30 dagen, te beginnen op de dag dat uw eigen voertuig onbruikbaar werd. Bovendien moet het vervangingsvoertuig eigendom van een derde zijn én moet het voor hetzelfde gebruik bestemd zijn. U kan dus als vervangwagen voor uw personenwagen bijvoorbeeld geen bestelwagen gebruiken.
De dekking die de BA-verzekeraar biedt voor de vervangwagen geldt alleen voor de aansprakelijkheid van de verzekeringsnemer, diens partner en de inwonende kinderen.
Let wel, deze waarborg biedt enkel een oplossing op gebied van de burgerlijke aansprakelijkheid, maar aangezien het voertuig niet voldoet aan de wettelijke verplichting tot verzekering, soms ook gepaardgaand met het feit dat het voertuig niet in orde is op gebied van inschrijving of technische controle, is een strafrechtelijke vervolging nog steeds mogelijk.
Wat met een vervangingswagen van de garage?
Een vervangingswagen van de garage is doorgaans verzekerd voor de burgerlijke aansprakelijkheid. Als u een ongeval zou veroorzaken, roept u dus best in de eerste plaats deze verzekering in.
Indien de wagen van de garage toch niet verzekerd zou zijn, dan kan u nog altijd terugvallen op de extra waarborg voor het vervangingsvoertuig, zoals hierboven beschreven.
Is ook de schade aan de vervangwagen gedekt?
De schade aan het voertuig zelf is mogelijk gedekt door een omniumverzekering. Voor u aan het rijden gaat met de vervangwagen, kijkt u dat best even na. Als de wagen niet omnium verzekerd is, staat u zelf in voor eventuele stoffelijke schade die u zou veroorzaken aan de vervangwagen.
Hou ook het bedrag van de franchise in de gaten. De meeste wagens in de vervangingspool van een garage zijn omnium verzekerd maar er is vaak wel een hoge franchise mee gemoeid. In geval van stoffelijke schade, is de franchise voor uw rekening.
De BA Motorrijtuigen
Ter herinnering: De Burgerlijke Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen – kortweg BA Motorrijtuigen – is verplicht voor alle motorrijtuigen (auto’s, moto’s, vrachtwagens,…) die in het verkeer worden gebracht. Wie de motor dus (ook) buiten een privaat circuit gebruikt, moet deze sowieso verzekeren. Dit verzekeringscontract is opgesteld aan de hand van wettelijke voorwaarden. De verzekeraar mag er in zijn commercieel beleid voor opteren om ruimere dekkingen te bieden dan wat in de wet opgelegd staat.
Toegelaten
De wettelijke voorwaarden voor de BA Motorrijtuigen bepalen dat toegelaten wedstrijden – dus aangevraagd bij de autoriteiten en op gesloten circuit - uitgesloten zijn van de dekking. In dit geval moet de organisatie een aparte “Burgerlijke Aansprakelijkheid Organisatie”-verzekering afsluiten. Deze verzekering dekt de slachtoffers die niet deelnemen aan de wedstrijd. Ze komt tussen wanneer een motor bijvoorbeeld het publiek inrijdt. De schade aan andere deelnemers is doorgaans niet gedekt.
De BA Organisatie, die de BA Auto “vervangt”, mag bij snelheidsritten of –wedstrijden de schade aan deelnemende bestuurders en inzittenden uitsluiten. Bij een behendigheidsrit, bijvoorbeeld een slipcursus, moet ook een dergelijke BA Organisatie afgesloten worden.
Niet toegelaten
Indien het niet om een toegelaten wedstrijd gaat (aan het rode licht even “om ter snelst” kan al genoeg zijn om als niet-toegelaten wedstrijd aanzien te worden) geldt de dekking van de BA Motorrijtuigen wel en zullen de slachtoffers dus vergoed worden maar heeft de verzekeraar het recht om verhaal uit te oefenen op de bestuurder. Dit geldt zowel voor snelheids-, regelmatigheids- of behendigheidsritten of wedstrijden, waartoe van overheidswege geen toelating is verleend.
Levensverzekering, hospitalisatieverzekering, individuele ongevallenverzekering
De levensverzekering met overlijdensdekking, een hospitalisatieverzekering en een individuele ongevallenverzekering zijn geen van allen wettelijk verplicht en er is dus ook geen sprake van minimumvoorwaarden zoals dat het geval is bij de BA Motorrijtuigen. De verzekeraar mag in de contractvoorwaarden een uitsluiting van dekking voorzien in bepaalde gevallen. Zo kan het voorkomen het dat extreme sporten of wedstrijden uitgesloten zijn. Indien de motorrijder er zich van wil vergewissen financieel beschermd te zijn indien hij een ongeval heeft tijdens het rijden op een circuit, dient hij een verzekering aan te gaan die dit type ongevallen niet uitsluit. Vandaar dat het nodig is om dergelijke hobby’s ter sprake te brengen bij het regelen van alle verzekeringen die slaan op de bescherming van de persoon.
Wie een wagen als oldtimer wil inschrijven (dus met een O-nummerplaat) moet volgens het verkeersreglement aan volgende voorwaarden voldoen:
- Een oldtimer is een personenwagen, auto voor dubbel gebruik of een minibus die minstens 25 jaar geleden - of voor een ander voertuig minstens 30 jaar – in gebruik genomen is.
- De oldtimer komt slechts bij uitzondering op de openbare weg: ter gelegenheid van een toegelaten manifestatie (oldtimermeetings) of proefritten met het oog op dergelijke manifestaties.
- De (proef)ritten mogen alleen gemaakt worden tussen zonsopgang en zonsondergang en binnen een straal van 25km. Op deze afstandsbeperking is een uitzondering mogelijk indien de rit plaatsheeft om naar een manifestatie te rijden en dit bewezen wordt door een verklaring door de titularis volgens een model dat wordt vastgelegd door de bevoegde minister.
Er bestaan op de markt een aantal autoverzekeringen die afgestemd zijn op het gebruik van een dergelijke oldtimer. Omdat u immers minder rijdt, heeft u minder risico op ongevallen en is het dus ook maar logisch dat daar een aangepaste – voordeligere – verzekeringsformule voor bestaat. Indien uw verzekeringscontract vereist dat het om een oldtimer gaat die ook effectief als oldtimer ingeschreven is bij de DIV, dus met een nummerplaat waarbij de lettercombinatie begint met een « O », dan moet u zich aan bovenstaande voorwaarden houden. Indien u dat niet doet, riskeert u een financiële kater bij een ongeval door u veroorzaakt. De schade die u berokkent aan derden wordt vergoed door uw verzekeraar maar die zal verhaal uitoefenen en de uitkeringen dus van u terugeisen. Dat verhaal wordt beperkt tot 250 euro indien de onjuiste mededeling niet opzettelijk werd gedaan. Indien de verzekeraar echter kan bewijzen dat die onjuiste mededeling wel opzettelijk is gebeurd, om bijvoorbeeld een gunstiger tarief te bekomen, dan zal de volledige schadevergoeding teruggevraagd worden.
Het is ook mogelijk om een autoverzekering voor oldtimers af te sluiten die niet vereist dat u de oldtimer effectief als oldtimer bij de DIV inschrijft. Verkeerstechnisch gaat het dan om een « gewone » auto (of ander motorvoertuig) die u zonder gebonden te zijn aan bovenvermelde uitzonderingsvoorschriften als vervoersmiddel gebruikt. Het tarief is doorgaans omgekeerd evenredig met het aantal voorwaarden die verbonden zijn aan het gebruik. Welke voorwaarden de verzekeraar oplegt, kan verschillen van verzekeraar tot verzekeraar. Ook hier geldt de mogelijkheid tot verhaal van de verzekeraar indien de voorwaarden niet nageleefd worden.
De schade aan uw voertuig
Mogelijkheid 1: u heeft een omnium- of mini-omniumverzekering
Als u een omniumverzekering heeft, kan u op beide oren slapen. De omniumverzekering vergoedt de schade aan uw voertuig wanneer u zelf aansprakelijk bent of wanneer er niemand aansprakelijk is.
Ook een mini-omnium bevat vaak een dekking aanrijding met dieren. Het is aangeraden dat u bewijs kunt leveren van de aanrijding: foto’s of getuigen kunnen de gebeurtenissen verduidelijken.
Soms moet rekening worden gehouden met een vrijstelling.
Mogelijkheid 2: u heeft geen omnium
Indien u geen omniumverzekering heeft, staat u zelf in voor de schade aan uw eigen wagen.*
De schade aan anderen
Bij een «normaal» ongeval wordt gekeken naar wie aansprakelijk is voor het ongeval. Het is dan de verplichte autoverzekering die de slachtoffers vergoedt. Maar indien u een aanrijding heeft met wild en daardoor bijvoorbeeld tegen een andere wagen rijdt, is er mogelijk geen sprake van een aansprakelijke*.
In dat geval kan u beroep doen op het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds voor een vergoeding van de schade die u met het ongeval veroorzaakt hebt aan anderen. Maar daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden.
U moet kunnen bewijzen dat het gaat om een «toevallig feit», dat is een gebeurtenis of omstandigheid waarbij overmacht de schade veroorzaakt heeft. Dan kan u als bestuurder niet aansprakelijk worden gesteld.
Dat wil, in het geval van een aanrijding met wild, zeggen dat u moet bewijzen dat u de aanrijding niet had kunnen verwachten. Wanneer er met andere woorden verkeersborden stonden die wezen op het gevaar van wild in de buurt en/of u de streek goed genoeg kent om te weten dat er op die plek veel kans is op overstekend wild, dan zal het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds niet tussenkomen voor uw geleden schade.
Daarnaast moet de aanrijding met het wild gebeurd zijn op Belgische bodem.
*Zelfs als het op het eerste gezicht lijkt alsof er niemand aansprakelijk is voor het ongeval, kan het toch zijn dat een jager het wild opjoeg richting rijbaan. In dat geval is de schade – uw eigen stoffelijke schade alsook de schade die eventueel veroorzaakt is doordat u tegen een andere wagen gebotst bent – gedekt door de burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering van de jager of van de inrichter van de jachtpartij.
Meer dan 500kg? Aanhangwagen verzekeren in contract van uw wagen
Het gewicht van de aanhangwagen maakt inderdaad een verschil. Volgens de wet is iedere eigenaar van een motorrijtuig verplicht om een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.
Vanaf dat een aanhangwagen 500kg weegt, wordt die gelijkgesteld met een motorrijtuig en moet die dus verzekerd zijn. U kan als particulier daarvoor nagenoeg altijd terecht bij de verzekeraar van uw wagen. Het is mogelijk dat u dan een bijpremie betaalt. De aanhangwagen wordt dan in het contract van uw wagen (of ander motorrijtuig) meeverzekerd.
Indien uw aanhangwagen getrokken wordt door een voertuig dat u niet van u is, dan zal u het gebruik van die aanhangwagen ook moeten melden aan de verzekeraar van het trekkend voertuig, terwijl u zelf een aparte verzekering als eigenaar van die aanhangwagen moet hebben. Dit is bijvoorbeeld dikwijls het geval bij internationaal transport.
Aanhangwagen en wagen aan elkaar: dekking verleend door verzekering van de wagen
Op het moment dat een aanhangwagen aan een motorrijtuig gekoppeld wordt, is het de verzekering van het trekkend voertuig die de dekking op zich neemt van het geheel (dus van auto+aanhangwagen). Dat geldt voor alle aanhangwagens, zowel van meer als van minder dan 500kg.
Toch moet u de aanhangwagen vermelden bij uw autoverzekeraar omdat u ook gedekt moet zijn voor schade die de aanhangwagen kan veroorzaken aan anderen terwijl hij niet getrokken wordt.
Opgelet met de aanvullende verzekeringen (omnium, bijstand, rechtsbijstand)
Tot zover de verplichte burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering voor uw auto en uw aanhangwagen. Om zeker te zijn of ook alle aanvullende verzekeringen - zoals omnium, hulpverlening en rechtsbijstand - voldoende dekken wanneer u uw aanhangwagen aankoppelt, neemt u best contact op met uw verzekeraar. Hij zal nagaan of het nodig is dat u al dan niet een bijpremie betaalt.
Ja, u bent verplicht om uw elektrische rolstoel te verzekeren voor de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, m.a.w. voor de schade die ermee aangericht kan worden aan anderen op de openbare weg. Dit geldt ook voor zogenaamde elektrische scooters waarmee personen met een handicap zich voortbewegen.
Want ondanks het feit dat u er geen rijbewijs voor nodig heeft en u het toestel niet moet inschrijven bij de D.I.V., moet u wel voldoen aan de overige wetgeving voor motorvoertuigen, dus ook voor wat de verzekeringen betreft.
Bovendien moet u ook een groene kaart bijhebben. Die bewijst dat uw elektrische rolstoel verzekerd is.
Met een gewone rolstoel die geduwd wordt of die u zelf voortbeweegt, zou u overigens verzekerd zijn via de familiale verzekering, als u die heeft.
Als rolstoelgebruiker, ongeacht of u over een elektrische rolstoel of een manuele rolstoel beschikt, wordt u bij een ongeval beschouwd als zwakke weggebruiker. Dat wil zeggen dat u bij een aanrijding met een voertuig steeds vergoed zal worden voor uw eigen lichamelijke letsels door de BA-autoverzekering van dat voertuig, zelfs wanneer u in fout bent.
De verzekering die u zelf moet nemen als gebruiker van een elektronische rolstoel dient om uw aansprakelijkheid te dekken voor schade die u zelf aan anderen zou toebrengen.
Voor een caravan die in het buitenland gestald is wellicht best terecht kunt bij een maatschappij uit het land in kwestie. Het staat Belgische verzekeraars formeel vrij om verzekeringen aan te bieden voor goederen die in het buitenland (EU) gelegen zijn, maar zij moeten dan ook rekening houden met de vereisten van de plaatselijke wetgeving, zowel inzake belastingen op verzekeringspremies als inzake verplichte aspecten die eigen zijn aan het verzekeringscontract. Bovendien is het belangrijk om voor de schaderegeling ook te kunnen terugvallen op een lokaal netwerk; om deze redenen is het begrijpelijk dat de meeste verzekeraars geen dekking verlenen voor landen waar zij geen of weinig activiteiten hebben.
Formeel zouden Belgische verzekeraars die over de grens wensen te werken ook de goedkeuring moeten krijgen van de Belgische autoriteiten en zich aanmelden in het land van bestemming. Wellicht hebben de meeste van de in België aangezochte bedrijven die stappen niet gezet, waardoor het voor hen principieel niet toegestaan is internationaal te werken.
Assuralia gaat er in dit antwoord ook van uit dat de caravan niet meer op de openbare weg gebruikt wordt.
Wij vertrekken bijna op skivakantie. Word je in Duitsland automatisch aansprakelijk gesteld voor een ongeval als je geen winterbanden hebt ?
Bij skiliefhebbers hoor je dit de jongste tijd wel vaker beweren. Dit gerucht klopt echter niet.
De Duitse wegcode eist «dat het voertuig is aangepast aan de weersomstandigheden». Wie bij onze Oosterburen in winterse weersomstandigheden niet de geschikte uitrusting heeft (o.a. winterbanden, goede werking ruitenwissers, schone voorruit) riskeert een boete van 20 euro. Veroorzaak je ook nog verkeershinder dan wordt de boete verdubbeld tot 40 euro.
De BA-autoverzekering zal echter altijd tussenbeide komen voor de schade die u veroorzaakt aan derden, ongeacht het feit dat uw voertuig was uitgerust met winterbanden of met zomerbanden. Of je na een ongeval met betwiste aansprakelijkheid eventueel mede-aansprakelijk wordt gesteld kan enkel de bevoegde rechtbank beslissen.
Winterbanden hebben natuurlijk ook nut wanneer u niet op skivakantie gaat; zo is de remafstand in winterse omstandigheden (nat of glad wegdek) gevoelig korter dan met zomerbanden.
Wanneer uw voertuig uitgerust is met versleten banden en het hierdoor niet in orde is met de technische keuring kan dit na een ongeval financiële gevolgen hebben. De verzekeraar beschikt namelijk in die situatie over een verhaalrecht waarbij de gemaakte uitgaven worden teruggevorderd. De verzekeringnemer daarentegen kan dat verhaal vermijden door aan te tonen dat er geen oorzakelijk verband is tussen het ongeval en de slechte staat van het voertuig.
In Oostenrijk zijn winterbanden verplicht wanneer men rijdt op wegen met sneeuw of ijs. Maar zomerbanden in combinatie met sneeuwkettingen zijn er ook toegelaten. Sneeuwkettingen mogen echter slechts gebruikt worden als het wegdek doorlopend met sneeuw is bedekt.
In Frankrijk, Zwitserland en Italië worden plaatselijk sneeuwkettingen verplicht via een aangepast verkeersbord. In de Aostavallei (gelegen achter de prachtige Mont Blanc) zijn winterbanden verplicht of moet men verplicht sneeuwkettingen aan boord hebben.
Vertrek niet onvoorbereid op skivakantie. Zorg voor de nodige winteruitrusting: doe het voor uw veiligheid, en niet voor de verzekering.
En welke richting u ook uitrijdt, winter of zomer, overweeg het afsluiten van een reisbijstandverzekering. Zo geniet u niet enkel bij autopech maar ook bij een eventueel (ski)ongeval van snelle en efficiënte hulpverlening.
Brand Bijzonder risico’s (2)
Ook op een bouwwerf moet men de veiligheid voortdurend in het achterhoofd houden. Daarom nemen de verzekeraars in hun polissen preventieregels op die elementair kunnen klinken, maar hier geldt wellicht dat spreken goud is en zwijgen zilver.
Preventiemaatregelen zijn bijvoorbeeld:
- voor het begin van de werkzaamheden moeten de brandbestrijdingsmiddelen en meer bepaald de blustoestellen aanwezig en gebruiksklaar zijn;
- brandoefeningen worden niet geïmproviseerd, maar verlopen overeenkomstig de brandveiligheidsprocedure (“permis de feu”) en staan onder het toezicht van een daartoe opgeleide en uitgeruste persoon;
- het werfmateriaal dient te worden opgeslagen in een gesloten ruimte, op voldoende afstand van elke mogelijke bron van brandgevaar;
- verpakkingsmateriaal en puin wordt afgevoerd of op zijn minst uit de buurt gehouden van gebouwen en installaties waar brand kan overslaan.
Preventie betekent ook dat men rekening houdt met de mogelijke gevolgen van windstoten, hevige regen, enz. Kijk dus niet op als de algemene polisvoorwaarden regels in die zin bevatten: het gaat hier niet om lukraak gekozen tips, maar om contractuele verplichtingen die de verzekerde binden. Een verwittigd aannemer is er twee waard!
Een bouwwerf verzekeren is niet altijd makkelijk omdat u op zoek moet naar maatwerk. Vaak zijn er immers al bestaande verzekeringen lopende, zoals bijvoorbeeld die van de aannemer en de architect.
Nochtans is het een kwestie van gezond verstand om toch eens na te gaan of alles wel voldoende verzekerd is. Het gaat hier namelijk al snel over grote bedragen. En ook het risico is niet mis: de aannemer kan failliet gaan, er kan schade berokkend worden aan anderen (bijvoorbeeld aan een aanpalende woning), enzovoort.
Bovendien komt bij bouwen of verbouwen een heel aantal mensen kijken (aannemer, onderaannnemer, architect, bouwheer,…) en kan het lastig zijn om ingeval van schade de aansprakelijkheid aan te duiden.
Daarom bestaat er een verzekering specifiek voor bouwwerven: de verzekering «Alle Bouwplaats Risico’s».
Deze verzekering kan naargelang de voorwaarden dekken:
- De schade die aan de werf wordt toegebracht alsook aan de materialen en gereedschappen op de werf (die gewoonlijk niet verzekerd zijn door de aannemer) door natuurkrachten, een (gedeeltelijke) instorting, een brand of een ontploffing, diefstal of vandalisme, …
- uw burgerlijke aansprakelijkheid in verband met de bouwwerkzaamheden, dus voor zowel lichamelijke als materiële en immateriële schade die geleden wordt door anderen voor zover die schade verband houdt met de werken
- schade aan de woningen van buren als die het gevolg is van de bouwwerkzaamheden, zelfs indien deze correct werden uitgevoerd
Opgelet : het contract moet aangegaan zijn voor het aanvangen van de werken !
Zijn er ook beperkingen?
Het is niet ongebruikelijk dat het bouw- of verbouwproces langer duurt dan voorzien. Het is ook niet ondenkbaar dat u dan tijdelijk extra onderdak moet voorzien – bijvoorbeeld omdat uw huurovereenkomst al beëindigd is omdat u dacht te kunnen intrekken in de nieuwe of verbouwde woning. De kosten die daar verband mee houden zijn niet gedekt in een verzekering «Alle Bouwplaatsrisico’s».
