Hoe belegt u het geld van uw vennootschap?

Hoog rendement beleggen

De vennootschap die Luc zeven jaar geleden opgericht heeft, beschikt stilaan over een mooi spaarpotje. Luc wil die liquide middelen niet uit zijn bedrijf halen. Maar hij wil wel dat ze meer opbrengen. Waar moet hij op letten?

Op zijn achtendertigste begint Luc zich in zijn schik te voelen als bedrijfsleider. "Ik beheerde al informaticaprojecten voordat ik mijn bedrijf opstartte. In 2004 vond ik dat ik daarin voldoende ervaring had opgedaan.

"Ik besloot om voor eigen rekening te gaan werken", zegt Luc. "Vandaag werken er vier informatici voltijds aan de verschillende projecten die mijn onderneming onder haar hoede heeft. Van meet af aan hadden we een goede reputatie. Daardoor kan ik de toekomst met een gerust hart tegemoet zien. Ik heb zelfs de luxe dat ik de interessantste projecten uit het aanbod kan pikken, in plaats van tevreden te zijn met wat er toevallig binnenkomt."

Beter beleggen

"Toen ik winst begon te maken, heb ik besloten om een groot deel van dat kapitaal in de vennootschap te houden. Daarmee kon ik de groei van het bedrijf financieren. Ik heb er onder meer de kantoren mee gekocht waarin we vandaag werken." Ondanks die spaarzaamheid heeft Luc gebruikgemaakt van enkele fiscale voordelen. Zo heeft hij een deel van zijn liquiditeiten geïnvesteerd in een groepsverzekering. "Ik heb ook plannen om geld te storten in een soort van oorlogskas. Dan beschik ik over reserves in geval van tegenslag. Of ik kan er de investeringen mee doen die noodzakelijk zijn voor de verdere groei van de onderneming, zonder me in de schuld en te steken bij de banken. Maar dat kapitaal slaapt momenteel op een gewone spaarrekening. Ik vraag me af of er een manier is om dat geld anders te beleggen en het beter te doen renderen."

De impact van de notionele-interestaftrek

"Ondernemingen die hun liquide middelen willen beleggen, hebben veel keuzemogelijkheden, net zoals particulieren", legt Jos De Mulder uit, dossierbeheerder en expert bij BFO Family Office. "Om de beste keuze te maken, moet Luc rekening houden met twee factoren. Eerst en vooral is er de belastingheffing die van toepassing is op het rendement van een belegging. Een bepaald type belegging is voor een vennootschap niet even interessant als voor een particulier, omdat voor beide andere regels gelden. Een tweede factor kan dan voor Luc de doorslag geven: de regeling van de 'aftrek voor risicokapitaal', beter bekend als de 'notionele-interestaftrek' (zie kader). Afhankelijk van het gekozen beleggingsinstrument, wordt het belegde kapitaal al dan niet opgenomen in het eigen vermogen van de onderneming, waarop die aftrek berekend wordt. Het is belangrijk dat Luc zich baseert op het nettorendement van eventuele beleggingen, en dat hij zowel rekening houdt met de geldende belastingregels als met de mogelijkheid om gebruik te maken van de notionele-interestaftrek."

Zicht-, spaar- en termijnrekeningen

De eerste mogelijkheid is dat Luc het geld op een bankrekening zet. Jos De Mulder: "Interesten op geld termijnrekeningen staat, worden belast tegen de tarieven van de vennootschapsbelasting. Voor vennootschappen met een hoger belastbaar inkomen dan 322.500 euro geldt een tarief van 33,99%. Er is een progressief barema van 24,98 % tot 35,54 % voor vennootschappen met een lager belastbaar inkomen dan 322.500 euro. Die bedrijven moeten voldoen aan een aantal voorwaarden om in aanmerking te komen voor het verlaagde tarief. De roerende voorheffing, die de bank inhoudt, wordt afgetrokken van de totale belasting." Het bedrijf van Luc realiseert momenteel een jaarlijkse winst tussen 25.000 en 90.000 euro. In zijn geval worden de extra inkomsten uit beleggingen belast tegen het verlaagde tarief van 31,93 %. Het totale rendement op een spaarrekening met een rentevoet van 2% bedraagt dus 1,36% (2% min 0,64%). "Maar de bedragen die op zo'n rekening staan, komen in aanmerking voor de notionele-interestaftrek. Tegen het huidige percentage van 3,925% komt dat neer op een fiscaal voordeel van 1,253 %. Dankzij de notionele-interestaftrek bedraagt het nettorendement van de belegging dus 2,615%, wat meer is dan de rente die de bank biedt."