Het is ook mogelijk dat een schadegeval zich heeft voorgedaan op uw werf en u daardoor inkomen verliest omdat ook uw zaak die u als zelfstandige uitbaat in het verbouwde of gebouwde pand zou moeten ondergebracht worden. Deze schade is doorgaans ook uitgesloten.
Brand Eenvoudige risico’s (40)
Uw verzekeringscontract bepaalt de duur van de periodes van langere of regelmatige afwezigheid (bijvoorbeeld 60 of 90 dagen per jaar) waarin de dekking niet geldt. Mogelijk is deze duurtijd korter voor waardevolle voorwerpen.
Kijk uw contract goed na en doe navraag bij uw verzekeraar. Als u langer afwezig zal zijn dan uw contract toelaat, vraag dan aan uw verzekeraar of hij een dekking kan voorzien tijdens de periode van afwezigheid dan wel deze beperking kan opheffen. Dat zal uiteraard zijn weerslag hebben op uw verzekeringspremie. Uw verzekeraar zal u eveneens vragen om extra diefstalpreventiemaatregelen te voorzien, zoals meerpuntssloten of een alarmsysteem.
Brand
Indien u in uw woning samenkomt met uw amateurkookclub en er zou brand uitbreken, dan wordt dat gedekt door uw brandverzekering, ongeacht of u die als huurder of als eigenaar afgesloten heeft. Hoewel u op kleine schaal te werk gaat en uw verzekeraar u dus waarschijnlijk geen hogere premie gaat vragen omdat u deze kookavonden organiseert, is het toch belangrijk dat u uw verzekeraar op de hoogte brengt van die activiteiten. Het is immers belangrijk dat die het risico juist kan inschatten.
Burgerlijke aansprakelijkheid van de deelnemers
Indien het ene lid van de kookclub per ongeluk een ander kwetst, is hij verantwoordelijk voor de geleden schade. De benadeelde kan dan een schadevergoeding eisen van degene die hem gekwetst heeft.
Indien het gaat om een privéaangelegenheid die niets te maken heeft met enige professionele of contractuele activiteiten, kan de deelnemer die aansprakelijk is een beroep doen op zijn familiale verzekering – ook wel BA Privéleven genoemd.
Die zal de lichamelijke letsels vergoeden, alsook de materiële schade, hoewel de meeste polissen een vast deel van de materiële schade - dat is de franchise of vrijstelling – ten laste van de aansprakelijke laten.
U doet er als organisator dus goed aan uw deelnemers te informeren over het belang van de familiale verzekering in deze.
Burgerlijke aansprakelijkheid van de organisator
Uiteraard moet ook uw eigen aansprakelijkheid gedekt zijn. Wanneer de kookavonden een hobby zijn en zich dus volledig afspelen in de privésfeer en u er geen voordeel uit haalt, zal uw familiale verzekering ook uw aansprakelijkheid dekken. Om uit te maken of dat werkelijk het geval is, moet u contact opnemen met uw verzekeraar.
U zal hem allicht moeten informeren over het aantal deelnemers, de plaats van de activiteiten, de regelmaat, de omstandigheden, de eventuele vergoedingen of verdeling van de kosten, enzovoort. Op basis van die gegevens zal hij uitmaken of uw burgerlijke aansprakelijkheid tijdens de kookactiviteiten gedekt is. Indien hij besluit dat het toch een professionele activiteit is, zal u een verzekering BA Uitbating moeten afsluiten.
Toch graag extra bescherming?
Hoewel het niet verplicht is, kan u indien u wenst ook een specifieke verzekering afsluiten die tussenkomt voor de schade ingeval dat uw deelnemers elkaar per ongeluk kwetsen. U bevindt zich dan binnen de reeks verzekeringen die bestaan voor verenigingen. Een dergelijke polis vergt maatwerk. U contacteert daarvoor best uw verzekeraar.
U hebt er goed aan gedaan uw verzekeraar van de veranderingen in uw huis op de hoogte te brengen, met de vraag uw polis aan te passen. De verzekeraar heeft vanaf de datum van kennisneming één maand de tijd om de aangevraagde wijziging te weigeren. Reageert hij niet, dan wordt de wijziging beschouwd als aanvaard (artikel 26 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst).
Wanneer de verzekeraar niet reageert, betekent dit alleen dat hij vindt dat de kans dat het verzekerde risico voorvalt, niet gevoelig en duurzaam gestegen is, of zelfs verwaarloosbaar klein is. Maar opgelet : de verzekeraar kan bij een schadegeval wel nog de evenredigheidsregel toepassen.
Indien het om grote veranderingen binnenshuis gaat, doet u er goed aan na te trekken of de verzekerde waarde voor uw gebouw nog altijd overeenstemt met de heropbouwwaarde ervan. Is dat niet het geval, dan is het beter de verzekerde waarde op te trekken.
Als er geen courante waarde op de voorwerpen kan worden geplakt, of als het niet kan via betaalbewijzen, is de beste oplossing voor een verzameling een expert in te schakelen. Zijn verslag kan dan worden opgenomen in het verzekeringscontract. Wordt de verzameling uitgebreid dan moet het contract altijd worden aangepast.
Voor het sluiten van een brand- of diefstalverzekering moet in de meeste gevallen de waarde van de inboedel niet aangetoond worden. Alleen voor zeer waardevolle inboedels - de grens verschilt van maatschappij tot maatschappij - moet de waarde bepaald worden in samenspraak met de verzekeraar. Voor het verzekeren van zeer waardevolle voorwerpen, in een specifieke polis, wordt vaak een expertise-attest verlangd. In de andere gevallen zijn er verschillende mogelijkheden:
De verzekeringnemer bepaalt volledig zelf het te verzekeren bedrag. Hiervoor moeten geen bewijsstukken ter beschikking gesteld worden ;
De meeste maatschappijen zijn bereid om de evenredigheidsregel voor de inhoud niet toe te passen wanneer de waarde voor het gebouw vastgesteld werd op basis van een evaluatiesysteem (ook evaluatierooster genoemd) dat door hun ter beschikking gesteld werd, en het verzekerd bedrag voor de inhoud minimaal een bepaald percentage bedraagt (meestal is dit 30%) van het verzekerd bedrag voor het gebouw. De maximale schadevergoeding voor de inhoud is dan wel het verzekerde bedrag voor de inhoud ;
Sommige maatschappijen zijn bereid om, op basis van een evaluatiesysteem, de evenredigheidsregel voor de inhoud niet toe te passen én de totale schade te vergoeden ook als die hoger is dan het verzekerde bedrag.
De recuperatie van de vrijstelling is normaal het werk van de rechtsbijstandsverzekeraar, in zoverre die hiervoor dekking geeft. Contractuele geschillen, zoals dit, zijn meestal uitgesloten : het loont toch de moeite na te gaan wat uw brand- en familiale polis hierover bepalen. Zo er géén dekking is : blijven aandringen bij de aansprakelijke helpt soms. In extremis kan u zich desgevallend wenden tot de griffie van het vredegerecht.
Wij nemen aan dat over het bedrag van de schade een getekend schattingsverslag bestaat dat op 30.000 € besluit. Op basis hiervan heeft u zonder iets te moeten bewijzen recht op 80 % van deze som, hetzij 24.000 €. Voor het surplus moet u inderdaad een volledige wederopbouw kunnen bewijzen maar dit mag u met alle wettelijke middelen m.a.w. : u hoeft niet alles te bewijzen met officiële facturen : zodra de verzekeraar kan constateren dat de wederopbouw inderdaad op identieke wijze is gebeurd, zal u normaal niet te veel problemen hebben.
“Jeanette”, de hevigste storm in ons land sinds 1990, trof zonder onderscheid zowel gebouwen van inwonende eigenaars als huurwoningen. Het spreekt van zelf dat een huurder niet verantwoordelijk kan worden geacht voor de ontketende stormwinden. Hij zal zich dus alleen moeten wenden tot zijn eigen verzekeraar indien de storm zijn eigen huisraad heeft beschadigd.
De schade aan het gebouw daarentegen gaat enkel de eigenaar aan. Dat is een van de redenen waarom de eigenaar er alle belang bij heeft de gebouwen te verzekeren die hij verhuurt, zelfs wanneer de huurder een brandverzekering heeft gesloten (die enerzijds de huurdersaansprakelijkheid en anderzijds de huisraad van de huurder dekt). Er bestaan overigens verzekeringsformules die specifiek rekening houden met de relatie eigenaar-huurder.
De aansprakelijkheid van de huurder kan wel ingeroepen worden, wanneer hij de eigenaar niet snel genoeg inlicht over de schade aan het gebouw. In dat geval kan de laattijdige reactie van de huurder er immers toe leiden dat de door de storm veroorzaakte schade nog verergert.
Ook op een bouwwerf moet men de veiligheid voortdurend in het achterhoofd houden. Daarom nemen de verzekeraars in hun polissen preventieregels op die elementair kunnen klinken, maar hier geldt wellicht dat spreken goud is en zwijgen zilver.
Preventiemaatregelen zijn bijvoorbeeld:
- voor het begin van de werkzaamheden moeten de brandbestrijdingsmiddelen en meer bepaald de blustoestellen aanwezig en gebruiksklaar zijn;
- brandoefeningen worden niet geïmproviseerd, maar verlopen overeenkomstig de brandveiligheidsprocedure (“permis de feu”) en staan onder het toezicht van een daartoe opgeleide en uitgeruste persoon;
- het werfmateriaal dient te worden opgeslagen in een gesloten ruimte, op voldoende afstand van elke mogelijke bron van brandgevaar;
- verpakkingsmateriaal en puin wordt afgevoerd of op zijn minst uit de buurt gehouden van gebouwen en installaties waar brand kan overslaan.
Preventie betekent ook dat men rekening houdt met de mogelijke gevolgen van windstoten, hevige regen, enz. Kijk dus niet op als de algemene polisvoorwaarden regels in die zin bevatten: het gaat hier niet om lukraak gekozen tips, maar om contractuele verplichtingen die de verzekerde binden. Een verwittigd aannemer is er twee waard!
De Beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen beschikt niet over alle informatie over de verplichtingen die kunnen gelden inzake het onderhoud en de schoonmaak van verwarmingsinstallaties en schoorstenen. Deze materie valt immers onder bepalingen van federaal en lokaal niveau, en varieert in functie van het brandstoftype. Zij verwijst daarom naar de federaties uit de energiesector, de verdelers en de gemeentelijke overheid.
Assuralia kan zich evenmin uitspreken over de verplichtingen die voortvloeien uit een huurovereenkomst (of een vergelijkbaar bewoningscontract), hoewel de plichten die er uit voortvloeien voor de partijen bindend zijn.
Wat meer bepaald de brandverzekering voor particulieren betreft, is het niet gebruikelijk dat een verzekeringsonderneming uitdrukkelijk de schadegevallen uitsluit die zich zouden voordoen terwijl er recent geen onderhoud of schoonmaak van verwarmingsinstallatie en schoorsteen is geweest (men treft wél algemene uitsluitingen aan bij gebrek aan onderhoud en, bij schade door rookontwikkeling of roet vanuit een open haard). Gelet op het feit dat de contracten kunnen variëren naargelang de verzekeraar, is het wel goed even aandacht te besteden aan de uitsluitingen om er helemaal zeker van te zijn dat er nergens sprake is van een verplichting om de schoorsteen door een extern bedrijf te laten vegen. Als het contract er niets over zegt, dan geldt de dekking van de verzekeraar onverminderd.
Mocht er zich een schadegeval voordoen en de verzekeraar de indruk hebben dat een gebrek aan onderhoud of het niet laten vegen van de schoorsteen daar de oorzaak van is, dan bestaat wel de kans dat hij het contract daarna of tegen de eerstvolgende vervaldag opzegt en dat de daarna aangesproken verzekeraar navraag doet naar de reden van de opzegging. Om deze kiese toestand te vermijden, en omdat het om het huis en het leven van de bewoners gaat, blijft het echter aangewezen om met de nodige zorg tijdig onderhoud en schoonmaak te regelen.
Voor een overzicht van de verplichte verzekeringen verwijzen wij u naar de Controledienst voor de Verzekeringen. Deze neemt in zijn jaarverslag en op zijn website (www.cdv-oca.be) een lijst op van de verplichte verzekeringen.
Er zijn maar weinig zaakschadeverzekeringen die verplicht zijn. Doorgaans zijn vooral burgerlijke-aansprakelijkheids-verzekeringen verplicht; deze worden dan opgelegd door de gemeente, het Gewest of de federale overheid, afhankelijk van het bevoegdheidsniveau. Sommige verzekeringen zijn absoluut verplicht, terwijl andere een voorwaarde zijn om een toelating of overheidssubsidies te genieten.
In dit geval lijkt het ons om een bepaald soort van verzekering te gaan voor de dekking van de personen in een voor het publiek toegankelijk gebouw in geval van brand en ontploffing, zonder dat de burgerlijke aansprakelijkheid van de uitbater in het geding hoeft te zijn. Dit is een federaal opgelegde verplichting die inderdaad inhoudt dat de gemeente in kennis moet worden gesteld van de staat van verzekering van de goederen beoogd door de wet van 30 juli 1979 en zijn uitvoeringsbesluiten. De wet is meer bepaald van toepassing voor hotels en motels van een minimale capaciteit van vier kamers voor minstens tien personen.
Niet veel voor de lopende overeenkomsten. Deze voorzien in een vrijstelling van 5.000 frank, die geïndexeerd is en intussen ongeveer 200 euro bedraagt. Dit bedrag wordt in mindering gebracht van de vergoeding van de verzekeraar in geval van materiële schade. Het blijft ten laste van de verzekerde. Het is best mogelijk dat sommige verzekeraars de terminologie die zij in de overeenkomst gebruiken, wijzigen indien verwezen werd naar de wettelijke verplichting, aangezien deze verdwijnt.
Er wordt voortaan een grotere vrijheid voor de markt gecreëerd. Zo zullen de maatschappijen wellicht nog ruimschoots handhaven wat een courante gebruik geworden is, maar het is nu mogelijk een ander bedrag vast te stellen. Men moet wel beseffen dat een vermindering of een afschaffing van de vrijstelling zou moeten leiden tot veel forsere premies. De klant heeft natuurlijk de vrije keuze, maar een verzekeraar die een lage vrijstelling toepast, zal niet alleen voor een groter aantal schadeclaims tot vergoeding moeten overgaan, maar ook de dossierkosten en zelfs de fraudegevallen die ermee gepaard gaan, moeten dragen.
Omgekeerd zou de keuze voor een hogere vrijstelling die door sommige verzekeraars toegepast worden, kunnen leiden tot een besparing op de jaarlijkse premie, maar dit betekent dat de verzekeraar bij schade minder vaak of in een mindere mate zal moeten vergoeden.
Het komt er dus op aan te vergelijken wat men als premie bereid is te betalen en wat men bij schade als vergoeding verwacht.
Sinds 1 juli 2005 moeten de eigenaars de woningen die ze in Brussel verhuren, uitrusten met automatische rookmelders: een rookmelder moet geplaatst worden in elke afzonderlijke ruimte tussen de slaapkamer(s) en de buitendeur. De rookmelders moeten van het "optische" type zijn, dienen uitgerust te zijn met een batterij met een levensduur van meer dan vijf jaar en moeten gecertificeerd zijn door BOSEC of door een gelijkaardige geaccrediteerde Europese instelling.
De verplichte aanwezigheid van een geschikte rookmelder staat tot op heden in geen enkele brandpolis vermeld. De afwezigheid van een rookmelder in een privé-woning kan dus de vergoeding na brand of een andere door de woonverzekering gedekte schade moeilijk beïnvloeden. De verzekerde hoeft zich geen zorgen te maken, wat dat betreft.
Door uw nalatigheid (er gelden overigens ook wettelijke verplichtingen qua onderhoud van schoorsteen of controle van elektrische installatie) riskeert u misschien een boete en eventueel moeilijkheden als de aansprakelijkheid te berde komt indien een brand ook schade veroorzaakt bij derden, bij de buren bij voorbeeld.
U woont niet in het hoofdstedelijk gewest?
Opgelet, in Wallonië geldt een verplichting voor alle woningen vanaf 1 juli 2006. De Vlaamse overheid plant enkel aanmoediging van rookmelders via steden en gemeenten.
Waar u ook woont, in Brussel, Vlaanderen of Wallonië, de verzekeraars raden u ten zeerste aan een paar rookmelders te installeren. Voorkomen blijft beter dan genezen.
Assuralia steunde overigens de eerste sensibiliseringscampagne die het Brussels gewest hierover voerde vorig jaar.
Meer info www.brandwonden.be
Ter gelegenheid van de veertiendaagse van de veiligheid (van 3 tot 18 september), de FOD Binnenlandse Zaken heeft een folder uitgegeven die een aantal antwoorden geeft op deze vragen.De informatiecampagne die de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid organiseert ter gelegenheid van de veertiendaagse van de veiligheid in samenwerking met de brandweerdiensten heeft als titel "Huis in brand? Gebruik je verstand!".>De campagne legt het accent op het evacuatieplan dat elk gezin zou moeten hebben opgemaakt, ingeprent en minstens één maal per jaar ingeoefend, om in geval van brand de woning te kunnen ontvluchten.
Verder benadrukt de campagne het belang van het doorgeven van juiste en volledige informatie, ondanks alle haast: Waar brandt het? Is er een speciale toegang? Zijn er herkenningspunten in de directe omgeving? Zijn er slachtoffers? Zo ja, in welke toestand? Is er ontploffingsgevaar, gaslekgevaar, …. Al deze gegevens moeten het mogelijk maken om snel de meest geschikte hulpdiensten te sturen.De folder die al deze praktische tips samenvat, is gratis verkrijgbaar bij uw brandweerdienst
De elektrische installatie is niet zonder gevaar als ze niet conform is. Uit studies in de buurlanden blijkt dat 15 à 25% van de woningbranden veroorzaakt worden door elektriciteit. Zonder rekening te houden met het elektrocutierisico. Wat kan ik doen om deze risico’s te voorkomen?
Elektriciteit veroorzaakt meer ongevallen dan je op het eerste gezicht zou denken (letsels, brand). Elektrische installaties die niet aan de huidige normen beantwoorden, zijn een bron van gevaar:
• de beveiliging van een stroomkring (zekeringen of schakelaars) wordt niet altijd aan de laatste normen aangepast;
• door de toename van het aantal huishoudtoestellen kan er een overbelasting van de stroomkring ontstaan;
• vaak zijn er te weinig stopcontacten, vooral in keukens, wasplaatsen en woonkamers. Dat kan leiden tot een buitensporig gebruik van verdeelstekkers of tot het toevoegen van stopcontacten op bestaande kringen. Overigens zijn oude T stekkers (“kattekoppen”) intussen verboden;
• oude elektriciteitsinstallaties beschikken niet altijd over een differentieelbeveiliging en/of aardingsgeleiders, die bewoners niet alleen tegen brand maar ook elektrocutie beschermen;
• oude stopcontacten zijn niet altijd kindveilig; bij kindveilige stopcontacten kunnen er geen vreemde voorwerpen in de contactdoos.
Van de ongevallen die thuis kunnen gebeuren, heeft brand de zwaarste gevolgen. Elk jaar komen in België zo’n honderd mensen om in een woningbrand. Uit studies in de buurlanden blijkt dat 15 à 25% van de woningbranden veroorzaakt worden door elektriciteit. De oorzaak kan zowel liggen bij de elektriciteitsinstallatie (voeding van stopcontacten en lichtpunten) als bij een elektrisch toestel (tv, ijskast, …).
Brand die te wijten is aan de elektriciteitsinstallatie, ontstaat doorgaans door verhitting van draden of verbindingen. Elektriciteitsbedrading warmt op bij overbelasting (te groot verbruik ten opzichte van de kabeldoorsnede). Elektrische verbindingen (bijvoorbeeld bij de stopcontacten) die niet van goede kwaliteit zijn, worden warm. Neem geen risico’s en hou rekening met de volgende tips:
• vervang een zekering of een beveiligingsschakelaar nooit door één met een hogere capaciteit. Indien de beveiliging in werking treedt, betekent dit dat het circuit overbelast is. Wellicht zijn er een of meer toestellen te veel aangesloten waardoor de stroomkring het elektrische verbruik niet aankan. Als u de oorzaak van het probleem niet vindt, schakel de stroomkring dan uit en haal er een vakman bij;
• begin een defecte zekering nooit zelf te herstellen. Koop gewoon een nieuwe;
• vervang oude zekeringen zo veel mogelijk door automatische zekeringen van dezelfde capaciteit;
• laat een differentieelschakelaar installeren als die er nog niet is. Een dergelijke beveiliging voorkomt niet alleen bepaalde brandrisico’s maar ook elektrocutie;
• vermijd overbelasting van het circuit en gebruik geen stekkerdozen of andere verdeelstekkers. Door te veel apparaten aan te sluiten op één stopcontact kan het stopcontact of de stroomkring overbelast geraken, waardoor er oververhitting en brand kan ontstaan;
• gebruik lusterklemmen alleen voor verlichting. Voor andere elektrische apparaten zijn ze niet geschikt;
• leg nooit elektriciteitsdraden (of verlengkabels) onder een mat of tapijt. Vroeg of laat geraakt de kabel beschadigd, waardoor hij oververhit kan worden en het tapijt vuur kan vatten;
• zorg er bij spots in een vals plafond voor dat er boven en onder voldoende vrije ruimte is, aangezien dergelijke spots veel warmte afgeven;
• plaats nooit lampen met een hoger vermogen dan op de armatuur aangegeven staat;
• rol kabelhaspels bij gebruik volledig af en hou rekening met de vermelde maximumbelasting;
• gebruik kabels en andere elektrische leidingen die tegen de muur hangen nooit om voorwerpen aan op te hangen;
• kijk één keer per jaar de goede staat van uw elektriciteitsinstallatie na:
de staat van stopcontacten en lichtschakelaars. Een bruin of zwart gekleurde contactpen van een stopcontact wijst op oververhitting;
topcontacten, lichtschakelaars mogen niet los zitten;
eventuele loszittende verbindingen bij stopcontacten of lichtschakelaars;
de staat van zichtbare kabels en verlengsnoeren; …
Denk eraan gebreken onmiddellijk te (laten) herstellen.
• let op als u abnormale warmte vaststelt. Dat wijst altijd op een defect of een overbelasting;
• laat uw elektriciteitsinstallatie door een erkende instelling nakijken indien ze oud is of gewijzigd werd.
Brandgevaar bij elektrische apparaten ontstaat meestal door een defect in het apparaat zelf of door verkeerd gebruik. Neem deze tips in acht:
• laat een elektrisch apparaat dat niet goed werkt, meteen herstellen;
• kijk uit wanneer er uit het apparaat een verdachte geur of rook komt. Schakel het meteen uit en laat het door een vakman nakijken;
• plaats geen brandbare materialen bij apparaten die warmte afgeven, zoals elektrische radiatoren.
• leg nooit iets op apparaten die in werking zijn en daarbij warmte afgeven, zoals elektrische radiatoren en broodovens;
• laat inbouwkeukentoestellen door een vakman plaatsen. Om oververhitting te vermijden moet er immers voldoende vrije ruimte rond die toestellen zijn;
• vervang frietvet na vijf keer. Frietvet ontvlamt gemakkelijker naarmate het meer gebruikt is;
• verlaat het huis niet als er nog toestellen aanstaan (wasmachine, droogkast, tv, strijkijzer, oven, …);
• laat geen toestellen in de waakstand staan (tv of andere). Schakel ze volledig uit. Niet alleen bespaart u energie, maar u bent meteen zeker dat ze volledig uitstaan.
• leg niets op uw tv en plaats het toestel niet in een te kleine kast, omdat daar onvoldoende luchtcirculatie is. Plaats geen vaas met water boven uw tv; de kans is groot dat hij vroeg of laat omvalt.
Wees altijd op uw hoede voor brandgevaar, van welke origine dan ook: plaats rookmelders «zien link».
Zorg dat u thuis ook een brandblusser en een branddeken bij de hand hebt om een beginnende brand te kunnen bestrijden.
Ten aanzien van openbare gebouwen zijn er onzes inziens twee vormen van verzekering die met deze vraag te maken hebben :
- de eigenlijke brandverzekering, die als zaakschadeverzekering instaat voor de vergoeding van schade aan gebouw en inboedel ;
- de bijzondere aansprakelijkheidsverzekering bij brand en ontploffing in voor het publiek toegankelijke gelegenheden, die wettelijk verplicht is in hoofde van de exploitant van de bedoelde inrichtingen. Deze verzekering betreft de vergoeding van de schade die geleden is door de bezoekers van deze gelegenheden.
In beide gevallen zal de verzekeraar zijn contractuele verplichtingen ten aanzien van de verzekerde, c.q. de slachtoffers, moeten nakomen. Het is niet gebruikelijk dat specifieke uitsluitingen in de polissen opgenomen worden in verband met het al dan niet toelaten van het roken. Ga toch na, desnoods regelmatig, of de polissen die u aanbelangen geen vervalbeding bij overtreding van een rookverbod zouden bevatten, die de waarborg ongedaan maken bij schade ingevolge roken.
In het geval van de tweede verzekering zou een uitsluiting overigens ingaan tegen de bescherming die de wet aan de potentiële slachtoffers wil bezorgen : een vervalbeding zou dan niet tegenstelbaar zijn aan de slachtoffers.
In beide gevallen kan de verzekeraar – zelfs zonder uitdrukkelijke bepalingen ter zake - na tussenkomst wel een terugvordering instellen tegenover de partij die aansprakelijk zou zijn voor wat er gebeurde, op grond van de klassieke regels van art. 1382 B.W. : er moet een schuld zijn (nalatigheid van roker en/of organisatie…), er moet schade zijn en er moet een oorzakelijk verband bestaan tussen schuld en schade.
Tot zover deze algemene regels die meer zekerheid moeten bieden in verband met het optreden van de verzekeraars. Wij zijn niet nader ingegaan op de eventuele strafrechtelijke aspecten van het verzuim om reglementen na te leven, hetgeen niet tot onze bevoegdheid hoort.
De voorwaarden die verzekeringsondernemingen hanteren, kunnen afwijken van wat de wet voorschrijft, aangezien dit maar een verplicht minimum is.
In dit geval kunnen voertuigen uitgesloten worden, alsook, wat kelders betreft, de goederen die zich op minder dan 10 cm boven de grond bevinden (in de praktijk is dat ongeveer de hoogte van een pallet), behalve verwarmings-, elektriciteits- en waterinstallaties die er blijvend zijn bevestigd.
De wet omschrijft trouwens wat we onder kelder moeten verstaan: het gaat om een vertrek waarvan de grondoppervlakte zich bevindt op meer dan 50 cm beneden het niveau van de hoofdingang die naar de woonvertrekken van het gebouw leidt. De kelderlokalen die blijvend als woonvertrekken of voor de uitoefening van een beroep zijn ingericht, vallen hier niet onder.
Uw vraag biedt de gelegenheid om enkele elementaire begrippen op een rijtje te zetten:
-
het afsluiten van een brandverzekeringscontract is niet wettelijk verplicht;
-
bepaalde contracten kunnen wel een beding inhouden dat een van de partijen verplicht een brandverzekering aan te gaan. Dat geldt met name voor leningen om een onroerend goed te verwerven: de kredietverlener kan eisen dat het gebouw dat de onderpand is van de lening, verzekerd wordt tegen brand en verwante gevaren op kosten van de ontlener. Dat geldt ook uit hoofde van huurovereenkomsten die de huurder verplichten zijn aansprakelijkheid als huurder in geval van brand te verzekeren. Dit is des te meer aan te bevelen, daar de huurder bij brand op grond van wettelijke vermoedens voor de schade moet instaan behalve in een aantal specifieke gevallen.
-
de huurder maakt voor zichzelf uit of hij zijn eigen inboedel verzekert of niet;
-
de verhuurder doet er goed aan zijn gebouw alsnog te verzekeren wanneer de huurder zijn aansprakelijkheid verzekerd heeft: de huurder hoeft immers niet in te staan voor omstandigheden die niet aan hem gelegen zijn en waarvoor er geen wettelijk vermoeden op hem rust;
-
sommige verzekeringsformules bieden de mogelijkheid om in de polis van de verhuurder een afstand van verhaal op te nemen. Dat betekent dat de verzekeraar van de verhuurder deze laatste schadeloos stelt zonder een verhaal uit te oefenen op de huurder. Let er wel op, dat deze verzekering ook de schade aan de buren en andere derden dekt, anders dreigt de huurder toch nog geconfronteerd te worden met eisen tot schadevergoeding, waar hij niet voor verzekerd is;
-
let op het feit dat brandverzekeringen van de eigenaar in hun tussenkomst uitgaan van de kosten van herstel of wederopbouw, terwijl aansprakelijkheidsverzekeringen slaan op het teruggeven van het gebouw in de staat waarin het verkeerde, wat doorgaans minder zal zijn.
De wetgeving eist dat alle verzekeraars die in België de tak "Brand Eenvoudige Risico's" beoefenen, de dekking van de door hen aangeboden verzekeringsovereenkomsten uitbreiden tot de natuurrampen zoals die omschreven worden door de wet van 17 september 2005.
We kunnen er dus al direct op wijzen dat het niet gaat om de vraag of delen van die dekking al dan niet in de overeenkomsten moeten worden opgenomen, bijvoorbeeld volgens de waarschijnlijkheid dat een bepaalde natuurramp zich al dan niet voordoet. Het gaat immers om een verplichte dekking in een overeenkomst die zelf niet wettelijk verplicht is. Dat geldt overigens al voor andere gevaren die systematisch in de brandverzekering zijn opgenomen, zoals storm of aanslagen en arbeidsconflicten.
De wetgever heeft voor die dekking geen prijs vastgesteld. Er heerst dus concurrentie onder de verzekeringsondernemingen, die een premieschaal kunnen vastleggen die de kans op schade voor die dekking weergeeft, of een uniforme prijs kunnen bepalen die voor hun hele portefeuille geldt. Het staat die ondernemingen ook vrij om, bovenop wat wettelijk is voorgeschreven, aanvullende dekkingen aan te bieden en daar in de premies rekening mee te houden.
Omdat de wetgeving ervoor wil zorgen dat alle bestaande gebouwen verzekerbaar zijn, heeft ze een Tariferingsbureau opgericht dat samengesteld is uit vertegenwoordigers van de verzekeraars en van de consumenten. Dat Bureau moet het tarief vaststellen voor de risico's die de verzekeraars weigeren te dekken omdat ze in te grote mate aan een in de wet bedoelde natuurramp (90 € voor een gebouw van 100.000 €) zijn blootgesteld. Dat tarief is vastgesteld op 0,9 pro mille van het verzekerde kapitaal. Zodoende is dat ook de maximumprijs voor de wettelijke dekking.
De wetgever heeft de verzekering tegen natuurrampen verplicht gemaakt via de brandverzekeringen "eenvoudige risico's" om tussen alle verzekerden een vorm van solidariteit te organiseren; hierdoor kan een schadeloosstelling gegarandeerd worden in geval van schade aan de meest blootgestelde gebouwen, waarvoor tot nu toe een beroep moest worden gedaan op een ontoereikend geachte tegemoetkoming van het Rampenfonds.
Om de relatieve impact te berekenen van de premie die met de nieuwe dekking overeenkomt, is het nodig de kenmerken van de aanvankelijke dekkingen te kennen. Het evenredig aandeel van de nieuwe dekkingen in de totale prijs zal echter afhangen van de omvang van de basisdekkingen: het zal groter zijn voor een polis die beperkte dekkingen bevat dan voor een polis die bijvoorbeeld uitgebreid is tot diefstal en andere aanverwante risico's.
Assuralia hoopt dat de lezer met deze toelichting een beter inzicht krijgt in de context van de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen en verwijst voor meer technische uitleg naar de publicatie "To the Point" op de website www.assuralia.be.
Wanneer uw verzekeraar schade vergoedt die door de verzekering gedekt is (bijvoorbeeld waterschade), heeft hij het recht de franchise toe te passen waarin de polis voorziet. Hij voert dan het verzekeringscontract uit overeenkomstig de wetgeving. Het feit dat de schade het gevolg is van een schadegeval bij uw buurman, verandert niets aan zijn schadevergoeding.
U kunt, eventueel via uw rechtsbijstandverzekeraar, het bedrag van de franchise van uw buurman vorderen. Het burgerlijk wetboek verplicht hem immers de aan derden veroorzaakte schade volledig te vergoeden.
We wijzen er ten slotte op dat de franchise ook het beheer en de kosten uitspaart die verbonden zijn aan talloze kleine schadegevallen, zodat de franchise de te betalen premie vermindert.
Af en toe kennen we in onze contreien een stevig onweer. Dit kan gepaard gaan met donder en bliksem. Bliksemschade is een van de vaste waarborgen in elke woningverzekering maar je kan dergelijk onheil maar best voorkomen.
Wat kan men zoal doen om het risico op een blikseminslag zo klein mogelijk te houden? Enkele tips:
• Trek alle stekkers uit het stopcontact. Trek ook de kabels van de telefoon en distributie uit. Want alles wat binnenkomt en elektrische stroom geleidt, vormt een potentieel risico. De bliksem kan via die kabels het huis binnenkomen en brand veroorzaken in de computer, telefoon of huishoudelijke toestellen. Tijdens het onweer bel je dus beter niet met de vaste telefoon. De gsm is geen enkel probleem.
• Contact met metalen voorwerpen is af te raden. Blijf weg van metalen buizen die naar de grond leiden. Een blikseminslag kan overslaan.
• Een bliksemafleider op elk huis is aangeraden. Het is geen goedkope oplossing, maar vooral voor hoge huizen is een dergelijke geleider naar de grond geen overbodige luxe.
• Buiten blijft de auto de beste bescherming. Hij vormt een 'kooi van Faraday' die de bliksem afleidt naar de grond. Wie niet in de buurt van een auto is, gaat beter niet onder een boom staan. Ga ook niet schuilen onder een tent.
• De bliksem zoekt goede geleiders, en korte afstand. Bij onweer is het onverstandig om op een heuveltop onder een boom te gaan schuilen: de boom trekt de bliksem aan. Ook is het niet raadzaam zelf het hoogste punt in het landschap te zijn tijdens een onweer.
• De oude truc om te weten hoe ver het onweer verwijderd is, blijft geldig. Deel het aantal seconden tussen het zien van de bliksem en het geluid van de donderslag door drie. De uitkomst is het aantal kilometer dat het onweer van u verwijderd is.
Telt u tien seconden of minder, dan is de bui gevaarlijk dichtbij en zoekt u beter een veilige schuilplaats.
• Als de bliksem werkelijk dichtbij is en u geen veilig onderdak vindt, is het aangeraden om te hurken en de voeten zo dicht mogelijk bij elkaar te zetten.
• - Blikseminslag bij mensen komt niet veel voor, maar de gevolgen zijn ernstig . Soms heeft het de dood tot gevolg. De getroffen huid vertoont meestal brandwonden. Vaak stopt het hart tijdelijk of volledig door de elektrische schok, waarna ook de ademhaling uitvalt. Hierdoor lijden de hersenen zuurstofgebrek, met schade tot gevolg.
(bron: gezondheid.be)
Tijdens de winter doen zich heel wat schadegevallen voor die te wijten zijn aan water. De helft van de schadegevallen in het kader van de woningverzekering betreft waterschade!*
* het risico diefstal buiten beschouwing gelaten.
De omvang van waterschade voor uw woning en de inhoud ervan kan enorm oplopen: schade aan tapijten, behang, plafonds, parketten, meubels…
De multirisico-verzekeringspolissen bevatten meestal een onderdeel dat betrekking heeft op “waterschade” en dat onvoorziene door water veroorzaakte schade dekt.
Opgelet, in de verzekeringsovereenkomsten wordt een onderscheid gemaakt tussen “waterschade” en overstromingen! Waterinsijpeling en vloeistoflekken in uw woning zijn dus gedekt door de waarborg “waterschade”, maar schade ten gevolge van een natuurevenement zoals de overstroming van een waterloop wordt gedekt door de waarborg “natuurrampen”.
De belangrijkste oorzaken van waterschade zijn onder andere lekken in verouderde (roestige) leidingen of lekken veroorzaakt door vriesweer, overlopen van wasmachines of vaatwassers, waterinsijpeling via het dak en platte daken, overlopen van verstopte dakgoten, alsook vergeetachtigheid en onachtzaamheid (bijvoorbeeld overstroming door een openstaande kraan).
Enige waakzaamheid en regelmatig onderhoud zouden dergelijke schade gemakkelijk kunnen voorkomen. Het lijkt dan ook meer dan nuttig een aantal eenvoudige voorzorgsmaatregelen te vermelden zodat u binnenkort niet met de voeten in het water staat. En zeker nu de winter voor de deur staat en ons mogelijk vriestemperaturen te wachten staan.
De verzekeraars zijn nog niet vergeten dat tijdens de winter 1996-1997 meer dan 20.000 schadeaangiften - voor een totale som van bijna 32.000.000 euro - ingediend werden voor schade die gedekt wordt door de waarborg “waterschade” en die te wijten was aan het vriesweer. In 1984-1985 noteerden ze zelfs 40.000 schadegevallen.
|
Uit een kleine, onlangs door Assuralia bij de verzekeringsondernemingen uitgevoerde steekproef blijkt dat een waterschade gemiddeld 1.500 euro bedraagt. Hierbij enkele voorbeelden van typische gevallen die de verzekeraars de laatste weken te behandelen kregen met het bijhorende schadebedrag:
|
Over het algemeen doen gevallen van waterschade zich vooral voor in flatgebouwen. Water kan daar immers van de ene verdieping naar de andere stromen. Landbouwwoningen zijn dan weer minder kwetsbaar voor dergelijke schade dan andere gebouwen.
Welke voorzorgsmaatregelen kan u zoal nemen ?
Voorkom insijpeling van regenwater in uw woning:
- Laat nooit een raam open wanneer u uw woning verlaat en zeker geen dakvenster wanneer regenbuien worden verwacht;
- Zorg ervoor dat uw gevels in goede staat zijn, herstel spleten waarlangs regen kan binnendringen;
- Kijk regelmatig de staat van uw dak na, vooral na een storm of rukwinden;
- Ga na of er bij hevige regenval geen waterinsijpeling is via kapconstructies;
- Controleer of uw dakgoten en kroonlijsten in goede staat zijn evenals de afvoerbuizen voor regenwater;
- Maak regelmatig uw dakgoten schoon - vooral tijdens periodes waarin dode bladeren van de bomen vallen - en maak leidingen vrij.
Voorkom schade ten gevolge van vriesweer
- Isoleer of ledig aan vriestemperaturen blootgestelde waterafvoerbuizen tijdig, in het bijzonder buizen die leiden naar een waterkraan in een buitenmuur of de tuin, of naar in niet-verwarmde lokalen geïnstalleerde wasmachines;
- Wanneer een vertrek meerdere dagen leeg staat tijdens de winter (opgelet voor gesloten scholen en kinderdagverblijven of studenten die hun kot verlaten tijdens de eindejaarsfeesten of na de zittijd van januari!), ledig dan waterinstallaties en de centrale verwarming of zorg ten minste dat de temperatuur er voldoende hoog blijft zodat bevriezing voorkomen wordt;
- In geval van een te lage omgevingstemperatuur kan zich in de stookolieleidingen de vorming voordoen van paraffine, die de oorzaak kan zijn van het stilvallen van de verwarming of nog ergere schade kan veroorzaken;
- Voer een grondige controle uit zodra het begint te dooien en vergeet onbewoonde vertrekken van het gebouw niet (zolder, garage, berging…);
Over het algemeen:
- Controleer regelmatig de staat van de waterleidingen zodat lekken snel opgespoord worden. Een “lekkende” leiding zorgt voor 4 liter water per uur ofwel 700 liter na een week!
- Controleer de kleur van het water: geel of bruinachtig water dat uit de kraan stroomt na een periode waarin deze niet gebruikt werd, is een teken aan de wand. Dan is het best mogelijk dat de leiding aan de binnenzijde aan het roesten is. Indien u niets doet, zal de roestvorming op termijn zorgen voor gaten in de leiding.
- Ga de waterdichtheid van de afdichtingen rond douches en baden na zodat er geen water binnensijpelt wanneer ze gebruikt worden.
- Vochtplekken op muren en plafonds kunnen wijzen op een lek in ingemetselde leidingen.
- Kies bij voorkeur voor wasmachines en vaatwassers die uitgerust zijn met een anti-overloopsysteem en zet ze niet in werking wanneer u afwezig bent. Controleer regelmatig of de filters niet verstopt zijn;
- Hou kinderen in de gaten. Die spelen over het algemeen namelijk graag met water; - Maak er een gewoonte van het water in uw woning af te sluiten wanneer u meerdere dagen weg bent.
Uw woningverzekering neemt meestal ten laste:
- de reddingskosten die snel door de verzekerde gemaakt werden om een schadegeval te voorkomen of er de gevolgen van te beperken;
- de opzoekingskosten en kosten van herstel in de oorspronkelijke staat (openbreken en herstel achteraf van muren, vloeren, plafonds…) die nodig zijn om het lek in een ingemetselde leiding op te sporen en te herstellen. Ook de kosten voor het herstel worden dan door de verzekeraar gedekt.