Beleggen in obligaties

Obligaties hebben een gemiddeld rendement van 4 %. Zijn die dan een interessantere belegging? "In principe wei, maar Luc moet opnieuw rekening houden met de belastingheffing", aldus Jos De Mulder. "De interesten worden op precies dezelfde manier belast als de interesten op geld dat op een bankrekening staat. Als Luc een meerwaarde realiseert bij de verkoop of de terugbetaling van de obligaties, zal die eveneens belast worden tegen de tarieven van de vennootschapsbelasting. De minderwaarde die hij heeft, kan hij daarentegen aftrekken van de belastbare basis."

Voor de berekening van de notionele-interestaftrek wordt ook rekening gehouden met de bedragen die in obligaties belegd worden. "Het rendement van 4% bedraagt 2,72% na de inhouding van de vennootschapsbelasting. Het stijgt opnieuw naar 3,976% na de verrekening van de notionele-interestaftrek."

Of de voorkeur geven aan aandelen?

Voor aandelen is de situatie ietwat anders. Het gemiddelde rendement van 7% van aandelen komt deels uit dividend en (2%), deels uit de meerwaarde in de peri ode dat de aandelen in portefeuille gehouden worden (5%). "De meerwaarde is niet belastbaar, maar daartegenover staat dat de minderwaarde niet aftrekbaar is", zegt Jos De Mulder. "Het dividendrendement van 2% wordt op dezelfde manier belast als de interesten van obligaties of bankrekeningen. Gemiddeld hebben aandelen dus een nettorendement van 6,36%, of 5% plus 1,36%. Voor zover ze worden beschouwd als een geldbelegging, komen ze bovendien in aanmerking voor de notionele-interestaftrek, wat hun totale rendement op 7,615% brengt."

Beleggingsfondsen: een risico

Beleggingsfondsen of beveks geven een gemengd resultaat. Jos De Mulder: “Aandelen- of obligatiefondsen zijn minder interessant. Eerst en vooral omdat de meerwaarde bij een verkoop belast wordt, terwijl de minderwaarde niet aftrekbaar is. Maar meer nog omdat beleggingen in kapitalisatiefondsen ten worden van de berekeningsbasis voor de notionele-interestaftrek. Het fiscale voordeel gaat bijgevolg verloren. Distributiefondsen profiteren wel nog van die aftrekbaarheid." Bij de fondsen die onderworpen zijn aan de regeling van de definitief belaste inkomsten, is de meerwaarde voor 95% vrijgesteld, maar ook daar gaat de winst van de notionele-interestaftrek verloren. "Voor de vennootschap is het dus interessanter om te beleggen in individuele aandelen of obligaties dan in een fonds. Indien Luc toch wil investeren in fondsen, geeft hij beter de voorkeur aan distributiefondsen, zodat hij aanspraak kan blijven maken op de notionele-interestaftrek."

Vastgoed

"Als Luc een gebouw koopt waarin hij niet gaat wonen, komt die belegging in aanmerking voor de notionele-interestaftrek", stelt Jos De Mulder. "Toch moeten we rekening houden met de aankoopkosten en de registratierechten (10% in Vlaanderen en 12,5% in de andere gewesten). Hoewel die kosten fiscaal aftrekbaar zijn, zullen ze wegen op het rendement. Indien Luc voor een deel van de belegging een lening afsluit, zijn de interesten die hij betaalt, eveneens fiscaal aftrekbaar."