- schade veroorzaakt door de huiszwam die zich in de woning geïnstalleerd heeft na een verzekerd waterschadegeval.
Worden meestal niet gedekt door de woningverzekering:
- de herstelling van de toestellen die het schadegeval hebben veroorzaakt (kapotte wasmachine, verwarmingsinstallatie stuk door het vriesweer,…);
- de herstelling van daken en platte daken waarlangs het water binnengesijpeld is;
- in bepaalde gevallen, de schade die te wijten is aan een gebrek aan onderhoud of voorzorg. Bijvoorbeeld: buitenverblijf dat zonder bescherming tegen de gevolgen van vriesweer wordt achtergelaten.
Naargelang van de verzekeringsovereenkomst kunnen waarborgen verschillen. Raadpleeg uw polis om te weten wat die precies dekt.
Het is overigens zo dat steeds meer verzekeringsondernemingen inspelen op de problemen van verzekerden die door dergelijke schadegevallen getroffen worden en hen bijstand "in natura” aanbieden door dringende herstellingen op zich te nemen.
|
Wat te doen bij schade? Bij schade moet u onverwijld het nodige doen om de schade te beperken.
Doe aangifte van het schadegeval bij uw verzekeraar:
|
U doet er goed aan het installeren van een brandstoftank aan uw verzekeraar te melden, zowel om pro forma zijn informatie over het verzekerde pand te vervolledigen, maar tevens om de waarde van het gebouw aan te passen indien de plaatsing van de tank een invloed heeft op de berekeningswijze van de premie zoals die in uw contract geregeld is.
Oorzaken van waterschade: opgelet met vriesweer!
Vriesweer kan waterleidingen in de buitenlucht of in onverwarmde lokalen doen barsten. Een lek door vriesweer is slechts één van de mogelijke oorzaken, natuurlijk. Andere belangrijke oorzaken van waterschade zijn onder andere waterinsijpeling via het dak en platte daken, overlopen van verstopte dakgoten, lekken in verouderde (roestige) leidingen, overlopen van wasmachines of vaatwassers, alsook vergeetachtigheid en onachtzaamheid, zoals een openstaande kraan. De helft van de schadegevallen in het kader van de woningverzekering – diefstallen even terzijde gelaten - betreft trouwens waterschade.
Beter voorkomen dan genezen
De omvang van waterschade voor uw woning en de inhoud ervan kan enorm oplopen (schade aan plafonds, meubels, tapijten, behang, parketten, enz.), om nog te zwijgen over de ongemakken die ermee gepaard gaan. Daarom is het belangrijk om enkele preventieregels in acht te nemen. U wilt weten wat u kan doen om zulk onheil te vermijden? Ga dan zeker eens kijken bij de preventiemaatregelen tegen waterschade.
Toch waterschade?
Maar als het dan toch zover is: welke waterschade is verzekerd en welke stappen moet u ondernemen na schade? Assuralia verduidelijkt en geeft een antwoord op enkele veel gestelde vragen:
Welke verzekering? Waterschade is gedekt door de woningverzekering. Die polis dekt meerdere gevaren (brand, ontploffing, stormschade,…) en onvoorziene schade door water aan woning en inboedel. De verzekering dekt ook de eventuele aansprakelijkheid van de verzekeringsnemer wanneer een schadegeval schade aan derden berokkent. In de verzekeringsovereenkomsten wordt een onderscheid gemaakt tussen “waterschade” en overstromingen! Waterinsijpeling en vloeistoflekken in uw woning zijn dus gedekt door de waarborg “waterschade”, maar schade ten gevolge van een natuurevenement zoals de overstroming van een waterloop valt onder de waarborg “natuurrampen”: dit kan bijvoorbeeld leiden tot verschillende franchises. Niet alleen de eigenaar maar ook de huurder van een woning heeft er alle belang bij een woningverzekering te sluiten. Behalve de inhoud dekt die verzekering ook de huurdersaansprakelijkheid ten aanzien van de eigenaar alsook zijn aansprakelijkheid ten aanzien van derden zoals de buren.
Wat is verzekerd? Naast de vergoeding van onvoorziene schade, die water aan de verzekerde goederen veroorzaakte, zorgt de woningverzekering voor de vergoeding van een hele reeks aanverwante kosten. Zo bijvoorbeeld de kosten om een schadegeval te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken alsook de kosten voor het openbreken en herstel achteraf van muren, vloeren, plafonds… die nodig zijn om het lek in een ingemetselde leiding op te sporen. Weet ook dat door de huiszwam veroorzaakte schade slechts gedekt is als die zich in de woning geïnstalleerd heeft na een verzekerd waterschadegeval.
Wat is niet verzekerd? Schade die te wijten is aan een gebrek aan onderhoud of voorzorg is niet gedekt, bijvoorbeeld een buitenverblijf dat zonder bescherming tegen de gevolgen van vriesweer achtergelaten wordt. De herstelling van de toestellen of leidingen die het schadegeval hebben veroorzaakt (kapotte wasmachine, verwarmingsinstallatie stuk door vriesweer, door roest aangetaste leiding,...) is ook niet gedekt. De kosten voor de herstelling van daken en platten daken waarlangs het water binnengesijpeld is, zullen evenmin door de verzekering tegen waterschade vergoed worden.
Wat met een gehuurde woning? De eigenaar wordt door zijn verzekering vergoed voor de schade aan het gebouw. De huurder wordt door zijn verzekering vergoed voor de schade aan zijn inboedel. De verzekeraar van de eigenaar kan een terugvordering instellen (verhaal uitoefenen) tegen de huurder als het schadegeval te wijten is aan de fout van de huurder of aan fouten en gebreken die hem aangerekend kunnen worden (kraan laten openstaan, kapotte wasmachine van de huurder, bladeren die niet uit de dakgoten gehaald zijn,…). De huurder kan dan de tussenkomst vragen van de dekking “huurdersaansprakelijkheid” van zijn verzekering om de verzekeraar van de eigenaar terug te betalen. Omgekeerd, als meubels van de huurder beschadigd worden ten gevolge van insijpeling via het dak, dan zal de verzekeraar van de huurder de schadevergoeding terugvorderen van de eigenaar. Die zal dan de aansprakelijkheidsdekking van zijn eigen verzekering aanspreken om de verzekeraar van de huurder terug te betalen. Overigens wordt krachtens art. 1732 van het Burgerlijk Wetboek de huurder als aansprakelijk beschouwd voor de beschadigingen aan het gehuurde goed tenzij hij bewijst dat die buiten zijn schuld hebben plaatsgehad.
Wanneer het van de buur komt? De verzekeraar van het slachtoffer vergoedt zijn verzekerde op basis van zijn waarborg. Hij zal de vergoeding dan terugvorderen van de aansprakelijke buur. Het luik BA (burgerlijke aansprakelijkheid) van de woningverzekering (verhaal van derden of BA-gebouw), of, bij gebrek daaraan, de verzekering BA-privéleven (familiale verzekering) van de buurman zal de verzekeraar van het slachtoffer terugbetalen.
En wat bij mede-eigendom? Bij mede-eigendom is het gehele gebouw gedekt door een collectieve verzekering gesloten door de gebouwbeheerder die optreedt als wettelijke vertegenwoordiger. Het gebouw, de aansprakelijkheid ten aanzien van de andere mede-eigenaars en ten aanzien van derden zijn eveneens gedekt door de collectieve polis. Iedere mede-eigenaar betaalt een deel van de premie van de collectieve polis dat in verhouding staat tot zijn aandeel in het gebouw.
Wat te doen bij schade? U dient alle nodige maatregelen te treffen om de oorzaak van de waterschade weg te nemen en de inhoud te beschermen tegen de werking van het water.
Doe zo snel mogelijk aangifte van het schadegeval bij uw verzekeraar. Voor een aantal dringende maatregelen heeft hij trouwens vaak bijstanddekkingen de polis voorzien die meteen hulp bieden. De schade moet geëvalueerd worden: stel een lijst op met de beschadigde goederen, neem foto’s, vraag herstellingsbestekken… Hou de beschadigde voorwerpen en de facturen voor noodzakelijke dringende herstellingen ter beschikking van de verzekeraar.
De omvang van waterschade is vaak enorm. Gelukkig kunt u zich heel wat ellende besparen als men enkele voorzorgsmaatregelen treft. Hieronder geeft Assuralia een overzicht. Heeft u toch waterschade? Dan wilt u vast weten wat er juist wel en niet verzekerd is en welke stappen u moet ondernemen om een vergoeding van uw verzekeraar te bekomen.
Voorkomen van insijpeling van regenwater:
- Laat nooit een raam open wanneer u uw woning verlaat en zeker geen dakvenster wanneer er ook maar enige kans op regen bestaat;
- Zorg ervoor dat uw gevels in goede staat zijn, herstel spleten waarlangs regen kan binnendringen;
- Kijk regelmatig de staat van uw dak na, vooral na een storm of rukwinden;
- Ga na of er bij hevige regenval geen waterinsijpeling is via kapconstructies;
- Controleer of uw dakgoten en kroonlijsten in goede staat zijn evenals de afvoerbuizen voor regenwater;
- Maak regelmatig uw dakgoten schoon — vooral tijdens periodes waarin dode bladeren van de bomen vallen.
Voorkomen van schade ten gevolge van vriesweer
- Isoleer of ledig aan vriestemperaturen blootgestelde watertoevoerbuizen tijdig, in het bijzonder buizen die leiden naar een waterkraan in een buitenmuur of de tuin, of naar in niet-verwarmde lokalen geïnstalleerde wasmachines;
- Wanneer een vertrek meerdere dagen leeg staat tijdens de winter (opgelet voor gesloten scholen en kinderdagverblijven of studenten die hun kot verlaten tijdens de eindejaarsfeesten of na de zittijd van januari!), ledig dan waterinstallaties en de centrale verwarming of zorg ten minste dat de temperatuur er voldoende hoog blijft zodat bevriezing voorkomen wordt;
- In geval van een te lage omgevingstemperatuur kan zich in de stookolieleidingen paraffine vormen, die de oorzaak kan zijn van het stilvallen van de verwarming of nog ergere schade kan veroorzaken;
- Voer een grondige controle uit zodra het begint te dooien en vergeet onbewoonde vertrekken van het gebouw niet (zolder, garage, berging…).
Over het algemeen:
- Controleer regelmatig de staat van de waterleidingen zodat lekken snel opgespoord worden. Een “lekkende” leiding zorgt voor 4 liter water per uur ofwel 700 liter na een week!
- Controleer de kleur van het water: geel of bruinachtig water dat uit de kraan stroomt na een periode waarin deze niet gebruikt werd, is een teken aan de wand. Dan is het best mogelijk dat de leiding aan de binnenzijde aan het roesten is. Indien u niets doet, zal de roestvorming op termijn zorgen voor gaten in de leiding;
- Ga de waterdichtheid van de (silicone) afdichtingen rond douches en baden na zodat er geen water binnensijpelt wanneer ze gebruikt worden;
- Let op voor vochtplekken op muren en plafonds: die kunnen wijzen op een lek in ingemetselde leidingen;
- Kies bij voorkeur voor wasmachines en vaatwassers die uitgerust zijn met een anti-overloopsysteem en zet ze niet in werking wanneer u afwezig bent. Controleer regelmatig of de filters niet verstopt zijn;
- Hou kinderen in de gaten. Die spelen over het algemeen namelijk graag met water;
- Maak er een gewoonte van het water in uw woning af te sluiten wanneer u meerdere dagen weg bent
Een gasgeur is altijd een alarmsignaal, ook al gebruikt u geen aardgas bij u thuis want de geur kan afkomstig zijn van een lek in de gasleiding bij u in de straat. Hieronder vindt u een aantal tips:
- Open deuren en vensters van kamers waar u gas ruikt;
- Maak geen vonken, gebruik geen elektrische schakelaars (verlichting, bel, zaklamp), geen lucifers of kaarsen, enz…, rook niet;
- Sluit de kraan van de aardgasmeter, maar alleen als dit kan zonder het licht te moeten aansteken;
- Telefoneer niet vanuit de woning, noch met een vast toestel noch met een gsm;
- Ontruim het gebouw en bel buitenshuis de hulpdiensten en verwittig de aardgasmaatschappij (hun telefoonnummer staat op uw factuur, hou het bij de hand).
Het is gebruikelijk dat brandverzekeringspolissen ook waarden als bankbiljetten, muntstukken, cheques of andere financiële effecten dekken. Vaak zijn de dekkingen voor die waarden echter beperkt door in de verzekeringsovereenkomst opgenomen voorwaarden. Die beperkingen kunnen variëren naar gelang het contract. Het kan gaan om:
- forfaitaire bedragen (1.000 euro, 2.500 euro,…);
- bedragen die vastgesteld worden op basis van een verhouding tot alle als inhoud verzekerde waarden (bijvoorbeeld 5% van de verzekerde waarde);
- grotere sommen als het geld of de effecten in een kluis bewaard worden.
Het is dus gevaarlijk om al uw spaargeld onder een matras of in een andere geheime bergplaats te bewaren. Ook al hebt u een kluis, weet dat uw verzekering beperkt is en dat bankdeposito’s, die door de ter zake ingestelde waarborg beschermd zijn, en bankkluizen veruit de veiligste keuze zijn voor uw financiële vermogen.
Voor uw veiligheid moet u als eigenaar van een woning kunnen beschikken over een verzekerd bedrag dat overeenstemt met de kostprijs om het gebouw te laten heropbouwen. Deze nieuwwaarde wordt bij het sluiten van de brandverzekering berekend op uw bestaande woning.
Als u een verbouwing uitvoert die de waarde of de indeling van uw huis significant beïnvloedt, is het noodzakelijk dat u dat laat weten aan uw brandverzekeraar. Anders riskeert u onderverzekerd te zijn.
Indien bij een schadegeval blijkt dat u onderverzekerd bent, is de verzekeraar genoodzaakt de evenredigheidsregel toe te passen tenzij uw polis de toepassing van deze regel tempert. Hoe dat gebeurt, kan u uitmaken uit onderstaand voorbeeld:
Stel, u heeft uw brandverzekering gesloten op het ogenblik dat het 120.000 euro waard was. Inmiddels heeft u verbouwingen verricht waardoor uw huis nu in feite 140.000 euro waard is tegen nieuwwaarde. U heeft een schadegeval dat gedekt door de brandverzekering en de schade wordt geraamd op 20.000 euro. De verzekeraar zal volgende berekening maken:
20.000 X 120.000/140.000 = 17.142,86 euroIndien u de geleden schade volledig wil herstellen en de beschadigde delen terugbrengen in de oorspronkelijke staat, komt u bijna 3.000 euro tekort. U leest het: u kunt uw brandverzekeraar (of makelaar) maar beter op de hoogte brengen van iets dat de waarde van uw huis heeft doen stijgen.
Opgelet: Indien het omgekeerde gebeurt en u bent oververzekerd, kan u mogelijk een lagere premie bekomen voor uw brandverzekering, maar u zal nooit méér vergoed krijgen dan de eigenlijke schade. De brandverzekering is immers een schadeverzekering en dient dus enkel en alleen om de schade te vergoeden en niet om u te verrijken.
Indien u slachtoffer bent van een diefstal, moet u meteen klacht indienen en een proces verbaal laten opmaken door de politie. Vraag aan de politie een attest van de klachtneerlegging.
Vervolgens moet u het schadegeval melden aan uw verzekeraar. Maak het attest dat u van politiediensten kreeg aan hem over. Stel een lijst op van de verdwenen voorwerpen en verzamel zoveel mogelijk informatie die de waarde van de gestolen goederen bevestigen, zodoende kan u ervoor vergoed worden, zoals hieronder aangegeven. Sommige zaken of schadegevallen worden doorgaans niet vergoed.
Om de afhandeling van een mogelijke diefstal vlot te laten verlopen, heeft u er alle belang bij preventief een lijst op te stellen van wat u bezit. Daarbij vermeldt u best:
- het merk
- het type
- de datum van aankoop
- de waarde van de aankoop
Hou tevens de bewijsstukken, zoals facturen, inventarissen van een erfenis, nota’s van uw kredietkaart,… zorgvuldig bij. Van objecten van grote waarde, zoals juwelen of exclusieve voorwerpen, zijn ook authenticiteitscertificaten of garantiebewijzen alsook foto’s belangrijk als bijkomende bewijzen. Ze vergemakkelijken het opstellen van een lijst van de gestolen voorwerpen.
Op de website van Assuralia vindt u in de rubriek brand en diefstal een volledig dossier over diefstalpreventie alsook hyperlinks naar lijsten met door INCERT gecertificeerde veiligheidsproducten en –ondernemingen.
Wat dekt de diefstalverzekering?
De dekking diefstal en vandalisme is een optionele waarborg in de woningverzekering. Een diefstalverzekering vergoedt de schade die men kan lijden in geval van verdwijning of vernieling van de inhoud van de woning als gevolg van een inbraak of een poging tot inbraak of als gevolg van vandalisme. De diefstalverzekering brengt enkele verplichtingen met zich mee:
- Bepaling van de verzekerde waarden: het is u, de verzekerde zelf, die de waarde van de inhoud van zijn woning moet vaststellen. Doorgaans gebeurt dat via een evaluatiesysteem dat de verzekeraar ter beschikking stelt.
- De woning moet regelmatig bewoond worden. Voor de meeste polissen geldt dat u per jaar maximaal 90 nachten buitenshuis mag doorbrengen.
- De bewoners moeten een minimum aan preventieve voorzorgsmaatregelen nemen: deuren die toegang verlenen tot het huis moeten gesloten kunnen worden met een cilinderslot en alle ramen moeten gesloten zijn met sleutel indien er een slot op de ramen aanwezig is. Wanneer er sprake is van hoge verzekerde waarden, dan zal de verzekeraar een inspectie van de woning laten uitvoeren en indien nodig aanvullende preventiemaatregelen opleggen (bijvoorbeeld een antidiefstalsysteem)
Hoe worden de maximale dekkingen bepaald voor wat betreft de inhoud van de woning?
De maximumwaarde geldt, volgens de polis:
- per object
- voor het totaal aan juwelen
- voor het totaal aan geldwaarden, cheques,…
- voor de inhoud in de kelders, zolders en garages die zich in een appartementsgebouw bevinden waarvoor de verzekeraar gedeeltelijke dekking verleent
- voor de inhoud die zich in de aparte bijgebouwen bevindt (bv. tuinhuis)
- voor het totaal aan goederen die tijdelijk elders werden onderbracht dan in de eigen woning
Wat is niet (in elke polis) gedekt?
- diefstal van huisdieren
- diefstal van delen van het gebouw waarvoor demontage nodig is, meestal met werktuigen (bijvoorbeeld een uitgebroken schouw of trap)
- diefstal van voertuigen, aanhangwagens, caravans,… waarvan de cilinderinhoud groter is dan 49cc
- diefstal van objecten die zich buiten het gebouw bevinden
- diefstallen gepleegd door iemand die de woning mag betreden (zoals bijvoorbeeld huispersoneel) of dankzij de medeplichtigheid. Ook diefstallen door (naaste) familieleden worden doorgaans niet vergoed.
- diefstallen met geweld of bedreiging (homejackings) worden wel gedekt door de diefstalverzekering maar de tussenkomsten kunnen beperkt zijn.
Het is nooit te laat om even stil te staan bij de inbraakveiligheid van uw huis. Hier geldt: beter voorkomen dan genezen. Batibouw biedt een ideale gelegenheid om raad te bieden voor wie inbrekers slimmer af wil zijn.
Inbraakveiligheid is in de eerste plaats een kwestie van goede gewoontes. Dat zijn dus de “organisatorische voorzorgen” die u kan nemen zonder er een eurocent aan te spenderen. Daarnaast zijn er nog heel wat mechanische en elektronische voorzorgen die van uw huis een veilige haven kunnen maken.
Maar wat moet u doen inzake verzekeringen indien er toch ingebroken is? Dat leest u hier.
Organisatorische voorzorgen
Deze voorzorgsmaatregelen zijn eenvoudig en kosten niets. Toch gaat het om een essentiële stap om zich te beschermen tegen inbraak. Enkele voorbeelden:
- Ga verstandig om met sleutels, laat ze niet rondslingeren, verberg ze niet onder de deurmat, enzovoort
- meet uzelf de discipline aan om ramen en deuren te vergrendelen wanneer u het huis verlaat
- laat niet zien dat u er niet bent (steeds afgelaten rolluiken, niet geledigde brievenbussen,…)
- verhoog de zichtbaarheid van uw huis om te vermijden dat dieven hun slag kunnen slaan zonder opgemerkt te worden
- laat geen ladders of werktuigen rondslingeren rond het huis die de dief zouden kunnen helpen bij zijn misdaad
- verberg waardevolle voorwerpen, eventueel in een safe
Mechanische voorzorgen
Mechanische voorzorgen moeten de dief de toegang tot de woning ontzeggen. Het draait hier dus voornamelijk om deuren, ramen en sloten. Zowel de voor- als de achterzijde van uw huis zijn kwetsbaar. Zo’n 30% van de inbraken gebeurt immers via de voorzijde, 70% via de achterzijde.
Een inbraak is zo gebeurd. Gemiddeld duurt ze zo’n 5 minuten: na één minuut is de dief binnen, waarna hij gemiddeld 3 minuten besteed aan het meegraaien van de buit en nog eens een minuut gebruikt hij om het huis weer buiten te geraken. Hoe langer de inbraak duurt, hoe meer risico hij loopt om op heterdaad betrapt te worden.
Wanneer de dief er niet in slaagt de woning binnen te dringen in drie minuten, waagt hij zijn kans elders. Stevige deuren met meerpuntssloten met een veiligheidscylinder die niet verder dan 2mm uit het rozet uitsteekt zijn dus een must.
Ook de ramen kunnen maar beter een stevige structuur hebben, en bij voorkeur ook voorzien van meerpuntige sloten en met een via een sleutel vergrendelbare hendel. Indien deze niet voorzien zijn, kan u aanvullende hendels laten installeren. Voor schuiframen bestaat er een heel eenvoudig middeltje: om het openen te verhinderen kan men een houten lat ter breedte van het gedeelte dat open kan in het raamkader leggen.
Vergeet ook zeker de garagepoort niet. Door middel van een kleine ijzeren staaf in de kan rails verhinderen dat de poort nog opengaat.
Koepels en kelderramen kunnen dan weer beschermd worden met goed bevestigde metalen roosters.
Elektronische maatregelen
U kan ook een installatie plaatsen die binnendringing automatisch detecteert. Dan spreekt metn van een antidiefstalinstallatie, welke een aanvulling kan zijn op de organisatorische en mechanische voorzorgsmaatregelen.
Een antidiefstalsysteem heeft een ontradend effect op de dief. Op zich verhindert het systeem niet dat de dief binnen geraakt maar in dergelijk geval zal de centrale een sirène activeren (binnen en buiten de woning), de eigenaar(s) verwittigen of komt een telebewakingscentrale langs.
Het is alleszins belangrijk dat u beroep doet op kwaliteitsproducten van erkende ondernemingen.
Voor wat betreft mechanische voorzorgsmaatregelen, kan u op de website van ANPI een lijst vinden van gecertificeerde deuren en sloten.
INCERT is een kwaliteitslabel voor elektronische antidiefstalsystemen en beveiligingsondernemingen. Lijsten van de gecertificeerde producten en ondernemingen vindt u op de website van incert.
Bovendien kan u rekenen op een fiscale aftrek voor een bedrag van 690 euro wanneer u investeert in de beveiliging van uw woning tegen inbraak en brand. Alle informatie daaromtrent, vindt u op de website van de FOD Binnenlandse Zaken.
Ja. De risico’s die een huurder loopt, zijn talrijk en belangrijk. Zelfs als de eigenaar een woningverzekering niet oplegt in de huurovereenkomst, hebt u er alle belang bij een woningverzekering te sluiten (brand en diefstal):
- Zodat uw meubels en andere persoonlijke goederen verzekerd zijn tegen beschadiging of verlies.
- Zodat uw huurdersaansprakelijkheid gedekt is. De huurder is immers aansprakelijk, tenzij hij het tegendeel kan bewijzen, voor alle schade die veroorzaakt wordt aan de woning. Deze woning moet hij op het einde van de huurovereenkomst teruggeven in de staat waarin hij ze ontvangen heeft. Bij brand kan die schade enorm zijn. Het volstaat niet dat de woning tegen brand verzekerd is door de eigenaar. Immers, wanneer de verzekeraar van de eigenaar hem zal vergoed hebben voor de schade aan het gebouw, zal hij zich tegen de huurder keren die verondersteld wordt aansprakelijk te zijn om zo de schadevergoeding die hij aan zijn verzekerde betaald heeft te recupereren.
- Zodat uw aansprakelijkheid ten aanzien van derden (bijvoorbeeld de buren) verzekerd is. Als de huurder in zijn woning een brand veroorzaakt die overslaat naar de woning van de buurman en die vernietigt, zal hij aansprakelijk gesteld worden voor de door de buur geleden schade. De buur of zijn verzekeraar zal zich tegen de huurder keren om het schadebedrag te recupereren.
We weten dat de Belg geboren is met een baksteen in de maag. Bewijs daarvan is dat hij regelmatig zelf een handje helpt. De vakantieperiode is de gelegenheid bij uitstek om grote werken uit te voeren.
Daarbij mag echter het aspect veiligheid niet uit het oog verloren worden. Zeker wanneer men gereedschap of producten gebruikt die brandgevaarlijk zijn.
- Werken met vuur - Algemeen
Oude verflagen weghalen met een thermische verfstripper op gas, autogeen lassen of vlambooglassen, metaal snijden of slijpen met een slijpmachine,…allemaal werkzaamheden waarbij het risico op brand reëel is.
- Zorg ervoor dat er zich geen brandbare materialen in de onmiddellijke omgeving bevinden.
- Zorg ervoor dat u een brandblusser of een emmer water en een branddeken of een natte doek binnen handbereik hebt.
- Doe werkhandschoenen en een werkbril aan.
- Draag geen kledij uit zeer ontvlambare synthetische vezels of die te wijd zit.
- Vraag ook aan de kinderen om niet in de onmiddellijke buurt te spelen…
- Wanneer de werken klaar zijn, zorg er dan voor dat al het gereedschap of alle machines die u gebruikt hebt uitgeschakeld zijn. Zorg er ook voor dat er geen warmtebron meer is die voor vuur kan zorgen.
- Blijf op de werkplaats of keer terug een half uur nadat u gestopt bent met uw werkzaamheden om na te gaan of alles normaal is.
- Een oude verflaag weghalen met een thermische verfstripper
Oude verf weghalen kan «thermisch» of «chemisch».
- Als u ervoor kiest thermisch te strippen, kan u misschien beter opteren voor een elektrische verfstripper op hete lucht in de plaats van één op gas met een rechtstreekse vlam. In beide gevallen kunnen gecarboniseerde verfbladders door de grote hitte vuur vatten. Het risico is echter veel groter wanneer u met een gasbrander werkt. De gasbrander moet eveneens altijd verticaal gehouden worden, zo niet kan er vloeibaar gas ontsnappen, dat een oncontroleerbare steekvlam kan veroorzaken.
- U voert binnen werken uit:
- Maak het vertrek zo leeg mogelijk
- Ventileer goed.
- Pas op voor kieren en andere spleten waarlangs de vlam zou kunnen overslaan naar materialen die zich achter het element bevinden dat u afbrandt, in het bijzonder sommige brandbare isolatiematerialen.
- Vermijd om in elkaar geschoven «planchetten» op een muur of een plafond af te branden: het risico dat het vuur overslaat naar een achterliggende drager via een kier tussen twee, slecht in elkaar geschoven planchetten is immers groot.
- Solderen
- Soldeerwerken voert u bij voorkeur buiten uit.
- Soldeer alleen op hittebestendige ondergrond.
- Bij het vlambooglassen kunnen vonken meerdere meters ver wegspatten. Hou daar rekening mee.
- Bij autogeen lassen loopt de temperatuur enorm op. Daarvoor is een zekere ervaring nodig. U kan die techniek best niet gebruiken als u die niet beheerst.
- Metaal snijden en slijpen met een snijmachine of slijpschijf
- Het grote gevaar schuilt hier in het feit dat brandende stukjes metaal verschillende meters ver kunnen vliegen.
- Wees uiterst voorzichtig wanneer u een snijmachine of slijpschijf gebruikt. Die toestellen kunnen gevaarlijk zijn als ze niet conform de veiligheidsvoorschriften gebruikt worden.
- Werken met zeer ontvlambare producten

Heel wat producten die gebruikt worden bij het doe-het-zelven of renovatiewerken zijn zeer toxisch en ontvlambaar. Zo zijn sommige speciale verven, sommige producten voor houtbewerking, speciale lijmen en vooral verflijmen van vloerbedekking, white spirit en aceton die gebruikt worden voor het reinigen en verdunnen van verf alsook afbijtmiddelen voor het verwijderen van oude verf- of vernislagen zeer ontvlambaar. U herkent die gevaarlijke producten aan de logo’s hiernaast.- Volg de op het product vermelde veiligheidsvoorschriften uiterst nauwkeurig op (dragen van handschoenen, veiligheidsbril).
- Let op voor de gassen en dampen die vrijkomen: die kunnen immers uiterst irritant voor ogen, neus en longen zijn of kunnen gemakkelijk vuur vatten.
- Sommige van die producten bevatten uiterst ontvlambare vluchtige solventen. Soms volstaat een vonk om het product vuur te doen vatten. Wees dus uiterst voorzichtig met het gebruik van die producten en gebruik ze in een goed geventileerde plaats, ver van iedere mogelijke bron van vonken of vlammen (waakvlam van een verwarmingstoestel,…).
- Rook niet als u die producten gebruikt.
- Bewaar die producten niet in de buurt van een warmtebron.
- Bewaar ze in een afgesloten, koele ruimte, buiten het bereik van kinderen.
- Verwijder nooit de originele etiketten.
- Als u zo’n product overgiet in een andere recipiënt of verpakking, vermeld dan duidelijk de inhoud om iedere verwarring te voorkomen.
- Verzekeringen
In geval van schade bieden de volgende verzekeringen u bescherming:- bij schade aan goederen: de brandverzekeringen;
- bij schade aan derden: burgerlijke aansprakelijkheidsverzekeringen zoals de “familiale” verzekering;
- bij schade aan personen (andere dan derden): individuele ongevallen- of ziektekostverzekeringen
Raadpleeg uw verzekeraar voor meer informatie over die verzekeringen.
Elke huurder, of het nu om een gewone huurder of een kotstudent gaat, is aansprakelijk voor de schade die hij zou kunnen aanrichten aan het gebouw waarin hij huurt en aan derden. En dit voor brandschade, waterschade, ontploffing,… Als het niet met overmacht te maken heeft, is het voor rekening van de huurder.
Om haar huurdersaansprakelijkheid te dekken, heeft uw dochter dus nood aan een verzekering maar ervan uitgaande dat het gezin over een brandverzekering beschikt voor de gezinswoning, is het best mogelijk dat uw dochter geen aparte brandverzekering moet afsluiten. In de meeste brandverzekeringen zit een extra waarborg die een oplossing biedt voor deze situatie. Om zeker te zijn of daarnaast zowel haar burgerlijke aansprakelijkheid als de eventuele schade aan haar eigen inboedel voldoende verzekerd zijn, moet u er de algemene voorwaarden van uw brandpolis bijnemen of deze vraag voorleggen aan uw verzekeraar of tussenpersoon.
Wanneer u verhuist, bewoont u meestal tegelijk de « oude » en de « nieuwe » woning tijdens de periode die verstrijkt tussen het moment waarop u de sleutels krijgt van de nieuwe woning en het ogenblik waarop u de sleutels van de oude woning teruggeeft (einde van de verhuis). U kunt immers gebruik maken van het feit dat de nieuwe woning nog leeg staat om er verfraaiingswerkzaamheden in uit te voeren en de verhuis op zich kan enige tijd in beslag nemen,...
Kortom, u hebt de oude woning nog niet volledig verlaten, maar bewoont intussen toch al de nieuwe woning. De verzekeraars hebben met die mogelijkheid rekening gehouden. Uw woningverzekering, die algemeen brandverzekering genoemd wordt, geldt tegelijk voor de gebouwen en voor de gedekte inhoud, op beide adressen gedurende een periode die begint waarop de nieuwe woning ter beschikking wordt gesteld.
Die periode kan variëren naargelang van de verzekeraar en kan verschillen naargelang het gaat om de dekking « gebouw » dan wel « inhoud ». Meestal loopt die periode twee maanden. U dient dat na te gaan in uw polis. Het is belangrijk dat u na de verhuis uw adreswijziging meedeelt zodat uw verzekering definitief overgezet wordt naar het nieuwe adres. Zo kan uw verzekeraar uw polis aanpassen aan uw nieuwe woning en bijvoorbeeld de verzekerde bedragen aanpassen zodat u niet onder- of oververzekerd bent.
Zo niet, zal na die periode tijdens welke beide adressen gedekt zijn uw verzekering alleen nog het risico dekken dat vermeld is in de polis: dit is uw oude adres... U hebt er hoe dan ook alle belang bij uw verzekeraar of uw tussenpersoon zo snel mogelijk op de hoogte te brengen van uw verhuisplannen zodat hij u kan informeren over wat u moet doen zodat u niet voor onaangename verrassingen komt te staan.
Wat gebeurt er bij een verhuis naar het buitenland?
In dat geval loopt de verzekering af op de datum van de verhuis.
Een bouwwerf verzekeren is niet altijd makkelijk omdat u op zoek moet naar maatwerk. Vaak zijn er immers al bestaande verzekeringen lopende, zoals bijvoorbeeld die van de aannemer en de architect.
Nochtans is het een kwestie van gezond verstand om toch eens na te gaan of alles wel voldoende verzekerd is. Het gaat hier namelijk al snel over grote bedragen. En ook het risico is niet mis: de aannemer kan failliet gaan, er kan schade berokkend worden aan anderen (bijvoorbeeld aan een aanpalende woning), enzovoort.
Bovendien komt bij bouwen of verbouwen een heel aantal mensen kijken (aannemer, onderaannnemer, architect, bouwheer,…) en kan het lastig zijn om ingeval van schade de aansprakelijkheid aan te duiden.
Daarom bestaat er een verzekering specifiek voor bouwwerven: de verzekering «Alle Bouwplaats Risico’s».
Deze verzekering kan naargelang de voorwaarden dekken:
- De schade die aan de werf wordt toegebracht alsook aan de materialen en gereedschappen op de werf (die gewoonlijk niet verzekerd zijn door de aannemer) door natuurkrachten, een (gedeeltelijke) instorting, een brand of een ontploffing, diefstal of vandalisme, …
- uw burgerlijke aansprakelijkheid in verband met de bouwwerkzaamheden, dus voor zowel lichamelijke als materiële en immateriële schade die geleden wordt door anderen voor zover die schade verband houdt met de werken
- schade aan de woningen van buren als die het gevolg is van de bouwwerkzaamheden, zelfs indien deze correct werden uitgevoerd
Opgelet : het contract moet aangegaan zijn voor het aanvangen van de werken !
Zijn er ook beperkingen?
Het is niet ongebruikelijk dat het bouw- of verbouwproces langer duurt dan voorzien. Het is ook niet ondenkbaar dat u dan tijdelijk extra onderdak moet voorzien – bijvoorbeeld omdat uw huurovereenkomst al beëindigd is omdat u dacht te kunnen intrekken in de nieuwe of verbouwde woning. De kosten die daar verband mee houden zijn niet gedekt in een verzekering «Alle Bouwplaatsrisico’s».
Het is ook mogelijk dat een schadegeval zich heeft voorgedaan op uw werf en u daardoor inkomen verliest omdat ook uw zaak die u als zelfstandige uitbaat in het verbouwde of gebouwde pand zou moeten ondergebracht worden. Deze schade is doorgaans ook uitgesloten.
U hoeft zich geen zorgen te maken. De « aanrijding door een voertuig » maakt gebruikelijk deel uit van de gevaren die door de woningverzekering zijn gedekt.
Geef het schadegeval aan bij uw brandverzekeraar. Hij zal u vergoeden voor alle schade die aan het gebouw is aangericht door een al dan niet geïdentificeerd voertuig, als dit maar van een derde is. En hij zal dat ook vrij snel doen, op basis van een overeenkomst tussen verzekeraars.
Deze overeenkomst stelt dat de brandverzekeraar de expertise laat uitvoeren voor rekening van de betrokken autoverzekeraar.
Omdat de brandverzekeraar tussenkomt in de plaats van een aansprakelijkheidsverzekeraar hebt u het bijkomend voordeel vergoed te worden in nieuwwaarde. Bovendien moet de brandverzekeraar u vergoeden binnen de maand die volgt op de vaststelling van de schadevergoeding. Hij zal deze kosten verhalen bij de verzekeraar van het voertuig, maar dat heeft voor u geen belang meer – op de mogelijke franchise na - want u bent intussen vergoed.
Maar wat gebeurt er indien het voertuig dat uw gebouw heeft beschadigd, niet verzekerd is? Dat verandert niets voor u. In dit geval zal het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds uw verzekeraar terugbetalen. Het Fonds kan zich vervolgens keren tegen de aansprakelijke autobestuurder.
Ja. Alles wat de waarde van uw woning mogelijk doet wijzigen, moet u melden aan uw brandverzekeraar. Dat geldt dus ook voor zonnepanelen. Zo kan de verzekeraar het risico en de te verzekeren waarde juist inschatten en vermijdt u dat u onderverzekerd zou zijn.
Bij een nieuwe aanvraag voor een brandverzekering bepalen veel verzekeringsondernemingen de waarde van uw woning op basis van een vragenlijst. Sommige verzekeraars vragen of u zonnepanelen heeft en andere niet.
Deze vragen worden verwerkt in evaluatierooster. Dat is een hulpmiddel dat de verzekeraar u verplicht moet aanbieden om de te verzekeren waarde te berekenen – al is een recente schatting van dat bedrag door een deskundige uiteraard ook goed.
Als er niets gevraagd wordt over zonnepanelen, dan zijn die automatisch mee verzekerd en u hoeft zich geen zorgen te maken over een mogelijke onderverzekering.
In de meeste gevallen zullen zonnepanelen geen aanleiding geven tot premieverhoging.
Zonnepanelen kunnen ook beschadigd of gestolen worden. Daarom kan het wel belangrijk zijn om na te gaan of u daartegen ook voldoende beschermd bent door in uw verzekeringscontract de verzekerde gevaren en eventuele uitsluitingen te overlopen.
Slachtoffers van een arbeidsongeval hebben recht op een vergoeding van de arbeidsongevallenverzekeraar zonder dat zij moeten bewijzen dat iemand aansprakelijk is. De meeste mensen die bij de gasramp in Ghislenghien brandwonden opliepen, behoren tot die categorie.
De arbeidsongevallenverzekeraar vergoedt meer bepaald de kosten van de medische behandeling als gevolg van het ongeval en de arbeidsongeschiktheid die uit de letsels voortvloeit.
In verband met de behandelingskosten moeten de verzekeraars volgens de wet de prestaties in de Riziv-nomenclatuur vergoeden volgens de schalen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, remgeld inbegrepen. Wanneer prestaties die niet in die lijst voorkomen medisch noodzakelijk zijn, vergoedt de arbeidsongevallenverzekering die prestaties bij analogie en voor zover de kostprijs ervan redelijk is. Er dient vooraf met de verzekeraar contact te worden opgenomen om te weten of en in welke mate hij de behandeling vergoedt. In die geest kunnen de verzekeraars de kosten vergoeden van een kuur waarvan de efficiëntie door hun adviserende arts erkend wordt bijvoorbeeld. Aangezien er geen bepaling is die plastische chirurgie uitsluit, maakt dergelijke chirurgie deel uit van de behandelingen als gevolg van het ongeval dat de verzekeraar voor zijn rekening moet nemen, ook wanneer men spreekt van “esthetische” chirurgie.
Voor de vergoeding van de arbeidsongeschiktheid houdt de arbeidsongevallenverzekeraar rekening met de gevolgen die de letsels hebben voor de bekwaamheid van het slachtoffer om zijn beroep uit te oefenen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de littekens een handicap vormen voor de uitoefening van het beroep (onthaal- of representatiefunctie bijvoorbeeld), maar voor andere beroepen zal het esthetische aspect minder zwaar doorwegen binnen de tussenkomst van de arbeidsongevallenverzekering.
Wanneer echter kan worden bepaald wie voor de schade aansprakelijk is, kan het slachtoffer van de aansprakelijke(n) de kosten van de gevolgen voor zijn privé-leven terugvorderen, onder meer esthetische schade. Het burgerlijk recht houdt immers rekening met die aantasting van de lichamelijke integriteit, meer bepaald volgens de leeftijd en de privé activiteiten van het slachtoffer, en ook met de morele schade die daaruit voortvloeit.
Woningverzekering = brand en diefstal
Als eigenaar van de woning heeft u allicht een woningverzekering. Hoewel deze niet verplicht is, beschermen de meeste eigenaars hun eigendom tegen allerlei risico’s zoals brand en diefstal met een woningverzekering. Gelukkig maar!