Het belangrijkste voordeel van een vastgoedbelegging is de mogelijkheid om het aangekochte goed af te schrijven. Een onroerend goed moet worden afgeschreven over een periode van dertig jaar, maar enkel voor de waarde van het gebouw en niet die van de grond. "Maar door die afschrijving verliest het gebouw elk jaar een beetje van zijn boekhoudkundige waarde. In geval van een verkoop is de meerwaarde – het verschil tussen de boekhoudkundige waarde van het gebouw en de verkoopprijs - belastbaar. Anders gezegd, hoe later Luc het gebouw verkoopt, hoe groter de belaste meerwaarde zal zijn." De huurinkomsten worden belast op hun reële waarde. “Als Luc in een gebouw wil investeren, zou ik hem aanraden om eerder te opteren voor een gesplitste aankoop", zegt Jos De Mulder. "De vennootschap koopt dan het vruchtgebruik voor een periode van twintig jaar; de bedrijfsleider koopt de blote eigendom van het gebouw. De waarde van het vruchtgebruik kan worden afgeschreven over twintig jaar. Na die periode wordt de bedrijfsleider de volle eigenaar, in principe zonder belastingen betalen."

Conclusie

Wie de liquiditeiten van zijn vennootschap wil beleggen, moet voldoende aandacht besteden aan de weerslag van de vennootschapsfiscaliteit op het rendement van zijn belegging. In de tab el hieronder vindt u een overzicht van de belastingheffing volgens het normale tarief van de vennootschapsbelasting (33,99%). Die cijfers wijken ietwat af van de situatie van Luc, maar de conc1usie blijft dezelfde.

Beleggen in vennootschap (*)

Belegging Bruto rendement Ven. bel. (33,99%) Voordeel NIA121 Tot. rend.
Spaarrekening 2 0,680 1,334 2,654
Obligatie 4 1,36 1,334 3,975
Obligatiefonds (distr.) 4 1,36 1,334 3,975
Obligatiefonds (kap.) 4 1.36 0 2,64
Aandelen 111 7 0,68 1,334 7.654
Aandelenfonds (distr.) 7 2,379 1,334 5,955
Aandelenfonds (kap.) 7 2.379 0 4,621
DBI-bevek 7 0,765 1,334 7,569

111 Voor individuele aandelen is het rendement gelijk aan 5 % meerwaarde + 2 % dividend.

121 De notionele-interestaftrek (NIA) bedraagt 3.925 %. Het voordeel is gelijk aan het tarief van de vennootschapsbelasting (ven. bel.), toegepast op 3.925 %.

* Alle cijfers zijn in procent van de totale investering.

 

De notionele-interestaftrek

De notionele-interestaftrek werd ingevoerd vanaf het aanslagjaar 2007. Met die maatregel wilde de regering de kapitalisatie van Belgische ondernemingen bevorderen en het Belgische investeringsklimaat aantrekkelijker maken. Door een fiscaal voordeel toe te kennen in de vorm van een aftrekbare, fictieve interest, wordt het fiscale onderscheid tussen externe financiering (aftrekbare bankinteresten) en het eigen vermogen weggewerkt. De wet noemt die aftrek de “aftrek voor risicokapitaal”.

De interest die van toepassing is op het eigen vermogen, wordt elk jaar opnieuw vastgelegd. Voor 2011 bedraagt die 3,425 %, te verhogen met 0,5 % voor kmo-vennootschappen. De basis-interest wordt bepaald op basis van de gemiddelde OLO-rente over tien jaar, die ook gebruikt wordt om de rente op hypothecaire kredieten vast te stellen. Er wordt rekening gehouden met een aantal correcties, waaronder deelnemingen in andere vennootschappen, de waarde van DBI- beveks, beleggingen die geen periodiek inkomen verschaffen en de waarde van het onroerend goed dat de bedrijfsleider als woning gebruikt.

Uit berekeningen is gebleken dat de notionele-interestaftrek in 2009 zo'n 5,8 miljard euro gekost heeft. Door de dalende rente zullen die kosten vermoedelijk - tijdelijk - dalen.

Moneytalk.be