Toch kan u best contact opnemen met uw brandverzekeraar (of uw tussenpersoon) om na te gaan of uw woningverzekeringscontract aangepast zal moeten worden nu u een bijkomende bestemming aan uw woning toewijst.
Overigens dient een uitbater van een B&B rekening te houden met de wettelijke verplichtingen, zoals bijvoorbeeld omtrent brandpreventiemaatregelen (rookmelders e.d.). Uw veiligheid en die van uw gasten vaart er wel bij.
Indien een logé van een gastenkamer uw eigendom steelt, kan dit gedekt worden door een aangepaste woningverzekering, zij het tot een beperkt bedrag, naargelang uw verzekeringscontract.
Let er ook op dat elke diefstal aangegeven moet worden bij de politie. Indien u een gast verdenkt, dient u dat ook mee te delen bij de politieaangifte.
BA Uitbating / BA Familiale
Elke burger is aansprakelijk voor zijn nalatigheden en fouten die schade aan anderen kunnen toebrengen. Om die aansprakelijkheid te dekken, heeft iedereen er dus baat bij om een familiale verzekering af te sluiten. Het gaat hier om de BA Familiale verzekering, ook wel BA Gezin of BA Privéleven genoemd, waarin “BA” staat voor burgerlijke aansprakelijkheid.
Hoewel deze verzekering in eerste instantie beperkt is tot het privé-leven, en contractuele verbintenissen uitsluit, is het naargelang de uitgebreidheid van de dekkingen mogelijk dat deze familiale verzekering volstaat om uw burgerlijke aansprakelijkheid te dekken als uitbater van een Bed & Breakfast. Anderzijds bestaat er ook een “BA Uitbating” die uw burgerlijke aansprakelijkheid dekt in het kader van uw professionele activiteiten als uitbater. Een speciale verzekering in geval van brand en ontploffing is vereist vanaf een exploitatie als hotel of motel van minstens vier kamers.
Om te weten of een familiale verzekering voldoende bescherming biedt in uw geval, dan wel of u beter overgaat tot het sluiten van een BA Uitbating, kan u zich best richten tot uw verzekeraar of tussenpersoon. Die kan u bijstaan in het maken van de juiste keuze opdat u van de beste bescherming kan genieten. Tenslotte bent u op zoek naar “maatwerk”.
Arbeidsongevallenverzekering
Wie betaald personeel in dienst neemt, moet voor hen een arbeidsongevallenverzekering voorzien. Elke werkgever is daartoe verplicht. Deze verzekering vergoedt de lichamelijke schade als gevolg van een arbeidsongeval.
Hospitalisatie (7)
Wie voor langere tijd naar het buitenland gaat, moet dat aan zijn ziekenfonds melden. Voor studenten dienen bepaalde formulieren ingevuld zodat de ziekteverzekering in orde blijft gedurende die periode.
De Belgische universiteiten beschikken meestal over een collectieve ongevallenverzekering voor hun studenten op hun campussen. Deze verzekering loopt door tijdens het verblijf op een buitenlandse campus. Check de precieze inhoud van deze dekking even bij uw universiteit of hogeschool.
Een student begeeft zich echter ook buiten de campus van een universiteit. Als hij zich in het verkeer begeeft, bestaat altijd de kans op een ongeval. Bestuurt de student een auto dan vormt dat geen probleem: de verplichte autoverzekering is geldig in alle Europese landen en nog een aantal daar buiten. In welke landen precies staat vermeld op de “groene kaart”.
Studenten verplaatsen zich echter meestal te voet of met de fiets. Het kan gebeuren dat ze zelf een ongeval veroorzaken en schade aan derden berokkenen. Als dat gebeurt, beschik je maar beter over een familiale verzekering, die je zal bijstaan om je te verdedigen en de gedekte schade (ook andere dan in het verkeer) aan derden te vergoeden. Deze verzekering geeft dekking in heel Europa, en vaak zelfs wereldwijd.
Ook de eventuele hospitalisatieverzekering is vaak geldig in heel de Europese Unie. De vuistregel is: wanneer het Riziv tussenbeide komt voor zorgen in het buitenland (met andere woorden wanneer het OK is voor je ziekenfonds) treedt ook de hospitalisatieverzekering in actie.
Voor bijstand in geval van ziekte of ongeval in het buitenland, waarbij soms repatriëring nodig kan zijn, beschik je best over een reisbijstandverzekering. De hierin gespecialiseerde verzekeraars beschikken tegenwoordig over specifieke formules voor studenten die naar het buitenland gaan studeren. Info vindt u via hun websites of via uw gebruikelijke contactpersoon inzake verzekeringen.
Wat betreft de aansprakelijkheid voor het studentenkot en de inhoud ervan, hoeft men zich evenmin zorgen te maken. Wanneer het ouderlijk huis in België verzekerd is, dan is ook het studentenkot in België of in het buitenland (meestal beperkt tot de landen van de Europese Unie) verzekerd. De verzekering van de ouders dekt soms ook de inhoud van het kot, de goederen die aan de student toebehoren tegen brand en diefstal, weliswaar in beperkte mate. We bevelen graag aan dit even in de algemene voorwaarden van uw polis brandverzekering na te lezen of na te vragen bij uw verzekeraar.
Preventie blijft natuurlijk een zeer belangrijk gegeven ongevallen of schade te voorkomen: hou het dus voorzichtig en beveilig uw waardevolle goederen.
De BA Motorrijtuigen
Ter herinnering: De Burgerlijke Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen – kortweg BA Motorrijtuigen – is verplicht voor alle motorrijtuigen (auto’s, moto’s, vrachtwagens,…) die in het verkeer worden gebracht. Wie de motor dus (ook) buiten een privaat circuit gebruikt, moet deze sowieso verzekeren. Dit verzekeringscontract is opgesteld aan de hand van wettelijke voorwaarden. De verzekeraar mag er in zijn commercieel beleid voor opteren om ruimere dekkingen te bieden dan wat in de wet opgelegd staat.
Toegelaten
De wettelijke voorwaarden voor de BA Motorrijtuigen bepalen dat toegelaten wedstrijden – dus aangevraagd bij de autoriteiten en op gesloten circuit - uitgesloten zijn van de dekking. In dit geval moet de organisatie een aparte “Burgerlijke Aansprakelijkheid Organisatie”-verzekering afsluiten. Deze verzekering dekt de slachtoffers die niet deelnemen aan de wedstrijd. Ze komt tussen wanneer een motor bijvoorbeeld het publiek inrijdt. De schade aan andere deelnemers is doorgaans niet gedekt.
De BA Organisatie, die de BA Auto “vervangt”, mag bij snelheidsritten of –wedstrijden de schade aan deelnemende bestuurders en inzittenden uitsluiten. Bij een behendigheidsrit, bijvoorbeeld een slipcursus, moet ook een dergelijke BA Organisatie afgesloten worden.
Niet toegelaten
Indien het niet om een toegelaten wedstrijd gaat (aan het rode licht even “om ter snelst” kan al genoeg zijn om als niet-toegelaten wedstrijd aanzien te worden) geldt de dekking van de BA Motorrijtuigen wel en zullen de slachtoffers dus vergoed worden maar heeft de verzekeraar het recht om verhaal uit te oefenen op de bestuurder. Dit geldt zowel voor snelheids-, regelmatigheids- of behendigheidsritten of wedstrijden, waartoe van overheidswege geen toelating is verleend.
Levensverzekering, hospitalisatieverzekering, individuele ongevallenverzekering
De levensverzekering met overlijdensdekking, een hospitalisatieverzekering en een individuele ongevallenverzekering zijn geen van allen wettelijk verplicht en er is dus ook geen sprake van minimumvoorwaarden zoals dat het geval is bij de BA Motorrijtuigen. De verzekeraar mag in de contractvoorwaarden een uitsluiting van dekking voorzien in bepaalde gevallen. Zo kan het voorkomen het dat extreme sporten of wedstrijden uitgesloten zijn. Indien de motorrijder er zich van wil vergewissen financieel beschermd te zijn indien hij een ongeval heeft tijdens het rijden op een circuit, dient hij een verzekering aan te gaan die dit type ongevallen niet uitsluit. Vandaar dat het nodig is om dergelijke hobby’s ter sprake te brengen bij het regelen van alle verzekeringen die slaan op de bescherming van de persoon.
Beslis met welke verzekering u wilt verdergaan. Die beslissing hangt af van uw persoonlijke voorkeur.
De verzekering van het ziekenfonds is meestal wat goedkoper. De premie stijgt in de meeste gevallen tijdens de duur van je verzekering (tot ongeveer 500% op 80-jarige leeftijd).
Daar staat tegenover dat de dekking vaak minder uitgebreid is. Hou er bovendien rekening mee dat het ziekenfonds deze verzekering op elk moment kan wijzigen en zelfs stopzetten.
Heel wat werkgevers bieden hun personeel een hospitalisatieverzekering aan, kosteloos of tegen een bescheiden premie. De werkgever heeft het recht om deze verzekering op te zeggen of te wijzigen, maar de verzekeraar is in dat geval wettelijk verplicht om u de mogelijkheid te geven de verzekering individueel verder te zetten. De verzekeraar kan die individuele verzekering nooit stopzetten. Alleen de verzekerde heeft dat recht. De premie, die de werkgever niet meer meebetaalt, zal wel hoger liggen dan voordien.
Neen. De hospitalisatieverzekering heeft net de bedoeling u te helpen wanneer u ziek wordt en de factuur van de dokter te verlichten.
Eenmaal u verzekerd bent, wijzigt de premie die u betaalt niet meer omdat u of de leden van uw gezin ziek zijn geworden.
De premie houdt alleen rekening met uw gezondheidstoestand op het ogenblik wanneer u bij de verzekering aansluit. Die wijzigt later niet omdat uw gezondheid er op achteruit gaat en u gehospitaliseerd wordt.
In het wetgevende kader dat er staat aan te komen kan de premie wel wijzigen omwille van algemene tendensen, zoals het duurder worden van de gezondheidszorg. Dat staat echter los van uw eigen gezondheidssituatie.
Sinds 1 juli 2007 heeft elke chronisch zieke en gehandicapte, jonger dan 65 jaar, krachtens de wet het recht om een normale hospitalisatieverzekering te sluiten.
De verzekeraar is niet verplicht de specifieke medische uitgaven voor de chronische ziekte of de handicap zelf te vergoeden. Als hij hiervoor opteert, mag hij ook geen hogere premie vragen omwille van die chronische ziekte of handicap.
Voor de kosten waarvoor de verzekeraar niet tussenkomt, heeft de Regering zich in 2007 geëngageerd om een oplossing te vinden door het invoeren van de maximumfactuur (RIZIV).
Alle medische uitgaven die niet verbonden zijn met de chronische ziekte of handicap worden vergoed volgens de normale vergoedingsregels van de hospitalisatieverzekering.
Het valt niet te ontkennen dat de opname van patiënten met een aanvullende ziekteverzekering sommige ziekenhuizen er in het verleden toe gebracht heeft een ongebreidelde facturering te hanteren. Net zoals bepaalde garagehouders en carrosserieherstellers van een door een verzekering gedekt schadegeval hebben kunnen profiteren om meer aan te rekenen.
Om een einde te maken aan dergelijke praktijken in de facturering hebben de verzekeraars heel snel gereageerd door ziekenhuizen net als garages een erkenning te geven. Met die erkenningen spreken de verzekeraars vooraf de prijs af die de zorg- en dienstverleners zullen aanrekenen.
De kaart die de hospitalisatieverzekeraars aanbieden, is het resultaat van een dergelijke overeenkomst tussen de verzekeraar en ziekenhuizen die zich ertoe verbinden alle facturen rechtstreeks aan de verzekeraar te richten en niet eerst aan de verzekerde. Zo hoeft de patiënt het geld dus niet voor te schieten, maar is het vooral mogelijk voor de verzekeraar om de facturen en het deel dat voor iedereen bestemd is (ziekenfonds, patiënt, verzekeraar) te controleren. Op dezelfde wijze stelt het door een arts in te vullen document de verzekeraar in staat de prestatie en de prijs daarvan te controleren.
Nieuwe werkgever biedt een hospitalisatieverzekering
Als uw nieuwe werkgever een hospitalisatieverzekering voorziet, doet u er goed aan hem te vragen of er een termijn is binnen dewelke u moet aansluiten. Zo ja, dan respecteert u deze best. Het bespaart u mogelijk een (lange) wachttijd en heel wat bijkomende administratie.
Als uw nieuwe werkgever u niet verplicht toe te treden tot zijn hospitalisatieverzekering, is er veelal een korte wachttermijn van zo’n drie maanden. Is de aansluiting tot de hospitalisatieverzekering wel een verplichting voor de werknemer, dan is er gewoonlijk geen wachttermijn.
De verzekeraar werkt met deze wachttijden om te vermijden dat een werknemer pas besluit zich te verzekeren wanneer hij weet dat er een hospitalisatie zit aan te komen.
Nieuwe werkgever biedt geen hospitalisatieverzekering
Dankzij de wet-Verwilghen is het voortaan mogelijk dat u – en uw verzekerde gezinsleden – de collectieve hospitalisatieverzekering op individuele basis verder zetten zonder dat er een nieuwe vragenlijst moet worden ingevuld, zonder wachttijden en zonder nieuwe uitsluitingen. Let wel: dit geldt alleen indien u de laatste twee jaar onafgebroken verzekerd was.
Een individuele hospitalisatieverzekering is doorgaans duurder dan een collectieve. U houdt er dus best rekening mee dat de premie die u zal betalen vanaf de individuele verderzetting, hoger kan uitvallen dan wat u voordien betaalde.
Klassiek leven en tak 21 (12)
Ja, dat is aangeraden.
Of u uw contract dient aan te passen, hangt af van uw begunstigingsclausule. Indien u uw ex-partner bij naam heeft aangeduid als begunstigde van uw levensverzekering, wijzigt u best de begunstiging van uw contract.
Indien u dit niet zou doen, kan het gebeuren dat het verzekerde bedrag toekomt aan uw ex-partner wanneer het contract op einddatum komt of bij uw overlijden.
U behoudt het opgebouwde kapitaal.
Geen nood, u verliest het opgebouwde kapitaal van uw groepsverzekering niet, maar heeft de keuze tussen verschillende opties. Uw vorige werkgever zal hiervoor met u contact opnemen.
- U kan het bedrag dat u heeft opgebouwd bij de verzekeraar van uw vorige werkgever gewoon bij hem laten staan. U ontvangt dan het gespaarde geld op het moment voorzien in de polis, in de meeste gevallen is dat op 65 jaar. Ofwel verandert u niets aan de voorwaarden, ofwel – indien deze mogelijkheid voorzien werd - past u de waarborgen aan via een zogenaamde onthaalstructuur. In dit laatste geval kunt u de waarborg bij overlijden, die normaal gezien wegvalt bij uitdiensttreding, alsnog behouden indien u dat wenst.
- U kan het opgebouwde aanvullende pensioen ook overdragen naar de groepsverzekeraar van uw nieuwe werkgever. Dat is natuurlijk enkel mogelijk indien die nieuwe werkgever u ook een groepsverzekering aanbiedt.
- U kan het opgebouwde aanvullende pensioen overdragen naar een pensioeninstelling van uw keuze (dit dient een pensioeninstelling te zijn die de totale winst onder de aangeslotenen verdeelt in verhouding tot hun reserves en de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning. Dit is een verzekeringsonderneming die over een bijzondere erkenning beschikt en die voldoet aan bepaalde voorwaarden inzake winstverdeling en kostenbeperking), waar u al dan niet verder kunt sparen.
Indien uw nieuwe werkgever voor u geen pensioenplan voorziet, kan u ook steeds verder sparen op eigen kracht tot een jaarlijks bedrag van 2.080 euro (dit bedrag geldt voor het jaar 2010 en wordt jaarlijks geïndexeerd). Om van deze optie gebruik te kunnen maken, moet u minstens drie en een half jaar lang aangesloten geweest zijn bij deze groepsverzekering. U dient zelf een pensioeninstelling aan te duiden waarbij u uw pensioenopbouw wenst verder te zetten.
Het jaarlijkse belastingsvoordeel bedraagt (naargelang uw inkomen) 30 à 40% van de gestorte premies, dus gaande van €624 tot €832 indien u het maximum spaart dat jaarlijks is toegelaten.
Dat verschilt naargelang de situatie.
Heeft u uw ex-partner nog vóór het huwelijk nominatief aangeduid als begunstigde, dan zal hij zonder wijziging van de begunstigingsclausule zijn recht op het verzekerde bedrag in alle gevallen behouden.
Wanneer u uw ex-echtgenoot ten tijde van het huwelijk nominatief heeft aangeduid als begunstigde dient te worden gekeken naar de datum van echtscheiding.
Is de echtscheiding uitgesproken vanaf 1 september 2007, of was zij op dat moment nog hangende, dan heeft uw ex-partner in principe geen recht meer op het verzekerde kapitaal.
Indien de echtscheiding werd uitgesproken voor 1 september 2007, dan heeft de ex-partner recht op het verzekerde bedrag, voor zover hij door de rechter niet schuldig werd bevonden aan de echtscheiding. Ook indien de echtscheiding gebeurde door onderlinge toestemming, behoudt de ex-partner zijn recht op het verzekerde bedrag, tenzij dit in de echtscheidingsconvenant anders werd bepaald en de verzekeraar hiervan op de hoogte werd gebracht.
U hoeft uw partner niet bij naam aan te duiden, maar u kunt in uw levensverzekering ook kiezen voor de generieke formulering “mijn echtgenoot”. Via deze formulering zal de persoon die op het moment van uw overlijden uw echtgenoot is, het verzekerde kapitaal ontvangen.
Let wel, het is in alle gevallen zeer belangrijk dat de verzekeraar op de hoogte werd gebracht van de echtscheiding.
Enig speurwerk is vereist.
Wij adviseren u in eerste instantie te achterhalen of er daadwerkelijk een levensverzekering bestaat. U kunt de verzekering proberen op te sporen via documenten die uw overleden tante heeft bijgehouden.
U kan zich echter ook richten tot de makelaar, het bankkantoor of het verzekeringsagentschap waar uw tante klant was, of bij de notaris die de nalatenschap afhandelt. Vindt u iets terug waaruit blijkt dat zij een verzekering had afgesloten, dan contacteert u best de verzekeraar bij wie dit contract liep. Deze zal nagaan of u in dit contract bent aangeduid als de begunstigde en of u recht heeft op het verzekerde bedrag.
U heeft niks gevonden maar de verzekering bestaat wel degelijk? Geen nood, ook de verzekeraar zal naar u op zoek gaan, als u de begunstigde van deze verzekering bent. Sinds 2008 is de verzekeraar trouwens beter uitgerust om zelf de begunstigden van levensverzekeringen op te sporen.
Hoe gaat de verzekeraar te werk? Als een levensverzekeringscontract de einddatum bereikt of als de verzekerde de leeftijd van 90 jaar nadert, zal de verzekeraar nagaan of de verzekerde daadwerkelijk nog in leven is of niet. Nadien bekijkt de verzekeraar of hij het verzekerde bedrag dient uit te betalen.
Indien blijkt dat de verzekeraar het bedrag dient uit te betalen, start de verzekeraar zijn zoektocht naar de begunstigde. Om een begunstigde te vinden, kan de verzekeraar gebruik maken van de gegevens van het Rijksregister en de Kruispuntbank. De verzekeraar krijgt hier echter niet zomaar toegang toe. Het gebruik is streng gereglementeerd conform de privacywet.
Vindt de verzekeraar ondanks haar intensieve speurtocht de begunstigde nog steeds niet terug, dan zal zij de gegevens over het contract en eventueel ook het verzekerde bedrag overmaken aan de Deposito- en Consignatiekas.
Deze kas houdt de gegevens en het bedrag nog gedurende 30 jaar bij. Dus zelfs als de verzekeraar u niet meteen terugvindt, blijft het verzekerde bedrag beschikbaar. U zal in de toekomst online bij de Deposito- en Consignatiekas kunnen nagaan of u de begunstigde bent van een dergelijk bedrag.
Wenst u nog meer informatie over slapende tegoeden kunt u volgende brochure raadplegen.
Tot slot nog een gouden raad: hou altijd al uw verzekeringsdocumenten bij. Zo vermijdt u dat uw nabestaanden in een gelijkaardige situatie terecht komen.
Ja, dat is aangeraden.
Of u uw contract dient aan te passen, hangt af van uw begunstigingsclausule. Indien u in de begunstigingsclausule uw ex-partner bij naam heeft aangeduid als begunstigde van uw levensverzekering, wijzigt u best de begunstiging van uw contract. Indien u dit niet zou doen, kan het gebeuren dat het verzekerde bedrag toekomt aan uw ex-partner bij uw overlijden.
Indien u uw ex-partner nominatief heeft aangeduid als begunstigde van uw levensverzekering, d.w.z. u heeft hem bij naam vernoemd, dan zal hij zonder wijziging van de begunstigingsclausule zijn recht op het verzekerde bedrag blijven behouden.
Heeft u hem daarentegen aangeduid als begunstigde via de generieke formulering “mijn wettelijk samenwonende partner”, dan verliest hij zijn recht zodra het samenwoningscontract is verbroken.
Absoluut.
Op het moment van het sluiten van het contract bent u wettelijk verplicht alle relevante informatie vóór het afsluiten van een levensverzekering aan uw verzekeraar mee te delen. Als u twijfelt of bepaalde informatie relevant is voor uw levensverzekering, kunt u best altijd uw verzekeraar of tussenpersoon op de hoogte brengen.
De verzekeraar zal op basis van deze informatie besluiten wat zij kan verzekeren. Hierbij zal zij niet over één nacht ijs gaan. Indien zij van oordeel is dat de sport die u uitoefent een te groot risico inhoudt en niet verzekerbaar is, zal zij dit ofwel via de algemene voorwaarden, ofwel via de bijzondere voorwaarden uitsluiten.
In de algemene voorwaarden zullen eventuele uitsluitingen meestal algemeen geformuleerd zijn, bijvoorbeeld een uitsluiting voor “gevaarlijke sporten”. Deze algemene formulering kan geïllustreerd worden via een niet-limitatieve lijst. Daarnaast kan de verzekeraar in de bijzondere voorwaarden “overlijden ten gevolgen van bungeejumpen” uitdrukkelijk uitsluiten.
Om te weten of uw hobby gevolgen kan hebben voor de uitkering van een reeds lopend verzekeringscontract, kijkt u best beide documenten goed na of neemt u contact op met uw verzekeraar of tussenpersoon.
De BA Motorrijtuigen
Ter herinnering: De Burgerlijke Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen – kortweg BA Motorrijtuigen – is verplicht voor alle motorrijtuigen (auto’s, moto’s, vrachtwagens,…) die in het verkeer worden gebracht. Wie de motor dus (ook) buiten een privaat circuit gebruikt, moet deze sowieso verzekeren. Dit verzekeringscontract is opgesteld aan de hand van wettelijke voorwaarden. De verzekeraar mag er in zijn commercieel beleid voor opteren om ruimere dekkingen te bieden dan wat in de wet opgelegd staat.
Toegelaten
De wettelijke voorwaarden voor de BA Motorrijtuigen bepalen dat toegelaten wedstrijden – dus aangevraagd bij de autoriteiten en op gesloten circuit - uitgesloten zijn van de dekking. In dit geval moet de organisatie een aparte “Burgerlijke Aansprakelijkheid Organisatie”-verzekering afsluiten. Deze verzekering dekt de slachtoffers die niet deelnemen aan de wedstrijd. Ze komt tussen wanneer een motor bijvoorbeeld het publiek inrijdt. De schade aan andere deelnemers is doorgaans niet gedekt.
De BA Organisatie, die de BA Auto “vervangt”, mag bij snelheidsritten of –wedstrijden de schade aan deelnemende bestuurders en inzittenden uitsluiten. Bij een behendigheidsrit, bijvoorbeeld een slipcursus, moet ook een dergelijke BA Organisatie afgesloten worden.
Niet toegelaten
Indien het niet om een toegelaten wedstrijd gaat (aan het rode licht even “om ter snelst” kan al genoeg zijn om als niet-toegelaten wedstrijd aanzien te worden) geldt de dekking van de BA Motorrijtuigen wel en zullen de slachtoffers dus vergoed worden maar heeft de verzekeraar het recht om verhaal uit te oefenen op de bestuurder. Dit geldt zowel voor snelheids-, regelmatigheids- of behendigheidsritten of wedstrijden, waartoe van overheidswege geen toelating is verleend.
Levensverzekering, hospitalisatieverzekering, individuele ongevallenverzekering
De levensverzekering met overlijdensdekking, een hospitalisatieverzekering en een individuele ongevallenverzekering zijn geen van allen wettelijk verplicht en er is dus ook geen sprake van minimumvoorwaarden zoals dat het geval is bij de BA Motorrijtuigen. De verzekeraar mag in de contractvoorwaarden een uitsluiting van dekking voorzien in bepaalde gevallen. Zo kan het voorkomen het dat extreme sporten of wedstrijden uitgesloten zijn. Indien de motorrijder er zich van wil vergewissen financieel beschermd te zijn indien hij een ongeval heeft tijdens het rijden op een circuit, dient hij een verzekering aan te gaan die dit type ongevallen niet uitsluit. Vandaar dat het nodig is om dergelijke hobby’s ter sprake te brengen bij het regelen van alle verzekeringen die slaan op de bescherming van de persoon.
Assuralia heeft haar informatie over de verzekerbaarheid van mensen die drager zijn van het HIV recent (voorjaar 2005) bijgewerkt.
Uit de antwoorden van de in België gevestigde maatschappijen blijkt dat de verzekering van mensen die drager zijn van het HIV niet courant is. Verzekeringsmaatschappijen stemmen op dat punt hun onderschrijvingsbeleid af op de houding van de herverzekeraars met wie zij werken.
Waar enige verzekerbaarheid wel geboden wordt, berust de aanvaarding op een onderzoek van het individuele dossier, waarbij gelet wordt op zowel verzekeringstechnische aspecten (leeftijd, looptijd en bedrag waarvoor de verzekering aangegaan wordt) als medische aspecten (verloop therapie, aan de hand van de relevante indicatoren).
Gelet op het feit dat het beleid van de verzekeraars kan evolueren, is het aan te raden om aan de hand van de individuele gegevens van de kandidaat-verzekerde de markt te verkennen, desgevallend met de hulp van een verzekeringstussenpersoon.
Overeenkomstig het principe van de indexering van de belastingschalen gelden er nieuwe maximumbedragen voor de aftrek van premies die in 2008 gestort worden.
• Voor pensioensparen wordt het bedrag verhoogd van 810 tot 830 euro.
• In de levensverzekering met een gewaarborgde opbrengst (tak 21) op lange termijn geldt nu een aftrekbaar maximumbedrag van 1.990 euro in plaats van 1.950 euro.
Soms voorzien de polissen in een aanpassing van de bedragen en de prestaties.
Zo niet moet men aan de verzekeraar vragen of hij een aanpassing aanvaardt en, zo ja, welke de technische aspecten van de verbintenis (rentevoet) zijn. Opgelet: wanneer de verhogingen niet vermeld staan in de oorspronkelijke polis, moeten de betrokken bedragen, overeenkomstig het premieverschil, tien jaar lang uitstaan om te beantwoorden aan de voorwaarden met betrekking tot de fiscale voordelen voor de tweede categorie (levensverzekering met een gewaarborgde opbrengst op lange termijn).
De media berichten sinds het uitbreken van de kredietcrisis regelmatig over de bescherming die bankdeposito’s en andere financiële instrumenten genieten in geval van faillissement van een bank of financiële instelling. Logisch dat de vraag rijst of dergelijke regeling ook geldt voor levensverzekeringen.
Het antwoord op deze vraag luidt «niet systematisch, maar …». De (levens)verzekeringsbranche staat reeds sinds de nadagen van de «grote crisis» van 1929/1930 onder een scherp toezicht van de Belgische overheid, die daarenboven de bepalingen van Europees recht in nationale wetgeving heeft omgezet. Sedert de invoering van het veralgemeende toezicht op verzekeringsactiviteiten kende België geen faillissement van enige (levens)verzekeraar. Waaraan is dat te danken?
In de eerste plaats aan het feit dat verzekeringsondernemingen technische voorzieningen aanleggen. Zij vertegenwoordigen het bedrag dat vandaag nodig is om alle toekomstige uitkeringen te kunnen verrichten. Deze voorzieningen worden, als er sprake is van een rendementswaarborg, voornamelijk gedekt door beleggingen in euro’s (geen valutarisico), en vooral in obligaties. Inzake levensverzekeringen bedraagt de waarde van deze beleggingen, per eind 2007, 156,3 miljard euro Het verzekeringstoezicht –bij ons de Commissie voor het Bank- Financie- en Assurantiewezen (CBFA)- let op de overeenstemming tussen de aard van de verbintenissen die de verzekeraar moet nakomen en de beleggingen die hij doet, met bijzondere aandacht voor de spreiding en de kwaliteit van deze beleggingen. Deze middelen zijn letterlijk en figuurlijk het onderpand dat desgevallend aan de klanten toekomt.
Hou er rekening mee dat verzekeringen die geen rendementswaarborg bieden, maar conform de keuze van de klant belegd worden in activa waarvan de waarde kan schommelen, berusten op een goed inzicht in het beleggingsrisico dat de klant op zich neemt.
Bovendien eisen de EU verzekeringsrichtlijnen dat de verzekeraars bovenop en los van voormelde technische voorzieningen beschikken over een solvabiliteitsmarge, die extra veiligheid garandeert. In de praktijk houden de Belgische verzekeraars gemiddeld een solvabiliteit aan die dubbel zo hoog ligt als de wetgeving vereist: het gaat hier om nog eens 11 miljard euro. De CBFA controleert regelmatig of de verzekeraars ook effectief bestand zijn tegen schokken op de financiële markten.
Tenslotte waakt de CBFA, en dat is een Belgische bijzonderheid, op de rendabiliteit van de verzekeringsondernemingen in iedere tak: dat betekent dat het alarm niet pas afgaat als de solvabiliteit ontspoort, maar wel van zodra er iets fout gaat met het beleid van de verzekeraar, waardoor hij structureel verliezen zou beginnen boeken. Deze driedubbele preventieve bescherming garandeert de veiligheid van de spaar- en voorzorgsproducten van de Belgische verzekeraars.
Bij het uitbreken van de kredietcrisis had de Belgische regering toegezegd een bijzondere zorg te zullen dragen voor wie zijn spaargeld in een levensverzekering met gewaarborgd rendement had ondergebracht. Daartoe is voor de individuele contracten met een gegarandeerd rendement (tak 21) aan de levensverzekeraars de mogelijkheid geboden om aan te sluiten bij een extra opvangregeling naar het model van de bescherming van bankdeposito’s.
Belangrijk is om te achterhalen of er daadwerkelijk een levensverzekering bestaat, waarvan u mogelijkerwijs de begunstigde bent. Documenten die uw moeder bijhield kunnen u op weg helpen bij het opsporen ervan. U kan ook informatie inwinnen bij de makelaar, het bankkantoor of het verzekeringsagentschap,… enz. waar uw moeder klant was of bij de notaris die de nalatenschap afhandelt. Weet u niet welke dat is? Dan zal de verzekeraar op eigen initiatief naar u op zoek gaan.
Sinds 2008 is de verzekeraar immers beter uitgerust om zelf op zoek te gaan naar de begunstigden.
Hoe gaat de verzekeraar te werk?
Als een levensverzekeringscontract die een overlijden dekt (eventueel gecombineerd met een levensverzekering die uitbetaalt bij leven op een bepaalde datum) de einddatum bereikt of als de verzekerde de leeftijd van 90 jaar nadert, zal de verzekeraar eerst en vooral nagaan of de verzekerde nog in leven is of niet.
Wat is een verzekerde gebeurtenis?
Een verzekerde gebeurtenis is de gebeurtenis die volgens de voorwaarden van het contract bepaalt dat het bedrag dat verzekerd werd, mag uitbetaald worden aan de begunstigden. Naar gelang wat er in het contract staat, kan het gaan om een overlijden en/of over het feit dat de verzekerde nog in leven is op een bepaalde datum.
Indien de verzekeraar verneemt dat de verzekerde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, controleert hij of deze gebeurtenis al dan niet recht geeft op het uitbetalen van het verzekerde bedrag en spoort hij de begunstigde ervan op.
Om begunstigden te vinden, kan de verzekeraar – binnen een strikt kader en conform de wet op de privacy – gebruik maken van de gegevens van het Rijksregister en de Kruispuntbank.
Vindt de verzekeraar ondanks al het voorgaande de begunstigde nog steeds niet terug, dan zal hij de gegevens over het contract – en zo nodig ook de tegoeden - overmaken aan de Deposito- en Consignatiekas.
Zelfs als u als begunstigde niet meteen gevonden wordt, blijft het verzekerde bedrag een lange periode beschikbaar. Nadat de verzekeringsonderneming het verzekerde bedrag heeft overgedragen aan de Depositokas, kan u zich namelijk nog gedurende 30 jaar wenden tot de Depositokas om het verzekerde bedrag in ontvangst te nemen.
U kan een levensverzekering sluiten en daarvan (tot een bepaald maximum) de betaalde premies fiscaal in mindering brengen. Hoeveel, vraagt u zich af? Dat hangt af van wat u verdient, van wat u reeds inbrengt via uw hypothecaire lening, of van andere verzekeringspremies die u reeds in mindering brengt.
Hoe dan ook, u kan maximum 2.080 euro fiscaal in mindering brengen (aanslagjaar 2010). Maar dan moet u wel aan een aantal voorwaarden in acht nemen:
De belastingplichtige verzekeringsnemer moet ook de verzekerde zijn
U moet niet alleen de verzekeringsnemer zijn maar ook de verzekerde.
De verzekeringsnemer is diegene die de levensverzekering sluit, de premies betaalt,… kortom: die het verzekeringscontract aangaat
De verzekerde is diegene op wie de levensverzekering rust. Dat wil zeggen dat wanneer hij overlijdt of nog in leven is op een datum die in het contract bepaald werd, de bedragen (die ook afgesproken werden in het contract van de levensverzekering) worden uitgekeerd, naargelang het type contract.
De verzekeringsnemer moet ook de begunstigde bij leven zijn
De begunstigde is diegene die de verzekerde uitkering krijgt wanneer de verzekeringsonderneming die uitbetaalt.
Een begunstigde bij leven is dus de perssoon die de verzekerde uitkering ontvangt indien de verzekerde nog leeft op de einddatum van het contract. Als u aan langetermijnsparen wil doen, bent u dat dus zelf.
In het levensverzekeringscontract bepaalt u, binnen bepaalde grenzen (zie verder) tot welke leeftijd u wenst te sparen. Wanneer die datum bereikt is, bijvoorbeeld op 70-jarige leeftijd, ontvangt u het geld uit de levensverzekering.
Wie mag de begunstigde bij overlijden zijn?
Een begunstigde bij overlijden is de persoon die de verzekerde uitkering in de dekking overlijden ontvangt indien de verzekerde sterft (in voorkomend geval voor de einddatum van het contract).
U kan er ook voor zorgen dat uw naasten een bedrag uit de levensverzekering uitgekeerd krijgen indien u sterft. Wie u kan kiezen, leest u in de volgende paragraaf. U kan beide formules (uitkering bij overlijden / bij leven) zowel apart gebruiken als gecombineerd. In een gecombineerde formule bouwt u een spaarbedrag “bij leven” op en verzekert u een bedrag (dat hoeft niet hetzelfde te zijn als dat “bij leven”) indien u zou overlijden vóór de einddatum.
De begunstigde bij overlijden is ofwel:
- uw echtgenoot of echtgenote
- uw wettelijk samenwonende partner
- verwanten tot de tweede graad
ofwel iemand die – als het gaat om een schuldsaldoverzekering of gemengde levensverzekering, gekoppeld aan een hypothecaire lening – de woning erft als u overlijdt. Het mag zowel gaan om vruchtgebruik als om het krijgen van de volledige eigendom. Het feit dat die persoon de woning erft, moet vastgelegd worden bij de notaris.
Wanneer mag ik het contract aangaan en hoe lang moet het duren?
- U moet het contract aangegaan zijn voor uw 65ste.
- Het contract moet je minstens 10 jaar laten lopen, tenzij u alleen een dekking overlijden heeft.
- Het contract mag niet vroeger eindigen dan op uw 65ste.
Hoe moet er worden uitbetaald?
In het contract moet bepaald worden dat u een rente (een periodiek bedrag – dus per maand, per trimester, per jaar,… - gedurende een zekere periode) of een kapitaal (één som geld) krijgt bij leven en/of overlijden.
Bij wie moet ik het contract afsluiten?
Het verzekeringscontract wordt aangegaan bij een onderneming die is gevestigd in de Europese Economische Ruimte, dus de landen van de Europese Unie plus IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.
Rechtsbijstand (6)
Wie voor langere tijd naar het buitenland gaat, moet dat aan zijn ziekenfonds melden. Voor studenten dienen bepaalde formulieren ingevuld zodat de ziekteverzekering in orde blijft gedurende die periode.
De Belgische universiteiten beschikken meestal over een collectieve ongevallenverzekering voor hun studenten op hun campussen. Deze verzekering loopt door tijdens het verblijf op een buitenlandse campus. Check de precieze inhoud van deze dekking even bij uw universiteit of hogeschool.
Een student begeeft zich echter ook buiten de campus van een universiteit. Als hij zich in het verkeer begeeft, bestaat altijd de kans op een ongeval. Bestuurt de student een auto dan vormt dat geen probleem: de verplichte autoverzekering is geldig in alle Europese landen en nog een aantal daar buiten. In welke landen precies staat vermeld op de “groene kaart”.
Studenten verplaatsen zich echter meestal te voet of met de fiets. Het kan gebeuren dat ze zelf een ongeval veroorzaken en schade aan derden berokkenen. Als dat gebeurt, beschik je maar beter over een familiale verzekering, die je zal bijstaan om je te verdedigen en de gedekte schade (ook andere dan in het verkeer) aan derden te vergoeden. Deze verzekering geeft dekking in heel Europa, en vaak zelfs wereldwijd.
Ook de eventuele hospitalisatieverzekering is vaak geldig in heel de Europese Unie. De vuistregel is: wanneer het Riziv tussenbeide komt voor zorgen in het buitenland (met andere woorden wanneer het OK is voor je ziekenfonds) treedt ook de hospitalisatieverzekering in actie.
Voor bijstand in geval van ziekte of ongeval in het buitenland, waarbij soms repatriëring nodig kan zijn, beschik je best over een reisbijstandverzekering. De hierin gespecialiseerde verzekeraars beschikken tegenwoordig over specifieke formules voor studenten die naar het buitenland gaan studeren. Info vindt u via hun websites of via uw gebruikelijke contactpersoon inzake verzekeringen.
Wat betreft de aansprakelijkheid voor het studentenkot en de inhoud ervan, hoeft men zich evenmin zorgen te maken. Wanneer het ouderlijk huis in België verzekerd is, dan is ook het studentenkot in België of in het buitenland (meestal beperkt tot de landen van de Europese Unie) verzekerd. De verzekering van de ouders dekt soms ook de inhoud van het kot, de goederen die aan de student toebehoren tegen brand en diefstal, weliswaar in beperkte mate. We bevelen graag aan dit even in de algemene voorwaarden van uw polis brandverzekering na te lezen of na te vragen bij uw verzekeraar.
Preventie blijft natuurlijk een zeer belangrijk gegeven ongevallen of schade te voorkomen: hou het dus voorzichtig en beveilig uw waardevolle goederen.
Geschillen tussen bouwheer en aannemer of architect zijn zo frequent dat een rechtsbijstandverzekering voor dit soort zaken eigenlijk onbegonnen werk is. Het risico is te groot en de premie zou met andere woorden evenredig moeten zijn. Voor de conflicten die niet bijgelegd raken en waarbij nood is aan een neutrale instantie om over de feiten te oordelen, kunnen de consumenten terecht bij de onlangs opgerichte Verzoeningscommissie Bouw (Espace Jacquemotte, Hoogstraat 139, 1000 Brussel, tel: 02/504.97.86, fax: 02/504.97.84).
Bij de evaluatie van de gevolgen van medische fouten draait alles om de burgerlijke aansprakelijkheid. Het slachtoffer moet dus het bewijs van een fout, van de geleden schade en van het oorzakelijke verband tussen de fout en de schade leveren. Dit brengt onder andere mee dat de nefaste gevolgen van zorgverstrekking slechts aanleiding geven tot schadevergoeding wanneer ze het gevolg zijn, zoals u schrijft, van een medische fout die er de oorzaak van is. U kan die situatie aangeven bij uw rechtsbijstandverzekeraar – via uw specifieke rechtsbijstandverzekering of indien u die niet heeft via de dekking “familiale verzekering”. Die zal u adviseren wat u kunt doen om schadevergoeding te krijgen.
De factuur voor de zorgverstrekking speelt hierin geen rol. De rechtsbijstandverzekeraar kan u helpen om uit te zoeken of u al dan niet gegronde redenen hebt om de betaling te betwisten. Zo niet dient u te beslissen op basis van een zelf ingewonnen juridisch advies, m.a.w. door zelf een advocaat onder de arm te nemen.
Opmerking: Ziekenhuizen beschikken tegenwoordig over ombudsdiensten waar u kan aankloppen om de factuur aan te vechten.
Een rechtsbijstandsverzekering is er in de eerste plaats om uw rechten te kennen en – als dat nodig is – die rechten zoals in de polis bepaald ook te verdedigen, of u nu zelf een claim wil formuleren dan wel wanneer u zich moet verweren. En dat zonder dat de zaak moet geëscaleerd zijn tot een gerechtelijke, administratieve of andere procedure. In veel gevallen kan een minnelijke schikking het onheil reeds oplossen. Indien dat toch niet het geval is, zal de rechtsbijstandsverzekering de proceskosten en de erelonen aan advocaten en experten dekken.
De rechtsbijstandsverzekering is geen verplichte verzekering. U vindt ze echter vaak als bijkomende verzekering bij een andere verzekering. Zo zit in de familiale verzekering vaak een luik “rechtsbijstand” en kan u bij uw autoverzekering (BA of omnium) meestal ook kiezen of u er een rechtsbijstandsverzekering bijneemt of niet. Zulke rechtsbijstandverzekeringen kaderen dan in de verzekering die u afsloot (hier: familiale verzekering en autoverzekering). Een volledig aparte – en doorgaans ook ruimere - rechtsbijstandsverzekering kan ook.
Een concreet voorbeeld: U raakt betrokken in een verkeersongeval waarbij de aansprakelijkheid wordt betwist. In dat geval kan de rechtsbijstandsverzekering die u heeft genomen in het kader van uw autoverzekering u bijstaan in het verdedigen van uw rechten en, indien noodzakelijk, de erelonen van de advocaat alsook de proceskosten dekken.
Voor welk type rechtsbijstandsverzekering u ook gaat, u bent steeds vrij in de keuze van advocaat of elke andere persoon die de vereiste kwaliteiten bezit om uw belangen te verdedigen. Let wel: indien uw keuze voor een advocaat ingaat tegen het advies van uw verzekeraar, dan kan het zijn dat u slechts de helft van de kosten en erelonen terugbetaald krijgt. Dat is namelijk het geval indien de geraadpleegde advocaat de visie van de verzekeraar bevestigt. Komt u door het kiezen van uw advocaat toch tot een beter resultaat dan wanneer u de stelling van de verzekeraar was bijgetreden, dan moet de verzekeraar alsnog alle kosten dekken.
Als het om aansprakelijkheid gaat, moet u altijd voor ogen houden dat een verwijt en een schade-eis moeten berusten op schuld. Wanneer u iemand vergezelt die ten val zou kunnen komen, veronderstelt dat nog geen schuld. Men moet bewijzen dat u onhandig of onvoorzichtig geweest bent (bijvoorbeeld oversteken terwijl het licht op rood staat voor voetgangers, of naar buiten gaan zonder bril, terwijl u die echt nodig hebt) en dat er een verband bestaat tussen die schuld en de schade van het slachtoffer.
De verzekering treedt op wanneer er sprake is van schuld: meer bepaald de verzekering privé-leven, doorgaans "familiale" genoemd, die voor dergelijke zaken dient (en dus zeker ook nuttig is voor senioren). Dankzij de rechtsbijstandsdekking die deze verzekering bevat of die u los van uw familiale verzekeringspolis bij een gespecialiseerde verzekeraar gesloten hebt, hebt u verweer tegen eisen die tegen u worden ingesteld.
Maak dus gerust wandelingen. Indien u door onoplettendheid toch iemand ten val brengt, kunt u rekenen op de verzekering, die het slachtoffer zal vergoeden volgens de voorwaarden in de polis. Bedenk wel dat voetgangers zwakke weggebruikers zijn: blijf dus altijd voorzichtig!
De recuperatie van de vrijstelling is normaal het werk van de rechtsbijstandsverzekeraar, in zoverre die hiervoor dekking geeft. Contractuele geschillen, zoals dit, zijn meestal uitgesloten : het loont toch de moeite na te gaan wat uw brand- en familiale polis hierover bepalen. Zo er géén dekking is : blijven aandringen bij de aansprakelijke helpt soms. In extremis kan u zich desgevallend wenden tot de griffie van het vredegerecht.
Reis (6)
Wie voor langere tijd naar het buitenland gaat, moet dat aan zijn ziekenfonds melden. Voor studenten dienen bepaalde formulieren ingevuld zodat de ziekteverzekering in orde blijft gedurende die periode.
De Belgische universiteiten beschikken meestal over een collectieve ongevallenverzekering voor hun studenten op hun campussen. Deze verzekering loopt door tijdens het verblijf op een buitenlandse campus. Check de precieze inhoud van deze dekking even bij uw universiteit of hogeschool.
Een student begeeft zich echter ook buiten de campus van een universiteit. Als hij zich in het verkeer begeeft, bestaat altijd de kans op een ongeval. Bestuurt de student een auto dan vormt dat geen probleem: de verplichte autoverzekering is geldig in alle Europese landen en nog een aantal daar buiten. In welke landen precies staat vermeld op de “groene kaart”.
Studenten verplaatsen zich echter meestal te voet of met de fiets. Het kan gebeuren dat ze zelf een ongeval veroorzaken en schade aan derden berokkenen. Als dat gebeurt, beschik je maar beter over een familiale verzekering, die je zal bijstaan om je te verdedigen en de gedekte schade (ook andere dan in het verkeer) aan derden te vergoeden. Deze verzekering geeft dekking in heel Europa, en vaak zelfs wereldwijd.
Ook de eventuele hospitalisatieverzekering is vaak geldig in heel de Europese Unie. De vuistregel is: wanneer het Riziv tussenbeide komt voor zorgen in het buitenland (met andere woorden wanneer het OK is voor je ziekenfonds) treedt ook de hospitalisatieverzekering in actie.
Voor bijstand in geval van ziekte of ongeval in het buitenland, waarbij soms repatriëring nodig kan zijn, beschik je best over een reisbijstandverzekering. De hierin gespecialiseerde verzekeraars beschikken tegenwoordig over specifieke formules voor studenten die naar het buitenland gaan studeren. Info vindt u via hun websites of via uw gebruikelijke contactpersoon inzake verzekeringen.
Wat betreft de aansprakelijkheid voor het studentenkot en de inhoud ervan, hoeft men zich evenmin zorgen te maken. Wanneer het ouderlijk huis in België verzekerd is, dan is ook het studentenkot in België of in het buitenland (meestal beperkt tot de landen van de Europese Unie) verzekerd. De verzekering van de ouders dekt soms ook de inhoud van het kot, de goederen die aan de student toebehoren tegen brand en diefstal, weliswaar in beperkte mate. We bevelen graag aan dit even in de algemene voorwaarden van uw polis brandverzekering na te lezen of na te vragen bij uw verzekeraar.
Preventie blijft natuurlijk een zeer belangrijk gegeven ongevallen of schade te voorkomen: hou het dus voorzichtig en beveilig uw waardevolle goederen.
De lente is in het land. Hoog tijd dus om vakantieplannen te smeden. Er even tussenuit, de wijde wereld in. Voor wie weldra op vakantie naar het buitenland vertrekt: lees vooral verder. Tenslotte wil u niet dat die droomvakantie eindigt in een nachtmerrie.
Annulatieverzekering
Reizen is een zeer aangename hobby die toch een aanzienlijk budget opslorpt. Stel: u betaalt een aardig bedrag voor uw reis en plots wordt u verhinderd om daadwerkelijk te vertrekken: u valt ziek, krijgt een ongeval, moet herexamens afleggen,… Zulke tegenslagen horen bij het leven maar gelukkig kan u zich hier tegen beschermen met een annulatieverzekering die de gemaakte kosten (soms geplafonneerd) terugbetaalt onder welbepaalde voorwaarden. Ook indien u vroeger dan voorzien moet terugkeren naar het natte en koude Belgenlandje, vergoedt de annulatieverzekeraar de vakantiedagen waarvan u niet heeft kunnen genieten.
Annulatieverzekeringen worden zowel via de professionals uit de reis- als de verzekeringsbranche verkocht. U kan er één afsluiten voor één reis of voor alle reizen die u maakt gedurende een bepaalde periode. Indien u vaak reist, is het zeker nuttig om na te gaan of een jaarpolis geen betere optie zou kunnen zijn dan voor één welbepaalde reis.
Reisbijstandsverzekering
Een reisbijstandsverzekering is een verzekering die, het woord zegt het zelf, bijstand biedt wanneer er zich medische of technische problemen voordoen.
Het kan gaan over repatriëring - denk maar aan skiongevallen, tussenkomst in medische kosten of zelfs autopech. Sommige contracten verzekeren uw voertuig, andere alleen de hulp bij gezondheidsproblemen. Controleer of de dekkingen op het gewenste peil liggen, want er zijn basisproducten tot zeer uitgebreide dekkingen.
U kan ervoor opteren ook uw bagage te verzekeren. Zo'n bagageverzekering dekt de schade aan de bagage of het verlies ervan in bepaalde omstandigheden. Als u uw bagage zelf verliest, komt deze verzekering niet tussen.
Ook bij reisbijstandsverzekeringen is het nuttig om uit te zoeken welke formule bij u past. Meestal is een reisverzekering die het hele jaar geldig is voordeliger van zodra u meer dan één keer op vakantie gaat.
Van huis uit verzekerd
Wist u overigens dat heel wat «dagdagelijkse» verzekeringen ook nuttig zijn op vakantie? Zo geldt de BA-Auto, de wettelijk verplichte autoverzekering die uw aansprakelijkheid dekt bij een ongeval, in alle landen die op uw groene kaart vermeld staan. En dat zijn er heel wat.
Ook de familiale verzekering, die uw burgerlijke aansprakelijkheid dekt indien u of uw gezinsleden schade aanrichten, geldt minstens in Europa en meestal zelfs wereldwijd.
Hetzelfde geldt voor uw hospitalisatieverzekering: als u onverwacht ziek valt of een ongeval heeft in het buitenland is ook deze verzekering er om uw hospitalisatiekosten te vergoeden. En er is nog meer: de brandverzekering dekt doorgaans ook de spullen die u - normalerwijze - meeneemt op vakantie op dezelfde manier zoals dat ook thuis geldt.
Een verzekeraar die BA-autodekking verleent, verbindt er zich toe dat de dekking geldt in een aantal landen waarvan de lijst wettelijk vastgesteld is. Oekraïne staat niet op die lijst en dus kan de verzekeraar de dekking verlenen tegen bijzondere voorwaarden (beperkte geldigheid, premietoeslag, …) of weigeren.
Het feit dat een land deel uitmaakt van het "groenekaartsysteem" betekent evenwel niet dat alle verzekeraars in dat land verplicht zijn om dekking te verlenen voor alle andere landen die deze internationale overeenkomst ondertekend hebben.
Er staat vast en zeker een verzekeringsmakelaar klaar om u te helpen een oplossing te vinden op de Belgische markt. Daarvoor hoeft u alleen enkele bijkomende gegevens te verstrekken. Anders kunt u ook het volgende doen : bij aankomst aan de Oekraïense grens kunt u een specifieke verzekering sluiten voor de duur van uw verblijf.
Vermisten na de tsunami: verzekeraars bieden soepele oplossingen Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, verheugt er zich over dat de regering een bijzondere wettelijke regeling uitwerkt om rekening te houden met de vermogenssituatie van de families van landgenoten die vermist zouden blijven na de tsunami van 26 december 2004.
De families van deze personen wordt aangeraden contact op te nemen met de verzekeraars bij wie de vermiste personen desgevallend een levensverzekering zouden hebben afgesloten. De levensverzekeringsondernemingen zullen, in afwachting van de concretisering van de maatregelen die de regering op het oog heeft, zorgen dat hun situatie op een soepele manier beheerd wordt nog voor de dossiers formeel bezegeld worden in overeenstemming met de voorgestelde uitzonderingregeling.
Deze aanpak vanwege de levensverzekeraars vereenvoudigt de regeling ten aanzien van de families. Krachtens de geldende bepalingen van het Bugerlijk Wetboek zouden de families immers, bij gebrek aan een overlijdensattest, eerst een procedure moeten instellen om via de rechtbank een uitspraak te bekomen die aanleiding geeft tot een voorlopige beschikking over het nalatenschap van de vermiste personen.
De zomer komt er aan en misschien bent u wel van plan om er enkele dagen of weken tussenuit te gaan. Terwijl u op vakantie bent, is het belangrijk dieven geen vrij spel te geven, noch in uw woning, noch op vakantie.
Diefstalpreventie is in de eerste plaats een kwestie van goede gewoontes, het hele jaar door. Wilt u meer weten over de algemene diefstalpreventie (goede gewoontes, mechanische en elektronische preventie), klik dan hier.
Alle preventie ten spijt, kan het jammer genoeg nog steeds voorkomen dat er wordt ingebroken. In België is naar schatting slechts zo’n 40% van de woningen tegen diefstal verzekerd. Lees hier wat al dan niet gedekt is in een diefstalverzekering en wat het slachtoffer na een woninginbraak inzake verzekeringen moet doen.
Kostenloze preventiemaatregelen voor thuis
Wie op vakantie gaat, kan niet anders dan zijn woning achterlaten. Daarom enkele kostenloze tips opdat u toch met een gerust hart kan vertrekken:
- Wees voorzichtig met sleutels, sluit – ook voor kortere afwezigheden – ramen en deuren steeds goed af. Vergeet daarbij ook de kelderramen niet. Zelfs handsloten aan uw tuinpoortje kunnen u veel ellende besparen.
- Hang geen adresgegevens aan de sleutelbos.
- Vraag een goede vriend of een familielid om geregeld eens een kijkje te komen nemen. Hij of zij kan de tuin wat verzorgen, de brievenbus leeg maken, gordijnen dichtdoen ’s avonds en weer opendoen ’s ochtends,… zodat het lijkt alsof de woning permanent gebruikt wordt. Geef hem of haar ook de gegevens van uw vakantieverblijf. Zo kan u verwittigd worden indien nodig.
- Om de dieven af te schrikken, kan u aan uw buren vragen om zo nu en dan op uw oprit of voor uw deur te parkeren met hun wagen.
- Laat op het antwoordapparaat geen boodschap achter die aangeeft dat u op reis bent. Indien mogelijk, laat u de oproepen bedoeld voor uw vast telefoontoestel doorschakelen naar uw GSM. Een briefje aan de deurbel met een dergelijke boodschap is dus evenmin een goed idee.
- Berg alle materiaal dat een dief zou kunnen helpen (ladders, tuingereedschap,…) goed weg.
- Zorg dat waardevolle voorwerpen onzichtbaar zijn van buiten uit. Heel waardevolle voorwerpen kan u uiteraard ook altijd in bewaring geven bij een familielid.
- Opgelet met reservesleutels: berg ze goed weg! Een extra sleutel onder de deurmat is sneller gevonden dan u denkt.
- De sleutels van de wagen legt u best ook veilig weg.
- U kan aan uw lokale politie vragen om “afwezigheidstoezicht” te houden. De politiediensten (of stadswacht) zal dan tijdens uw afwezigheid een oogje in het zeil houden.
Preventiemaatregelen voor thuis die een kleine investering vergen
- Er bestaan schakelklokken die u kan aansluiten op elektrische apparaten, zoals bijvoorbeeld een staanlamp in de woonkamer, die ervoor zorgen dat de lamp enkele uren per dag brandt en ook weer uitgaat op een vooraf ingesteld tijdstip.
- Een kluis in huis is steeds interessant om waardevolle spullen (sleutels van de auto, reservesleutels van de woning of de wagen, juwelen,…) in te bewaren.
- Investeer in degelijke (meerpunts-)sloten aan ramen en deuren of in een alarmsysteem.
- Uw huis beveiligen wordt bovendien fiscaal aangemoedigd. Daarover meer op de Belgische portaalwebsite.
Preventiemaatregelen op vakantie
Ook op vakantie kan het diefstalgevaar op de loer liggen. Enkele tips:
- Sluit net als thuis steeds ramen en deuren van uw vakantiehuis, hotelkamer, caravan,…
- Zelfs al lijkt een omgeving zeer rustig, leg steeds een slot rond uw (huur)fiets of scooter en sluit ook zeker ten allen tijde de (huur)wagen. Laat er bovendien, zeker ’s nachts, geen bagage in achter.
- Een nieuwe “trend” in dievenland is het stelen van de huissleutels en de GPS van toeristen, al dan niet incluis de wagen zelf. In dat GPS-toestel zit er meestal een functie die u in staat stelt naar huis te rijden van waar u ook vertrekt. Ook dieven kunnen, met uw huissleutels in de hand, van deze functie gebruik maken. Met alle nefaste gevolgen van dien... Wees ook discreet met de aanduiding van uw thuisadres op uw koffers.
- Als u gaat zonnebaden op het strand of aan het zwembad, let u er best op dat u geen waardevolle voorwerpen meeneemt. U kunt in slaap vallen, bent geboeid door een boek of gaat even het water in… En dan is een diefstal snel gebeurd.
- Als u een aardige som geld bij heeft, steek het dan op bijvoorbeeld twee of drie verschillende plaatsen (binnenzak, rugzak, handtas,…). Let er in ieder geval op dat het geld niet voor het grijpen (en dus zeker niet zichtbaar) is!
- Kijk – zeker op luchthavens, in winkelstraten of op gelijk welke andere drukbezochte plekken – uit voor gauwdieven. Handtassen en rugzakken zijn een pak minder “bereikbaar” voor hen als u ze onder uw arm knelt.
Slachtoffers van een arbeidsongeval hebben recht op een vergoeding van de arbeidsongevallenverzekeraar zonder dat zij moeten bewijzen dat iemand aansprakelijk is. De meeste mensen die bij de gasramp in Ghislenghien brandwonden opliepen, behoren tot die categorie.
De arbeidsongevallenverzekeraar vergoedt meer bepaald de kosten van de medische behandeling als gevolg van het ongeval en de arbeidsongeschiktheid die uit de letsels voortvloeit.
In verband met de behandelingskosten moeten de verzekeraars volgens de wet de prestaties in de Riziv-nomenclatuur vergoeden volgens de schalen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, remgeld inbegrepen. Wanneer prestaties die niet in die lijst voorkomen medisch noodzakelijk zijn, vergoedt de arbeidsongevallenverzekering die prestaties bij analogie en voor zover de kostprijs ervan redelijk is. Er dient vooraf met de verzekeraar contact te worden opgenomen om te weten of en in welke mate hij de behandeling vergoedt. In die geest kunnen de verzekeraars de kosten vergoeden van een kuur waarvan de efficiëntie door hun adviserende arts erkend wordt bijvoorbeeld. Aangezien er geen bepaling is die plastische chirurgie uitsluit, maakt dergelijke chirurgie deel uit van de behandelingen als gevolg van het ongeval dat de verzekeraar voor zijn rekening moet nemen, ook wanneer men spreekt van “esthetische” chirurgie.
Voor de vergoeding van de arbeidsongeschiktheid houdt de arbeidsongevallenverzekeraar rekening met de gevolgen die de letsels hebben voor de bekwaamheid van het slachtoffer om zijn beroep uit te oefenen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de littekens een handicap vormen voor de uitoefening van het beroep (onthaal- of representatiefunctie bijvoorbeeld), maar voor andere beroepen zal het esthetische aspect minder zwaar doorwegen binnen de tussenkomst van de arbeidsongevallenverzekering.
Wanneer echter kan worden bepaald wie voor de schade aansprakelijk is, kan het slachtoffer van de aansprakelijke(n) de kosten van de gevolgen voor zijn privé-leven terugvorderen, onder meer esthetische schade. Het burgerlijk recht houdt immers rekening met die aantasting van de lichamelijke integriteit, meer bepaald volgens de leeftijd en de privé activiteiten van het slachtoffer, en ook met de morele schade die daaruit voortvloeit.
Nieuwsbrief
Een veel gestelde vraag!
Recent FAQs
- Moet ik de verzekeraar op de hoogte stellen als mijn partner en ik scheiden?
- Ik ben 54 en ga binnenkort met brugpensioen. Kan ik het geld van mijn pensioenspaarverzekering nu al opvragen?
- Wat gebeurt er met mijn groepsverzekering als ik van werk verander?
- Kan ik mij als zelfstandige verzekeren om later een beter pensioen te hebben?
- Ik ben gescheiden. Wie krijgt het geld van mijn levensverzekering na mijn overlijden?
Zakenkantoor Vanhoutte Dries BVBA - Brugsesteenweg 219, 8500 Kortrijk - FSMA 012029 A-B - Disclaimer - © Zakenkantoor Vanhoutte Dries BVBA & Interassur.be - powered by Interassur.be



